161020262_ABFweb
161020262_ABFweb

Dossier: Giftige versus eetbare planten

Nieuws

Aan de rand van de wei groeien soms planten en bomen die schadelijk kunnen zijn voor je paard. Veelal laten paarden dergelijk groen met rust omdat ze instinctief weten dat ze er beter af kunnen blijven. Dat komt mede door de bittere smaak. Ook zijn paarden erg selectief in wat ze wel en niet lekker vinden. Toch zijn er altijd uitzonderingen, wat grote gevolgen kan hebben. Tevens gaat het vaak verder dan planten. Schimmels en het voeren van jong, kort gras is ook een veelvoorkomende oorzaak van vergiftiging. Anderzijds zijn er juist zoveel voedzame bomen, planten, kruiden en zelfs vruchten die je paard wél kan eten en lekker vindt. In beide gevallen vormt kennis het halve werk.


Chronische klachten


De symptomen van vergiftiging zijn vaak lastig te herkennen. Maag- en darmklachten, vermagering, conditieverlies, dyspneu (kortademigheid), lichte diarree, leverproblemen, of een sportpaard wat niet goed in zijn vel zit. Uit bloedonderzoek is veelal op te maken wat een paard mankeert, hoewel het stellen van een diagnose niet altijd eenvoudig is bij chronische klachten. Dierenarts Petra Melgert runt haar praktijk Oostermoer dierenartsen in het Drentse Gieten en Annen. Ze heeft zelf twee paarden. Melgert heeft diverse paarden onder behandeling gehad die vermoedelijk giftige stoffen in hun lijf hadden. “Veel mensen denken dat verse planten het probleem zijn, maar het zijn vaak de producten die in het hooi zijn verwerkt. Giftige stoffen worden veelal geconcentreerder door het indrogen en paarden herkennen ze niet meer. Dan komen giftige stoffen meer vrij, zoals bij het bekende Jacobkruiskruid. De plant produceert alkaloïden die de lever aantasten.” 


Sommige planten zijn wel veilig als ze gedroogd zijn, zoals boterbloem. De dierenarts benadrukt dat het belangrijk is dat paardenhouders-en eigenaren dergelijke planten regelmatig checken en preventief uit het land en uit omringende sloten verwijderen, want gemeenten doen dat veelal niet.




Een greep uit veelvoorkomende giftige planten en bomen: 





Eikels


Als een paard acute klachten heeft, dan kan een paard soms al dusdanig vergiftigd zijn dat het dier niet meer te redden is. Zo had Melgert een paard onder behandeling dat een hoge dosis eikels had gegeten en het niet overleefde. Het dier kreeg koliek, bloedarmoede en stond twee dagen tevergeefs aan het infuus. Soms vinden paarden eikels lekker en laten ze zelfs hun kuil ervoor staan. 


Spierbevangenheid


Een toenemend ziektebeeld is atypische myopathie (AM), wat levensbedreigende spierbevangenheid kan geven. Omdat de ziekte pas sinds 2000 regelmatig voorkomt en er veelvuldig onderzoek wordt en is gedaan, blijkt de esdoorn (meestal in combinatie met schimmels) de grote boosdoener te zijn. Melgert licht toe: “Als de ‘helikopter’ blaadjes van de esdoorn in de herfst in weilanden terechtkomen en daarmee hun zaden verspreiden, dan kunnen er in het voorjaar daarna nieuwe kiemplantjes ontstaan. Paarden worden ziek als ze die jonge scheuten of de zaadjes eten. Het tast de stofwisseling dusdanig aan, dat het blijvende spierschade oplevert. Ik ken eigenaren die over een langere periode wel tien paarden hebben verloren vanwege dit probleem, zonder de oorzaak te weten.” 


Sluipmoordenaars


Een ander veel voorkomend probleem wat onderschat wordt, zijn schimmels. Dat schimmels in ruwvoer kunnen voorkomen weten veel mensen wel, denk aan natte plekken in kuilgras en hooi. Echter zijn schimmels niet altijd zichtbaar en kan het ook in krachtvoer zitten. Denk bijvoorbeeld aan niet goed opgeslagen haver en granen. Melgert vertelt dat mycotoxines de boosdoeners zijn. Dit zijn giftige stoffen die het immuunsysteem van een paard afbreken. “Bij een van mijn klanten waren diverse paarden ziek. Ze hadden vage chronische klachten en liepen in diverse weilanden in dezelfde omgeving. Omdat er niets uit het bloedonderzoek kwam, hebben we het gekuilde natuurhooi van de weilanden opgestuurd naar een laboratorium. Daar is macroscopisch onderzoek naar gedaan. Er bleken schimmels in te zitten. Dit zijn echt sluipmoordenaars. Als paarden dit regelmatig en langdurig eten, dan kunnen ze daar futloos van worden.” De dierenarts voegt toe dat grasonderzoek vrij prijzig en ingewikkeld kan zijn. Door het supplement mycotoxinebinders door het voer te mengen, valt het probleem op een goedkope manier te verhelpen, dan wel te voorkomen.    


‘Er bleken schimmels in te zitten. Dit zijn echt sluipmoordenaars.’


Controle


De vraag rijst waarom er geen keurmerk bestaat voor schadevrij hooi of ruwvoer. Als klant moet je er vanuit gaan dat de inhoud veilig is, maar in de praktijk hoeft dat niet altijd zo te zijn. Melgert geeft aan dat wellicht stallen die aangesloten zijn bij het KWP (Keurmerk Paarden Welzijn) aan bepaalde eisen voldoen en dus zekerheid hebben van ‘veilige voeding’.  Ook is het mogelijk om via de Gezondheidsdienst voor dieren voer te laten controleren op giftige planten en stoffen. Volgens Petra Melgert is het simpelweg te kostbaar voor boeren en andere aanbieders om kuilgras/hooi dat verkocht wordt uit extensief beheer (natuurlandschap) te laten onderzoeken door laboratoria. 


Herkomst 


Eigenlijk is het belangrijkste dus dat je als eigenaar weet wat de herkomst is van ruwvoer. “In principe is het verstandiger om puur grasland te voeren. Alleen zitten daar ook haken en ogen aan,” zegt Melgert met een zucht. “Gefermenteerd hooi heeft een hoog energie- en suikergehalte. Dat is niet geschikt voor elk paard. Daar komt bij dat het ook ingekuild wordt voor koeien en dat proces is korter, waardoor er nog meer suikers in zitten. Je moet dus zeker weten dat wanneer je hooi bij een boer haalt, het geschikt is voor paarden. Tevens kunnen oudere paarden er snel hoefbevangenheid door oplopen.” De dierenarts benadrukt dat eigenaren dus goed moeten kijken naar de behoefte van hun paard. Melgert bekijkt dit soms met klanten en berekent welke hoeveelheid geschikt is en in hoeverre aanvullende voeding nodig is. “Het is belangrijk dat paarden iets gezonds hebben om op te kauwen naast gras. Dat zit in hun natuur en daardoor vervelen ze zich minder snel en zullen ze niet op zoek gaan naar gevaarlijke planten en bomen.”  


‘De moerbei is bijvoorbeeld fantastisch, omdat het een bloedsuikerspiegel verlagende werking heeft’


Paard en Plant


Plantkundige Sietske Metz weet na jaren van studie waar paarden wél veilig op kunnen knabbelen. Ze is plantenkweker en paardenliefhebber. Metz richt zich vanaf 2005 met haar bedrijf Paard & Plant op een gevarieerde, hoogwaardige en natuurlijke aanvulling voor het dagelijkse rantsoen van paarden. Want naast specifieke voedingsstoffen kunnen planten ook een positieve bijdrage leveren aan de spijsvertering, de thermoregulatie, het gebit en de ontwikkeling van bepaalde spiergroepen. In tegenstelling tot jong, vers gras, bevat nieuw voorjaarsblad veel lagere suikerwaarden, waardoor er geen tot nauwelijks gevaar is voor koliek of hoefbevangenheid. “Het is een geweldige aanvulling, vooral voor paarden die regelmatig in paddocks staan. De moerbei is bijvoorbeeld fantastisch, omdat het een bloedsuikerspiegel verlagende werking heeft. En met een klein budget kun je aardig wat doen en daar binnen een aantal jaren letterlijk de vruchten van plukken”, vertelt Metz enthousiast. 




Tips ter voorkoming van giftige planten 


  • Inspecteer je weide(n) minimaal één keer per week; verwijder preventief. In de wintermaanden is dit minder nodig. 
  • Houd paarden uit de buurt van giftig groen. 
  • Speur de omringende omgeving af; zaden verplaatsen zich via de wind. 
  • Check de herkomst en structuur van het hooi.
  • Zorg dat je geen nat, te oud, stoffig en of muf hooi geeft; de kans op schimmels is dan groot. Vermijd onkruid in hooi; paarden herkennen het niet als giftige planten. Check ook of er geen zandkorrels in het hooi zitten. 
  • Geef geen (vers) gemaaid gras. Kleverig gras is niet goed verteerbaar en bevat te  veel suiker. Gevolg: slokdarmverstopping en gaskoliek.   
  • Zorg dat paarden geen (ongecontroleerd) snoeiafval krijgen, zoals bijvoorbeeld papavers. 
  • Laat een paard tijdens een buitenrit niet zo maar ergens eten.



Golfbeweging


Metz geeft workshops, lezingen en rondleidingen bij haar voedselbos en kwekerij. Ook ondersteunt ze met de inrichting van weilanden en Paddock Paradises. Inmiddels weten steeds meer mensen haar in het Drentse Wilhelminaoord te vinden. “Ik zie dat de vraag naar voedzame planten toeneemt vanuit de paardenwereld. Dat is lang niet het geval geweest. Het is een stukje bewustzijn van en nieuwsgierigheid naar gezonde voeding. Het is een soort golfbeweging; terug naar de basis. Terug naar de natuur.”    


Oer-gewoonten


Metz heeft veelvuldig meegemaakt dat paarden hun oer-gewoonten (her)ontdekken. Sommige gezonde paarden eten geen bladeren of planten in de wei omdat het nooit gestimuleerd is. Metz licht toe: ”Het grappige is dat wanneer je wat bladeren en takken in een emmer aanbiedt, het lijkt alsof er een belletje gaat rinkelen. Alsof paarden instinctief weten dat ze het kunnen eten.”


Diversiteit


De plantkundige geeft aan dat paarden heel kieskeurig zijn en het per ras erg kan verschillen wat ze wel en niet lekker vinden. Zo zijn Tinkers en Fjorden vrij gemakkelijk, terwijl een Arabier zijn neus ophaalt voor sommige planten. Volgens Metz is het dus belangrijk om een diversiteit van groen in kleine porties aan te bieden om smaak bij paarden te ontwikkelen. “Selecteer niet één tak of plant, maar zorg ervoor dat het paard kan kiezen uit bijvoorbeeld drie verschillende mogelijkheden en pas dit aan per seizoen. De meidoorn vinden sommige paarden bijvoorbeeld lekker in het voorjaar. Later wordt de smaak bitter en dan laten ze het staan. Anderen eten het juist wel. Het is leuk om te onderzoeken waar de voorkeur naar uitgaat. Je maakt het jezelf makkelijk als je een groot plantenaanbod binnen handbereik hebt voor paarden, zodat ze naar eigen behoefte kunnen gaan eten wat ze lekker vinden.” 


Ook is eten van takken en bladeren goed qua beweging, want paarden moeten meer voor het eten doen. Wel benadrukt ze dat paarden nooit bij de bast van een boom moeten kunnen komen, want als ze daar met hun tanden overheen schrapen, dan kan dat in korte tijd het einde van de boom betekenen. Dat geldt ook voor paardenhagen: Zorg dat het goed omheind is en dat er mondjesmaat van gesnoept kan worden. 




Drie favoriete eetbare planten/bomen van Sietske Metz


  1. Wilg
    Is makkelijk voor iedereen binnen handbereik. Het hout is zacht en naast blad zijn de stengels ook voedzaam. Wedstrijdruiters moeten er wel rekening mee houden dat bepaalde eetbare planten en bomen op de dopinglijst kunnen staan, zoals wilgen bijvoorbeeld. Een wilg bevat salicylzuur, wat een koortsverlagende en pijnstillende werking heeft. 

  1. Moerbeiboom                                                                                                                    
    De smaak is erg in trek, met zacht mals blad. Paarden kunnen ook de vruchten eten. Hoewel het weinig suikers bevat, moeten paarden het wel met mate eten. Deze boom kun je het beste jong aanplanten. 

  1. Roos / Rozenbottel 
    Dit is een vitaminebom. Zowel de bladeren als de vruchten worden gegeten. 



Gezonde snacks 


De hamvraag is natuurlijk wat je als houder of eigenaar kunt aanbieden. Hoe en wanneer je dat doet en wat de werking is. De lijst van gezonde ‘snacks’ is vrij lang (zie kader): van bamboe, rozenbottels, wilgenhagen, berkenblad tot de els, linde, notenblad tot tijm en artisjok. Veel van bovengenoemd groen is rijk aan vezels, mineralen en vitaminen. Om haar klanten op weg te helpen heeft Metz een handige paardenplantenkalender gemaakt met tips om het hele jaar gezond en natuurlijk te kunnen voeren. Ook staat er precies op wanneer je planten het beste kunt gaan zaaien en oogsten en wat de werkzame stoffen zijn. 


Eetbare planten & bomen in beeld:


Zwarte-nachtschade
Adelaarsvaren
Bastaardklaver
Berenklauw
Boerenwormkruid
Boterbloem
Brem
Buxus
Eikels
Esdoorn-2
Esdoorn
Familie-van-waterschering
Gevlekte-scheerling
Gouden-regen
Heermoes
Hondsdraf
Hooi
Jacobskruiskruid
Klaproos
Klein-Kruiskruid
Klimop
Koolzaad
Levensboom
Liguster
Meidoorn
Moeraskruiskruid
Moerbeiboom
Nachtschade
Rhododendron
Ridderzuring
Rozenbottel
Sint-Janskruid
Smeerwortel
Sneeuwklokjes
Stinkende-Gouwe
Taxus
Varen
Vingerhoedskruid
Wilg
Wolfsmelk
Artisjok
Bamboe
Berkenblad
Boerenkool
Bosaardbei
Braam
Brandnetels
Citroenmelisse
Druivenblad
Duizendblad
Els
Frambozen
Hazelaar
Iep
Kamille
Kardoenblad
Linde
Longkruid
Luzerne
Marjolein
Meidoorn
Moerbeiboom
Oost-Indische kers
Rode biet
Rode twijg
Roos
Rozenbottel
Wilg
Salie
Tijm
Venkel
Zwarte bes