-

Thermoregulatie bij paarden

Thermoregulatie Arnd Bronkhorst

Hoe houdt een paard zichzelf warm in de winter? En ook belangrijk: hoe koelt hij zichzelf weer af na inspanning? Paarden zijn net als mensen warmbloedig. Dat betekent dat ze een interne productie en regulatie van warmte hebben. Zo hebben ze een constante lichaamstemperatuur tussen de 37,2 en 38 graden. Dit proces heet thermoregulatie. Dr. Carolien Munsters van Moxie Sport legt uit hoe dit werkt.

Hoe werkt thermoregulatie?

Het paardenlichaam produceert warmte om op te warmen of geeft warmte af aan de omgeving om af te koelen. Op deze manier houdt het paard de lichaamstemperatuur op peil. Dit heet thermoregulatie. Thermoregulatie wordt geregeld door zweten, ademhaling, bloedcirculatie en vacht. Bij koud weer vernauwen de bloedvaatjes onder de huid zich, waardoor er minder warmte van het bloed aan de omgeving afgegeven wordt. Daarnaast gaan de haren van de vacht een beetje overeind staan. De lucht die tussen de haren blijft staan, zorgt voor een isolatielaag. 

Comfortzone

Het is belangrijk om een paard in zijn comfortzone te houden als het gaat om zijn lichaamstemperatuur. Wij mensen vinden een buitentemperatuur van 20 tot 22 graden aangenaam, maar deze temperatuur is voor paarden vaak al te hoog. Een paard voelt zich namelijk het prettigst bij een temperatuur tussen de -5 en 15 graden. 

Inspanning

Tijdens inspanning wordt het paard warm. De spieren worden actief en daarbij ontstaat heel veel warmte. Deze warmte moet het paard kwijt. Daarom wordt bij inspanning het koelmechanisme van het lichaam in werking gesteld. De bloedvaten verwijden zich, waardoor er meer warmte uit het bloed aan de omgeving afgegeven wordt. Een belangrijk koelmechanisme is zweten. Het zweet verdampt op de huid, waardoor warmte wordt onttrokken aan de huid en het paard afkoelt. 

Paarden verschillen op het gebied van thermoregulatie erg van mensen; paarden zijn slechtere warmteregulatoren. Door hun grote massa (lichaamsgewicht) en in verhouding relatief kleine huidoppervlakte kunnen paarden hun warmte moeilijker kwijt aan de omgeving en warmen ze meer op dan een mens bij gelijke inspanning. Als een paard zijn warmte niet goed kwijt kan, stijgt de lichaamstemperatuur. Een te hoge lichaamstemperatuur zorgt ervoor dat processen in het lichaam verstoord worden. 

Afkoelen na inspanning

Omdat een paard eerder te warm wordt dan te koud, komt het in de Nederlandse winters eigenlijk niet voor dat een paard na inspanning te veel afkoelt. Om te voorkomen dat een paard te warm wordt na inspanning, moet je je paard al actief gaan helpen met afkoelen rond temperaturen van 20 tot 25 graden en hem in de winter fijn buiten uitstappen of uitdraven als cooling down. Het is bij het afkoelen echter wel belangrijk om na te gaan of het paard geschoren is of niet, want bij een geschoren paard moet het feit dat hij geen vacht meer heeft natuurlijk wel gecompenseerd worden als hij echt helemaal is afgekoeld. Dan leg je bij het paard een deken op. Bij een paard dat niet geschoren is, is dat niet nodig, maar je moet wel eerst zorgen dat hij voldoende is afgekoeld en uitgestapt voordat je hem terug in de wei of op stal zet. 

Let daarnaast op dat je juist niet te snel een paard een deken op doet! Als er stoom van je paard afkomt dan heeft hij het warm en is een deken zeker nog niet nodig. Je helpt hem dan om hem zonder deken nog wat beweging te geven in stap of draf, zodat hij eerst goed zijn warmte kwijt kan voordat hij een deken op krijgt.

Dekens 

Zodra wij het zelf koud krijgen, krijgen de meeste paarden een deken op. Paarden kunnen zich echter goed aanpassen aan de omgevingstemperatuur en hebben dus in principe boven de 15 graden geen deken nodig. Als een paard verder niet regelmatig en veel in het zweet wordt gereden, en dus niet geschoren wordt, is het zelfs helemaal niet nodig om een paard een deken op te leggen in de winter. De Nederlandse winters zijn vaak zacht genoeg om voor gewone gezonde paarden hun temperatuur prima te regelen. In sommige gevallen hebben paarden daarentegen wel een deken nodig om zich warm te houden. Jonge, zieke of oude paarden bijvoorbeeld, omdat ze hun lichaamstemperatuur zelf minder goed kunnen regelen. Daarnaast maakt het veel verschil of een paard een dikke wintervacht heeft of niet en of het paard geschoren is.

Toch maken veel paardeneigenaren gebruik van dekens, bijvoorbeeld om te voorkomen dat het paard een dikke wintervacht krijgt. Hierdoor droogt hij sneller op na het trainen. Ook worden veel paarden in de winter geschoren, zodat ze makkelijker afkoelen. Houd er zoals al eerder genoemd werd rekening mee dat je paard zich niet meer kan aanpassen aan de omgevingstemperatuur als je hem geschoren hebt, en een deken dan dus noodzakelijk is. 

Als je gebruik wilt maken van dekens, kun je het beste de dikte van de dekens aanpassen op de temperatuur. Begin met een dunne deken en schakel naar dikkere wanneer het kouder wordt. Schakel vervolgens ook weer terug naar dunnere dekens wanneer het weer warmer wordt. De beste manier om te voelen of je paard het te warm of te koud heeft, is door met je hand onder de deken achter de schoft te voelen. Voelt het daar koud, kun je overwegen om een dikkere deken op te doen. Voelt het klam, dan heeft je paard het waarschijnlijk te warm. 

Tot slot

Voor het welzijn van het paard is het belangrijk dat je als eigenaar weet hoe het paard met zijn warmte omgaat. Zo kun je hierop inspelen tijdens de herfst en winter en maak je het je paard zo aangenaam mogelijk. 

Bronnen: www.moxiesport.nl & Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant