
Oudere paarden: niet teveel poetsen
NieuwsTeveel poetsen zorgt ervoor dat de natuurlijke beschermlaag van de vacht wordt aangetast. Dat is niet goed voor oudere paarden. De bejaarde bewoners van De Paardenkamp in Soest krijgen één keer per week een borstelbeurt, waarbij de haren worden losgehaald en wordt gecontroleerd of ze wondjes hebben.
De bejaarde paarden lopen, als dat qua gezondheidstoestand mogelijk is, ’s zomers dag en nacht buiten. In de winter gaan ze er overdag zoveel mogelijk uit. Dekens dragen ze niet. “Die vernielden ze bij elkaar of ze verwondden zich eraan”, vertelde verzorgster Rianne Bijwaard tijdens de druk bezochte Dag van het Oudere Paard in Soest. Bij paarden waarbij de vetlaag van de huid is aangetast, bijvoorbeeld omdat ze hun hele leven wel dekens hebben gedragen, ontstaat soms ‘rainrot’ of regenschurft. “Dan krijg je een broeiplek met bacteriën onder samengekoekte plakken haar. We halen het haar los en wassen de plek met een verdunde betadine oplossing of met sebacil.”
Bij oudere paarden verloopt de vachtwisseling in het voorjaar vaak minder makkelijk. In Soest wordt in die periode lijnzaadolie door het voer gemengd. Een lange, krullerige vacht die niet loslaat is een bekend verschijnsel bij de ouderdomskwaal PPID, voorheen de ziekte van Cushing genoemd. Rianne: “Wij scheren de paarden die dat hebben. We beginnen meestal met één strook onder hun buik, zodat ze hun warmte kwijt kunnen. Paarden die geschoren zijn krijgen wel een dek op.”
Ook bij mok komt het scheerapparaat tevoorschijn. “Vaak is er een relatie met witte benen en zonnebrand. Worden de haren nat, dan wordt het erger, dus die scheren we af. We krabben de korstjes los en gebruiken een zalf op natuurlijke basis. Wassen met sebacil doen we alleen als het erg is en in dat geval krijgen we een zalf van de dierenarts. Het streven is om de kootholtes zo schoon en droog mogelijk te houden.” Tegen de zonnebrand worden witte benen en roze neuzen ingesmeerd met groene leemklei, dat beter blijft zitten dan zonnebrandcrème.
De echte oudjes van De Paardenkamp hebben wel eens wondjes op uitstekende botdelen, omdat ze strammer zijn en dus minder makkelijk opstaan. Zij worden gehuisvest in een potstal, waar alleen de mest uit wordt gehaald en steeds nieuw stro wordt opgegooid. Rianne: “Zo krijg je een dikke, zachte en ook warmere ondergrond. Op de wondjes gebruiken we acederm of aluminiumzalf, maar soms ook honingzalf.”
























