
Drie locaties, één doel: Hoe De Paardenkamp paarden een passend pensioen bezorgt
Welzijn De Paardenkamp Huisvesting Members Only Oudere paardenBij De Paardenkamp in Soest genieten zo’n 120 oudere paarden en pony’s van een paardwaardig pensioen. Omdat niet alle senioren dezelfde behoeften hebben, zijn ze verdeeld over drie verschillende locaties. Beheerder IJsbrand Muller vertelt hoe elke locatie op een andere manier bijdraagt aan hetzelfde doel: ieder paard de best mogelijke oude dag bieden.
Van groepsstal naar schuilstal
IJsbrand vertelt hoe het jaren geleden begon als grote groepsstallen. “Daarvan dachten we toen: dít is zoals het hoort. De paarden stonden daar in de winter ongeveer met z’n vijftienen bij elkaar, met veel beweging, veel ruwvoer en veel frisse lucht.” Maar de groepsstallen bleken niet zo ideaal als gedacht. Vanuit het verlangen naar meer rust, ruimte en uitdaging voor de paarden kwam uiteindelijk het Paddock Paradise tot stand. De voormalige groepsstallen doen nog steeds dienst als schuilstal, hoewel de paarden hier maar zeer mondjesmaat gebruik van maken. “We hebben een houtwal rondom waar de paarden beschutting kunnen vinden tegen zon en regen. Op de heuvels zie je ze het vaakst staan. Ook in de zomer als het heet is; lekker wind vangen. In de schuilstallen komen ze eigenlijk alleen als we nieuw stro hebben neergelegd, dan komen ze even kijken en wat van het stro knabbelen.”
Ruwvoer in grove netten
Ruwvoer wordt onbeperkt buiten in overdekte voerstations aangeboden. In de voerstations gaat een baal voordroog, met daaroverheen een net met mazen van tien bij tien centimeter. Deze grootte is bewust gekozen. “We begonnen met wat kleinere mazen, maar merkten dat ze daardoor te veel aan het voer stonden te trekken. Dat zag onze dierenarts ook terug in de gebitten. Ook ging de conditie van sommige paarden achteruit. Dus zijn we overgestapt op grovere netten, zodat ze echt volle happen ruwvoer kunnen nemen en er toch niet te veel naast de bakken valt.”
Verschillende ondergronden
Ook over de bodem van het Paddock Paradise is nagedacht. “Dat is voor de helft zand dat bij ons in de bodem zat. In droge zomerperiodes maken we dit met een regeninstallatie vochtig, zodat het makkelijk beloopbaar blijft. We willen niet dat het te zwaar wordt voor de paarden. De andere helft van het pad is halfverharding, dus daar zit fijngemalen puin doorheen.” De verschillende ondergronden hebben een positief effect op de hoeven: “In het begin waren we bang dat de hoeven te veel zouden slijten, maar het is mooi om te zien dat de voeten zich aanpassen aan de ondergronden waar ze op lopen.”
Natuurlijk drinken
![]()
Voor de paarden is de poel een schot in de roos: hij wordt volop gebruikt om in te badderen en om uit te drinken. “In de schuilstallen zijn twee verwarmde waterbakken, maar die worden nauwelijks gebruikt”, vertelt IJsbrand. “Als ze op een natuurlijke manier kunnen drinken, doen ze dat.”
Welzijnsaanvulling
Het Paddock Paradise wordt niet jaarrond gebruikt, maar is een ‘welzijnsaanvulling’ in de winter. In de zomerperiode (tot circa 1 november) gaan de paarden 24/7 het gras op. IJsbrand: “We hebben half april de helft van de paarden lekker de wei ingedaan. En de andere helft, waarvan wij denken, daar is het voorjaarsgras nog te voedselrijk voor, die blijft wat langer op het Paddock Paradise. Die paarden krijgen nu overjarig ruwvoer, wat net iets armer en grover is. En we vullen maar twee stations, helemaal achterin. De poel is voorin, dus ze moeten flinke stukken lopen. Zo maken we ook deze paarden klaar voor een zomer op de wei. Want lekker grazend van het sappige gras, zo zien we ze toch het liefst.”
Rustig eten
De ‘matige eters’ van De Paardenkamp staan, net als de paarden die ‘s winters op het Paddock Paradise lopen, in de zomerperiode dag en nacht op het gras. De ‘slechte eters’ staan dan overdag op de wei en worden ‘s nachts op stal bijgevoerd. Nadat deze paarden met een minder gebit zo lang mogelijk van het gras hebben genoten, worden ze in de winterperiode individueel gehuisvest op Vosseveld. Dat wil zeggen dat ze een eigen stal hebben en vier uur per dag – weer of geen weer – met een maatje de paddock in gaan. “De rest van de tijd hebben ze nodig om in alle rust voldoende voedsel binnen te krijgen. In die fase van hun leven vinden paarden het prettig om die rust te hebben”, merkt IJsbrand.
Individueel rantsoen
Als paarden op stal staan heb je bovendien ook goed zicht op wat ze eten. “Dat is op een paddock paradise of op een weiland natuurlijk heel anders”, vertelt IJsbrand. “In een box zie je precies hoeveel elk paard eet en kun je signaleren als hij zijn voer niet op heeft.” Het rantsoen voor de paarden op Vosseveld wordt individueel samengesteld en aangepast. “95 procent van de paarden krijgt kortgehakseld gras van eigen land. Kortgehakseld, omdat hun gebit hen wat in de steek laat. Daarnaast krijgen ze bietenpulp bij en krijgen sommigen nog krachtvoer: een 18 plus-muesli gemengd met tarwezemelen. Om precies te zijn: twee delen 18 plus-muesli, één deel grofgemalen tarwezemelen en dat met water aangelengd tot een Brinta-achtig papje.”
Een dikke laag stro
Op één stal na – hier staat een pony met longproblemen – staan de paarden op Vosseveld allemaal op stro. “Een lekkere dikke laag”, licht IJsbrand toe, “om lekker in te gaan liggen.” Ook hier zit een filosofie achter: “Het mest makkelijk uit en hoewel de mest van deze locatie nu nog wordt afgevoerd, is het voor je weiland ook het beste. Daarnaast willen we ook nog weleens een stukje potstal maken voor paarden die wat moeilijker in de benen komen. En daar is stro geschikter voor dan vlas; dan zie je toch al gauw dat het onderin snel nat wordt. Bovendien krijg je met vlas al snel dat er van die ‘sneeuwvoeten’ van gedrukt worden met de hoeven. Ja, wij vinden stro de prettigste bodembedekker.”
Sociaal contact
Omdat welzijn op de eerste plaats staat bij alle locaties van De Paardenkamp, wordt er veel waarde gehecht aan frisse lucht en sociaal contact op stal. “De bovendeuren zijn altijd open, zodat ze met hun hoofd echt de frisse lucht in kunnen. Echt grote uitzonderingen daargelaten, staan ze allemaal zonder deken. Tussen praktisch alle stallen van Vosseveld zitten tralies, zodat de paarden elkaar kunnen zien, ruiken en aanraken.”
Winterrust voor de wei
De rest van de weides krijgt in de winter rust. En dat is te zien, volgens IJsbrand: “Toen ik hier kwam werken, verbaasde ik mij er al over hoe mooi de weilanden hier erbij lagen. Dat komt door die rustperiode in de winter, en heeft ook te maken met dat we na maximaal twee weken weiden weer een keer maaien voor onze eigen ruwvoerproductie. Omweiden en rust geven is wel een voorwaarde om je wei in goede conditie te houden. Dat komt de gezondheid van de paarden ook ten goede, zeker als je bedenkt dat een bejaard paard ongeveer 20% extra ruw eiwit nodig heeft in zijn rantsoen.”
Kroelen op stal
De stallen op Het Gagelgat zijn, net als op Vosseveld, bedekt met stro. De tussenwanden zijn borsthoog, zonder tralies. “Ze kunnen echt bij elkaar, dat kan niet met een snuffelrooster. Soms zie je wel eens dat de paarden even aan elkaar moeten wennen, maar ze kunnen elkaar wel echt kroelen als ze op stal staan. Nu weet ik niet of een paard daar nog echt behoefte aan heeft als hij al acht uur met een maatje buiten heeft gelopen, maar het gebeurt zeker en dat vind ik toch wel heel mooi om te zien.”
Paddock Paradise
![]()
Het Paddock Paradise op locatie De Birkhoeve is het paradepaardje van De Paardenkamp. Wat nu een vijfenhalve hectare groot paardenparadijs is met een pad van ruim twee kilometer, verschillende voerstations, een poel en een heuvel, is het resultaat van jarenlang experimenteren, bijsturen en verbeteren – alles vanuit de ambitie om de ideale huisvesting te creëren voor vitale senioren met een goed gebit.
Boerderij Vosseveld
Helaas is het Paddock Paradise niet voor alle paarden geschikt; hun gebit moet dermate in orde zijn dat ze genoeg ruwvoer op kunnen nemen. Als dat een probleem wordt, worden de paarden gehuisvest op Boerderij Het Gagelgat of Boerderij Vosseveld. Met vijftig stallen is Vosseveld veruit de grootste van deze twee locaties.
Boerderij Het Gagelgat
![]()
Boerderij Het Gagelgat is met tien stallen de kleinste locatie van De Paardenkamp. Qua zorg noemt IJsbrand het een ‘tussenopvang’: hier wordt geen voer geweekt. In de zomer gaan de paarden – net als alle andere paarden – dag en nacht op de wei en in de winterperiode lopen ze nog hele dagen op het land. “Daar proberen we dus altijd gras te sparen, zodat de paarden de hele winter nog wat te eten hebben. Want gras is altijd goed voor paarden met een minder goed gebit. Het is zacht en voedzaam en toch makkelijk naar binnen te krijgen, ook als het ’s winters kort is. Dan hebben we het over een perceel of drie à vier, voor de paarden van Het Gagelgat en een klein groepje Shetlanders.”
Ziekenboeg en behandelruimte
![]()
Ziekenboeg
![]()
Behandelruimte - Rebel Fotografie
Op zowel Boerderij Vosseveld als Boerderij De Birkhoeve (Paddock Paradise) heeft De Paardenkamp een eigen ‘ziekenboeg’: een grote stal met een dikke laag stro. Naast het tijdelijk huisvesten van zieke paarden, doet de ziekenboeg ook dienst als ruimte om paarden in te laten slapen. “Het is bijna identiek aan de huisvesting waar ze de laatste jaren in geleefd hebben. Dat scheelt heel veel stress met inslapen. Daarbij is de stal is zo groot, dat het maatje mee kan. Het is nooit een leuk moment natuurlijk, maar het is mooi om er een plek voor te hebben waar het op zo’n fijne manier kan.”
Naast een ziekenboeg is er op beide locaties ook een behandelruimte. IJsbrand: “Alle gebitscontroles en behandelingen gebeuren op locaties van De Paardenkamp; een transport naar een kliniek of faculteit, dat doen we onze paarden niet meer aan. Gelukkig heeft onze dierenartsenpraktijk zich in al die jaren goed gespecialiseerd in oudere paarden en kunnen we best veel diagnoses hier op locatie stellen. Maar als het behandeltraject te complex wordt en er geen kwaliteit van leven meer is, dan nemen we afscheid. Op tijd ermee stoppen hoort ook bij goede zorg voor dieren.”
Tekst: Suzanne Vlieger-Admiraal | Foto’s: De Paardenkamp, Anouschka Canters, Heleen Schenk, Harry Kleine




























