
Zo verken je een springparcours als een professional
NieuwsHet outdoorseizoen is inmiddels in volle gang, dus de nodige springparcoursen gaan ook weer van start. Ga jij dit seizoen voor het eerst starten of wil je gewoon beter worden in het verkennen van het parcours? Wij geven je tips hoe je een parcours verkent als een echte professional.
Bekijk de parcoursschets
Voordat je begint met lopen, bekijk je de schets van het parcours. Deze hangen bijna altijd bij de ingang van de ring, zo niet dan vindt je deze vaak bij het secretariaat. Probeer de lijnen die je moet rijden alvast in je op te nemen. Kijk ook vooral waar de start en finish zijn, zo weet je op welke hand je het parcours het beste kunt beginnen.Denk aan je paard
Als je eenmaal in het parcours loopt houd dan vooral je paard in gedachten. Versnelt hij tussen de sprongen, moet je kleinere of juist grotere bochten maken, zijn er misschien reclameborden waar hij van kan schrikken, allemaal dingen waar je rekening mee moet houden.Bekijk de bochten
Loop de lijnen die je ook daadwerkelijk met je paard gaat rijden. Het is verleidelijk om tijdens het verkennen de bochten af te snijden zodat je minder ver hoeft te lopen. Maar op deze manier heb je geen goed beeld van hoe je daadwerkelijk op de hindernis afrijdt.Passen tellen
Misschien wel het belangrijkste, passen tellen. Vooral bij dubbel- of driesprongen is het belangrijk om te weten hoeveel galopsprongen je tussen de hindernissen maakt. Hierdoor weet je of je je paard iets terug of juist vooruit moet rijden om goed uit te komen voor de sprong. Een grote stap is ongeveer een meter, een galopsprong is gemiddeld drie en een halve meter. Wanneer jij dus drie en een halve grote stappen neemt, heb je één galopsprong gemeten. Gemiddeld zet een paard zo’n twee meter voor een sprong af en landt ook weer twee meter na de sprong. Voorbeeld: Tel je veertien grote stappen tussen de landing en de afzet, dan rij je dus vier galopsprongen. Houd er rekening mee dat het hierbij om gemiddelde gaat, elk paard maakt andere passen. Door veel te oefenen weet je hoe groot de passen van jouw paard zijn en kun je dit nog beter uitrekenen.Visualiseer
Zodra je het hele parcours gelopen hebt, bekijk je alles nog even van de zijlijn. Oefen het parcours een paar keer in je hoofd. Bedenk dat je op je paard zit en het parcours aan het rijden bent, hoe moet je de bochten rijden, hoe voelt je paard, hoeveel galopsprongen maak je tussen de hindernissen. Door dit een aantal keer voor jezelf na te lopen, sta je straks niet meer voor verrassingen. Heb je nog tijd over voordat je moet opzadelen? Bekijk dan een aantal combinaties. Dit kan je helpen het parcours nog beter te onthouden, daarnaast zie je ook gelijk waar de mogelijkheden en de valkuilen van het parcours zitten.Bron: Equo






















