-

Zeven vragen over het gebruik van graasmaskers beantwoord

Arnd Bronkhorst

Hoe heerlijk het ook is dat je paard in de vroege lente weer de wei op kan: het komt ook met enig risico. Dat lekkere groene gras zit propvol suikers, waardoor overgewicht, hoefbevangenheid en koliek op de loer liggen. Wanneer jouw paard hier gevoelig voor is en omdat niet op de wei zetten nou eenmaal geen optie is, heeft je wellicht baat bij een graasmasker. Maar hoe laat je een paard aan zo’n masker wennen? Zeven belangrijke vragen beantwoord.

1. Wat doet een graasmaker?

Een graasmaker beperkt de opname van gras aanzienlijk. Het werkt als het ware als een ‘draagbare’ slow-feeder, waarbij het paard over een periode van drie uur tijd gemiddeld 79% minder gras tot zich kan nemen. Het voorkomt dat de microben in het maagdarmstelsel van het paard ‘op hol slaan’ door al het suikerrijke groene gras dat in de lente groeit. Wanneer microben ongestoord kunnen smullen van dit suikerrijke gras, produceren ze een gigantische hoeveelheden endotoxinen, wat de PH-waarde van het spijsverteringsstelsel verhoogt, met koliek en hoefbevangenheid tot gevolg. Paarden met insulineresistentie of PPID lopen door hun zwakkere metabolisme daar nog eens extra risico op.

Met een masker een paard niet alleen veel minder, maar doet hij er ook langer over. Hierdoor kun je jouw paard zonder zorgen langer de wei op laten, wat natuurlijk weer zo zijn positieve uitwerking op zijn fysieke en mentale gezondheid heeft. 

Het is superbelangrijk om het gewicht van je paard, goed in de gaten te houden. Met een graasmasker op reduceer je niet alleen de suikeropname, maar natuurlijk ook de calorieopname. Te dik is niet goed, maar je wil natuurlijk ook niet dat je paard te erg vermagerd door het masker. Je kunt het gewicht van je paard iedere week controleren, dat hoeft niet op een weegschaal, maar kan ook met een meetlintje en een rekenmachine! 🙂

2. Is een graasmasker zielig?

Nee, een graasmasker is niet zielig. Hoefbevangenheid, overgewicht en koliek is wél zielig. Van koliek kan in veel gevallen relatief snel herstellen, maar hoefbevangenheid kan grote gevolgen op de lange termijn hebben. Het duurt soms weken of maanden voor een paard om hiervan te herstellen, terwijl sommige paarden pas na jaren of zelfs nooit meer volledig de oude worden.

Wanneer je jouw paard op een goede manier laat wennen aan het masker en het masker ook consequent om laat, zal hij jou het omdoen van dat masker vast niet kwalijk nemen. 😉



3. Hoe ik mijn paard aan een graasmasker wennen?

Je kunt je paard niet zomaar uit het niets een graasmasker om doen en de wei in gooien. Veel paarden vinden zo’n masker de eerste keer maar raar, waardoor je hem moet leren dat hij gewoon kan eten. Bit heeft een simpel drie-stappenplan voor je:

Stap 1

Doe het masker om wanneer je paard op de poetsplaats of op stal staat. Beloon hem uitvoerig wanneer hij dit braaf accepteert. Geef vervolgens een snoepje door het gaatje van het masker, waarmee je jouw paard duidelijk maakt dat hij kan eten door dat kleine gaatje. Herhaal dit voor een paar minuten, enkele dagen achter elkaar. Leer hem op die manier dat het dragen van dat masker hartstikke leuk is!

Stap 2

Laat je paard aan de hand grazen. Geef hem de tijd om uit te vinden hoe hij het beste het gras kan afbijten. Kies wanneer je dit doet bij voorkeur een strook met gras dat nog niet te kort is (dan is de beloning te klein), maar ook niet te lang (dat is moeilijker om vast te pakken). Bij het grazen aan de hand kun je meteen controleren of het masker goed zit. Herhaal dit opnieuw voor een paar dagen, tot je paard doorheeft hoe het spelletje werkt.

Stap 3

Zet je paard de eerste keer wat korter op de wei dan gebruikelijk. Maak deze tijd geleidelijk langer. Op die manier help je niet alleen een extra handje om zijn spijsverteringskanaal te laten wennen, maar laat je jouw paard ook wennen aan de nieuwe manier van grazen. Erg belangrijk: zorg ervoor dat het paard vanaf deze stap áltijd zijn masker aan heeft wanneer hij de wei op gaat. Geen uitzonderingen!

Wil je jouw paard op een goede manier laten wennen aan het masker, maak er dan een positieve ervaring van. Sommige paarden kunnen gefrustreerd raken, dus wees daarop bedacht en coach hem er doorheen. Het is allemaal voor ’n goed doel!

4. Moet een paard het graasmasker áltijd aan?

Het is belangrijk dat je paard het graasmasker áltijd aan heeft wanneer hij de wei op gaat. Hiermee voorkom je dat je paard als een gulzig varkentje zijn buik volpropt wanneer hij het masker even niet om heeft.  Je paard zal snel genoeg leren dat masker betekent: naar de wei. Wanneer je hierin consequent bent, zal je paard ook minder geneigd zijn om allerlei capriolen uit te halen om het masker uit te trekken.

Sommige (zeer gevoelige) paarden moeten het masker jaarrond dragen. Gras bevat namelijk niet alleen veel suiker in het voorjaar, maar ook wanneer het warm en zonnig is in de zomer. Ook in de herfst kan de suikerwaarde van het gras pieken. Uit onderzoek blijkt dat daarnaast de hormoonhuishouding van paarden in de herfst meer schommelt, wat invloed heeft op hun metabolisme en daardoor reageert op suikerpieken. De herfst kan daarom in sommige gevallen zelfs gevaarlijker zijn dan de lente.

5. Zijn graasmaskers alleen voor ‘dikke, oude koudbloeden’?

Hoewel koudbloeden en oude paarden inderdaad gevoeliger kunnen zijn voor hoefbevangenheid, kunnen ‘jonge, magere warmbloedpaarden’ net zo goed een graasmasker nodig hebben. Ieder paard kan heftig reageren op de plotselinge verandering van rantsoen wanneer hij de wei weer op gaat. Ook wanneer je paard van een relatief kaal weiland naar een weiland met groen lentegras verhuist, is het aan te raden om na te gaan of hij misschien profijt heeft van een graasmasker. Hoefbevangenheid en koliek beperkt zich niet tot dikke paarden of koudbloeden: het kan ieder paard overkomen. 

6. Hoe ziet een goed passend graasmasker eruit?

Er zijn heel veel verschillende graasmaskers op de markt, gemaakt uit allerlei verschillende materialen. Er zijn zelfs een aantal adresjes die gespecialiseerd zijn in het aanmeten van een goed graasmasker, waar je terecht kunt bij twijfel.

In de regel moet het paard tijdens het grazen genoeg ruimte om zijn neus hebben en de kin moet niet tegen het masker komen. De onderkant van het masker moet parallel aan de grond komen. Op die manier kan het paard zijn neus recht op de grond drukken en het gras door het gaatje afbijten. Een goed passend masker mag niet schuren. Is je paard toch gevoelig voor kale plekjes, kies dan voor een masker met een stukje voering van wol of neopreen.

Een erg belangrijke tip bij het kiezen van het juiste graasmasker: kijk of de omtrek van het masker in de waterbak van je paard past. De meeste graasmaskers kunnen zonder problemen gebruikt worden bij automatische drinkbakken. Maar mocht je paard een ander drinksysteem hebben (zoals een vlotterbak of een weidepomp), check dan altijd even je paard goed bij het water kan!

7. Kan een graasmasker worden vast gemaakt aan een normaal halster?

Nee, liever niet. Natuurlijk kun je een graasmasker aan een normaal halster bevestigen, maar dit wordt sterk afgeraden. Kies liever voor een veiligheids- of zogenaamd ‘breakaway’-halster. Deze halsters zijn zo gemaakt dat het halster bij gewoon gebruik prima blijft zitten, maar wanneer het paard ergens aan vast komt te zitten het halster makkelijk los schiet. 

Er bestaan ook halsters die een schuifje hebben bij het gedeelte bij de keel, waardoor je ‘t halster net iets beter onder de kaak kunt bevestigen. Hierdoor voorkom je dat je paard het masker heel makkelijk over zijn oren af kan doen. 

Bron: Pro Equine Grooms, Journal of Equine Veterinary Science

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!