-

Paardrijden goed voor ontwikkeling van kind

Arnd Bronkhorst

Paardrijden is niet alleen goed voor het lichaam, maar ook voor de geest. Japanse deskundigen hebben onderzoek gedaan naar de manier waarop paardrijden invloed kan hebben op het leerproces van kinderen. Hieruit bleek dat de kinderen die paardreden beter in staat waren bepaalde opdrachten uit te voeren na een rit in tegenstelling tot de kinderen die dit niet deden.

Al eerder is er onderzoek geweest naar de voordelen van paardrijden, en hoe deze effect hebben op mensen. Professor Mitsuaki Ohta van de Tokyo University of Agriculture wilde met het onderzoek de resultaten van eerdere testen gebruiken om meer te weten te komen. “We willen ons verdiepen in de eerdere resultaten omdat deze gefocust waren op de fysieke gezondheid en mentale effecten.” Hier wordt nog aan toegevoegd dat naast de fysieke voordelen die we allemaal kennen, zoals sterkere buikspieren en bovenbenen, er nog veel meer mentale voordelen zijn zoals het verkrijgen van meer zelfvertrouwen, een betere zelfreflectie en de mogelijkheid dat het paardrijden het leerproces van kinderen verbetert.

Het onderzoek

De kinderen die meededen aan het onderzoek werden ingedeeld in drie groepen: een groep die paardreed, een die wandelde en een die volledige rust nam. Vóór en na de activiteit kregen de kinderen een aantal opdrachten. De resultaten van voor en na het rijden, rusten of wandelen werden na afloop naast elkaar gelegd. Door de bewegingen van het lichaam van het paard tijdens het rijden wordt het sympathische zenuwstelsel van de ruiter geactiveerd. Dit zenuwstelsel zorgt ervoor dat het lichaam inspannende acties kan ondernemen zoals rijden, maar ook opdrachten oplossen. Niet ieder paard beweegt op dezelfde manier. De gangen van het ene paard zullen het sympathische zenuwstelsel meer activeren dan van het andere.

Conclusie

De kinderen die een rit hadden gemaakt op de rug van één van de paarden konden beter omgaan met de de opdrachten waarbij ze de gepaste reactie moesten laten zien in verschillende situaties. Ook op het gebied van zelfbeheersing stonden deze kinderen sterker in hun schoenen. Dit waren de Go/No-go opdrachten. Bij de rekenkundige vraagstukken was het verschil tussen de drie groepen miniem. Volgens Professor Ohta komt dit door de lage moeilijkheidsgraad van de rekensommen. “Tijdens de Go/No-go opdrachten wordt het sympathische zenuwstelsel meer aangesproken en zien we ook grotere verschillen.”

Bron: Horsetalk.co.nz

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant