-

Zweepgebruik sluit niet altijd aan op leerwijze paard

Arnd Bronkhorst

Rij je met zweep of liever zonder? Gebruik je alleen een zweep bij longeren of ook onder het zadel? En wannéér gebruik je je zweep precies: hoe pas je ‘m toe? Recent Brits onderzoek maakt duidelijk dat veel ruiters dénken te weten hoe je een zweep juist gebruikt, maar dat dit niet altijd aansluit op de manier waarop paarden onze hulpen interpreteren. 

Naar verwachting

De Britse onderzoekers Dr.Jane Williams en Dr. Kirstin Spencer komen met een tweetal nieuwe onderzoeken naar zweepgebruik in de (Britse) dressuur- en springsport. “De eerste vraag die we onze respondenten stelden was eenvoudig: ‘gebruik je een zweep en zo ja, hóe gebruik je deze?’ Uit de antwoorden die wij ontvingen werd ons duidelijk dat een ruime meerderheid (72%) van de respondenten met regelmaat een zweep meeneemt op buitenrit, tijdens een gewone training of in een les. Men geeft aan die zweep voornamelijk te gebruiken als middel om de hulpen, op milde én eenmalige wijze, te bekrachtigen”, stelt Williams. Tot dusver een antwoord zoals je dat van veel ruiters kunt verwachten. “Echter wanneer wij de respondenten vroegen wat exacter te zijn, blijkt dat het zweepgebruik toch niet altijd aansluit bij de wijze waarop paarden leren”, aldus Williams.

Timing

Dr. Kirsten Spencer duikt in haar studie dieper in het daadwerkelijke gebruik van een zweep op concours en komt met resultaten die het pijnpunt van Williams verder kunnen onderschrijven. “Een half jaar lang hebben we bijna 300 B-, L- en M-combinaties bestudeerd tijdens hun springparcours. Ongeveer 76% van de ruiters reden de ring binnen met een zweep, waarvan 14% de zweep ook daadwerkelijk gebruikte tijdens de ronde. Opvallend – en wellicht jammerlijk – genoeg vonden we een overduidelijke link tussen het gebruik van de zweep en het aantal fouten dat in de ring werd gemaakt. Het gebruik van de zweep werd doorgaans slecht getimed, zeker wanneer je de cognitieve vaardigheden en de wijze waarop een paard leert in acht neemt”, aldus Spencer. 

Hoe paarden leren

Om erachter te komen waar het in de praktijk bij veel ruiters (en misschien bij jou ook wel) fout gaat, moeten je weten hóe een paard jouw aanwijzingen precies interpreteert. Afhankelijk van hoe je een zweep benut, kan een paard het gebruik ervan als een aanwijzing óf juist als een straf interpreteren. Net als bij een beenhulp of een teugelophouding, draait alles om druk geven en druk loslaten. Door het geven van druk instrueer je jouw paard richting een bepaalde gedraging: zodra hij dat gedrag vertoont laat je de druk los, wat het paard interpreteert als een beloning. Met een zweep bouw je druk op door je paard meermaals lichtjes met de zweep aan te raken en dit vol te houden tot het paard de gewenste reactie geeft, waarna je meteen ophoudt met de aanraking. Op die manier kan een zweep een heel handig hulpmiddel zijn om de hulpen richting je paard te verfijnen, zowel onder het zadel als bij grondwerk. Hoe vaker je dit oefent, hoe sneller je paard begrijpt wat je met de geringste aanraking van hem verwacht. Alles draait daarbij om consequent zijn en om een perfecte timing. 

Wantrouwig

“Dit is doorgaans niet wat in de praktijk gebeurd. Hoewel de meeste ruiters het principe van druk geven en druk loslaten middels een beenhulp correct toepassen, werd de zweep tijdens ons onderzoek daarentegen vooral als corrigerend middel gebruikt. Bijvoorbeeld door een paard een tik te geven na een weigering’”, stelt Spencer. 

Met een tik geef je een paard een aanwijzing waarmee hij niets kan: het ligt niet in het cognitieve vermogen van het paard om een link te leggen tussen het krijgen van een tik en het niet mogen weigeren van een hindernis. Paarden die vaker aangetikt worden na een weigering zullen wellicht minder weigeren, maar doen dat eerder uit wantrouwen voor de ruiter (en de zweep) dan uit welwilligheid om samen te werken.

Bron: International Society for Equitation Science (ISES)

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant