-

Waarom ‘weitje wisselen’ voor een gezonder grasland zorgt

Arnd Bronkhorst

De tijd dat je in je handjes mocht klappen wanneer je paard een halve dag of langer de wei op mocht is lang gepasseerd: iedereen weet dat weidegang cruciaal is voor de gezondheid van je paard. En: hoe langer, hoe beter. Maar hoe zorg je ervoor dat het weiland van je paarden niet ‘uitgeput’ raakt? Door regelmatig van weide te wisselen: dat kan zelfs – en is juist heel verstandig – wanneer je niet zo heel veel grond tot je beschikking hebt.

Opdelen

Door een groot weiland op te delen in kleinere weides en deze om en om te begrazen tot het gras nog maar zo’n 10 tot 15 centimeter lang is. In de tijd dat de paarden op het andere weitje staan, heeft het gras kans om weer aan te groeien. Zeker in het najaar en de winter, wanneer gras minder hard groeit en het land makkelijk wordt vertrapt is het belangrijk om je weiland regelmatig rust te gunnen.

Paarden zijn selectieve grazers: dat betekent dat ze alleen de grassprieten eten die ze ‘t lekkerste vinden en waar ze het makkelijkste bij kunnen. Dat is goed terug te zien in het relief van een paardenweide dat onophoudelijk wordt begraasd. Daar waar paarden moeilijk bij kunnen of waar ze zogenaamde ‘mestplaatsen’ vormen staat het gras kniehoog en groeien veel kruiden. Paarden gebruiken daarnaast vaak dezelfde routes om te bewandelen, waardoor er daar kale ‘straatjes’ in het gras ontstaan.

Een ander groot voordeel van regelmatig omweiden is dat je goed controle kunt houden over het grasaanbod aan paarden die gemakkelijk dik worden. Daarnaast biedt het kans om ongebruikt grassland te hooien, om zo jezelf in de winter van je eigen hooi te kunnen voorzien. 

Verspilling

Dat is eigenlijk ontzettend zonde van het beschikbare gras, zeker wanneer je maar weinig land in gebruik hebt, iets wat in het propvolle Nederland eerder norm dan regel is. Paarden begrazen zo’n 50 tot 60 procent van het beschikbare gras en vertrappen de overige 40 tot 50 procent: dat is best aanzienlijk! Wanneer het erg nat is of juist heel droog neemt het percentage van ‘verspild’ gras juist alleen maar toe.  

Van nature grazen paarden niet selectief, maar doorgaans ook veel meer dan nodig. Daarbij bijten paarden het gras af, in tegenstelling tot runderen die hun tong gebruiken. Daarmee grazen ze het meest voedselrijke gras in korte tijd helemaal af. Het is zodoende niet alleen belangrijk voor de gezondheid van je grasland om een oogje te houden op de begrazing, maar ook voor je paard. 

Om de grassprieten in je weiland blij te houden, moet je de plantjes de kans geven bij te groeien, maar ook de tijd gunnen om zijn wortels opnieuw te versterken. Door begrazing wordt het plantje namelijk een beetje losgetrokken, waardoor wortels kunnen beschadigen. Krijgt het gras deze kans niet, dan sterft het op den duur af.

Wormencyclus

Een iets kleinere weide stimuleert paarden om wat meer moeite te doen en ook de sprieten af te bijten waar ze wat minder makkelijk bij kunnen. Wissel je regelmatig van weide af, dan verhoog je niet alleen de grasproductie maar verlaag je ook de aanwezigheid van wormen. Omdat er feitelijk minder vaak gemest wordt op hetzelfde stukje grond, komen paarden nauwelijks nog in contact met hun eigen mest (en krijgen daarnaast ook niet de kans om mestplaatsen te vormen). Tegen de tijd dat de paarden weer terug komen in hun eerdere weitje, zijn de uitwerpselen al lang vergaan. Wie verstandig is, mest het weiland daarnaast ook nog uit, om daarmee verzuring te voorkomen den de wormencyclus te doorbreken. Voorkomen is beter dan genezen, zeker gezien parasieten alsmaar resistenter worden tegen ontwormingsmiddelen. 

Om het grasland (en de onderbreking van de wormencyclus) een handje te helpen kun je nog iets doen: het inscharen van andere diersoorten in de weitjes die op dat moment niet door paarden worden benut. Schapen voorkomen verstikking van de zode en begrazen mestplaatsen. Dat is niet alleen mooi omdat ook dát gras wordt benut: schapen eten daarmee ook de paardenwormeitjes op, die afsterven in de maag van een schaap.

Opties

Er zijn echter nog wat opties naast omweiden. Neem strookbegrazing. Daarbij krijgen paarden gedurende het seizoen steeds een nieuwe strook gras aan hun wei toegevoegd. Strookbegrazing kent echter één groot nadeel. In alle gulzigheid zullen de paarden zich op dat ene strookje gras storten, waardoor het gras korter dan kort wordt afgegraasd en de bodem meer aangestampt wordt dan nodig. Dit geeft de kans voor onkruid om te groeien. De enige manier om dat te voorkomen is door het aantal uren begrazing op een nieuwe strook te beperken. 

Andere paardenhouders verkiezen en begrazen van de twee lange zijden van een rechthoekige wei: het voordeel hiervan is dat paarden best een stukje moeten lopen om op vers gras uit te komen. Een beetje meer beweging kan natuurlijk nooit kwaad!

Bronnen: Bitmagazine.nl, Savvy Horsewoman.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant