
Lennie de Haan over haar 25 jaar oude Lady: “Ze ziet mij als haar personeel”
Community Recreatie Oudere paardenTwintig jaar geleden kocht Lennie de Haan haar Hannoveraanse merrie Lady. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk. Al zou Lady dat waarschijnlijk anders formuleren. Deze merrie heeft namelijk een karakter waar je u tegen zegt. Want waar Lennie dacht een paard te kopen, was Lady ervan overtuigd dat zíj er personeel bij kreeg. We laten het duo aan het woord.
Op slag verliefd
Twintig jaar geleden ging Lennie op zoek naar een nieuw paard. "Ik wilde een achtjarige ruin die tenminste op M-niveau had gelopen", vertelt ze. Maar het werd iets anders.
Toen ze het terrein op liep van een springstal waar ze vroeger had gewerkt, werd ze op slag verliefd op Lady. Een vijfjarige merrie die net drie maanden onder het zadel was. "Ik ging puur op mijn gevoel af. Sommige paarden hebben van die zachte ogen. Dat heeft zij. Ze was geen acht, geen ruin en liep niet M-dressuur, maar ik besloot toch voor haar te gaan.”
Niet zonder slag of stoot
Makkelijk was de kennismaking niet. "Toen Lady uit de trailer werd geladen, kwam er een herdershond aan. Voor ik het wist stond mijn nieuwe paard een dorp verderop", lacht Lennie. "Ik heb haar nog een hele poos moeten vangen in het weiland. Meestal kreeg ik haar niet eens te pakken."
En als het rijden dan begon? "Dan stond ze zich zo druk te maken dat de vonken van haar hoefijzers vlogen. Mensen vroegen: ga je daarop? Maar ze deed nooit lelijk. Ze heeft nooit gebokt of gesteigerd. Ze was alleen supersnel.”
Lady bevestigt dat ze die eerste dag bewust duidelijkheid schiep. “Ik liep uit de trailer, keek eens rond en ging ervandoor; een prima kennismaking, wat mij betreft. Mijn personeel dacht daarna een paard te hebben gekocht. Ik wist beter: ik had er personeel bij gekregen.”
“In het weiland liet ik me meestal niet vangen. Als ze wilde longeren, rende ik terug naar stal. De trailer? Daar hebben we wekenlang discussies over gevoerd. En als ze wilde rijden… Steigeren en bokken deed ik nooit. Dat ligt onder mijn niveau. Maar een beetje drama vooraf, dat hoort er wat mij betreft gewoon bij.”
Het bos in
De wedstrijdsport bleek niks voor het tweetal. "We zijn één keer op wedstrijd geweest. Toen schrok Lady van de spiegel", vertelt Lennie. Dus koos ze een andere weg. "We zijn het bos in gegaan. Dat werd echt ons ding."
Daar is Lady het mee eens: “Zodra mijn personeel eenmaal in het zadel zat, was het goed. Gas erop. Remmen deden we later wel.” En toen een dierenarts na de diagnose kissing spines voorstelde haar in te laten slapen, was het Lennie die dwars ging liggen. “Mijn personeel zei: ik laat jou toch ook niet inslapen? Een uitstekend antwoord, vond ik.”
Elkaar gered
Het bijzonderste hoofdstuk kwam toen Lennie haar merrie door omstandigheden weg moest doen. Niet omdat ze dat wilde, maar omdat ze geen andere optie had. Vier jaar lang stond Lady bij een kennis. “Toen ik de mogelijkheid weer had, kocht ik een nieuw paard. Maar die gaf mij niet hetzelfde gevoel als Lady.”
“Uiteindelijk heb ik gevraagd of ik haar terug mocht nemen. Bij het weerzien floot ik naar haar en keek ze meteen op. Sindsdien houdt ze me altijd in de gaten. Ik denk dat onze band alleen maar sterker is geworden door die periode.”
Lady vertelt het met meer gevoel dan ze zou toegeven: “Ik wachtte vier jaar, en toen stond mijn personeel er ineens weer. Sindsdien loop ik dicht achter haar aan, alsof ik bang ben dat ze weer verdwijnt. Maar dat doet ze niet. Mijn personeel zegt vaak dat ik haar heb gered. Al denk ik dat dat andersom ook zo is.”
Grote plannen heeft Lennie niet meer. "Mijn doel is Lady in zo goed mogelijke conditie oud laten worden. Het buitenrijden blijft leuk, maar als zij dat ooit niet meer wil, stoppen we ermee. Ze is meer een maatje geworden dan een paard.”
Toch blijft Lady opmerkelijk fit voor een paard van haar leeftijd. En dus kocht Lennie nog een nieuw zadel voor de merrie. “Onlangs rende ik voor de komst van de zadelmaakster nog tien minuten rondjes om mijn mens heen, gewoon om even duidelijk te maken dat er te weinig gereden wordt.”
“Mijn personeel noemt zichzelf mijn eigenaar. Dat vind ik schattig, maar inmiddels weten we allebei hoe het echt zit. Zij is meer mijn personeel, dan dat ik haar paard ben.”
Bron: Bit & Cap




























