Maarten Ducrot door Lotty van Hulst
Maarten Ducrot door Lotty van Hulst Foto's: Lotty van Hulst

Column Maarten Ducrot: Is een paard nu wel of niet om op te rijden?

Welzijn Column Opvallend

Halverwege de reis met mijn dochter door de paardenwereld had ik het voor elkaar. Mijn paard was stuk. Echt stuk. Drie jaar daarvoor had ik een paard gekocht met de bedoeling ervaring op te doen met het houden van een eigen paard. Met die ervaring zou ik mijn belofte van tien jaar eerder kunnen inlossen. Ik had mijn dochter namelijk plechtig beloofd: ‘Jij krijgt van mij een paard, maar dan moet je wel eerst kunnen paardrijden’. 

Vanaf dat moment stond ik drie keer per week in een stinkende manege om mijn dochter in staat te stellen die kunst onder de knie te krijgen. Ik besloot zelf mee te doen, en topsporter als ik ben, timmerde ik fanatiek op mijn eigen manier aan de weg. Zo borduurde ik voort op wat ik bij veel ruiters om me heen zag: paardrijden leer je door veel te oefenen op je techniek. Een groot aantal hulpmiddelen staan je daarbij ten dienste, van sporen tot bitten en wat dies meer zij. Het paard is je instrument waarmee je je vaardigheid als ruiter kunt demonstreren. 


Nou, dat zou ik wel eens even laten zien. Toen Pocholo bij mij op stal kwam had ik hem binnen drie jaar zeer gehoorzaam, 150 kilo lichter, helemaal afgestompt en voortdurend geblesseerd. Ik besloot er iemand bij te halen die me door een kennis was aangeraden als ‘paardenfluisteraarster’. Zij keek een minuutje of vijf naar Potje, voelde aan zijn benen, buik en rug en vroeg toen: ‘Wie rijdt er op dit paard?’ ‘Ehhh, ikke’, zei ik aarzelend want ik voelde wel dat diegene een ontzettende eikel moest zijn. ‘Dan zou ik er maar eens een half jaar niet op gaan ...’

Dat werd de omwenteling. Aanvankelijk had ik grote weerstand: ‘als een paard niet bereden kan worden is hij kennelijk niet geschikt als rijpaard.’ Gelukkig wees mijn vrouw me erop dat een paard geen fiets is. Voor het eerst leerde ik echt naar Pocholo te kijken als een levend wezen dat fysiek niet in staat was me te dragen en mentaal daarom helemaal niet meedeed maar alleen maar gestrest raakte. Dochterlief was zo onder de indruk van wat zich afspeelde in dat half jaar dat ze de vraag opwierp: ‘Moeten we eigenlijk wel op een paard gaan zitten als hij daar zo slecht tegen kan?’ Zij vond een tijdlang van niet. 

Ook ik had mijn twijfels, maar toen ik eenmaal leerde te denken vanuit het paard en zijn ontwikkeling, en de kennis vergaarde om die te kunnen zien, dan wordt je opdracht als ruiter Potje te laten weten dat je hem ziet en ook een vraag voor hem in petto hebt, wetend hoe je die zo duidelijk mogelijk en boven enige twijfel verheven, overbrengt. Daarna, let op de pauze, geef je het paard de kans daarop te reageren. 


Je geeft je paard de gelegenheid te zoeken naar het juiste - of niet-juiste! - antwoord. Dat doe je door durven los te laten met je hand (to yield with your hand, ik weet daar geen goede vertaling voor). Hij komt dan tevoorschijn en gaat met je meedoen. De connectie die er dan is wordt vaak gecorrumpeerd door de ruiters uit mijn oude paradigma die uiteindelijk toch het gewenste plaatje willen produceren. 

Maar als het je lukt er met je handen vanaf te blijven zul je het echte plezier ervaren van hoe een levend wezen tot de hoogste graad van perfectie met je wil samenwerken en zonder dwang tot de hogeschoolbewegingen aan toe met je mee gaat. Je laat hem toe in al zijn glorie te schitteren. Hoe goed jij dat als ruiter kunt, vertelt hij je zelf. En ook of hij eigenlijk wel is om op te rijden. 

Maarten Ducrot

Maarten Ducrot door Lotty van Hulst
Maarten Ducrot door Lotty van Hulst