-

Sharon May-Davis: ‘Botten liegen nooit’

botten paard
Ekaterina Grishina

The Bone Lady is haar bijnaam. De Australische Sharon May-Davis vindt het een compliment. Ze verricht als een soort ‘CSI’ sectie op overleden paarden. Dat klinkt luguber, maar ze is van mening dat je verder moet kijken. “Door wat ik heb ontdekt, heb ik meer paarden gered dan dat ik heb ontleed.”

Paarden zijn unieke atleten. Op het moment dat wij op hun rug gaan zitten, beïnvloeden we de manier waarop ze bewegen. Biomechanica is volgens Sharon het kijken naar belemmerende factoren, waardoor paarden hun natuurlijke bewegingen niet meer vertonen. “Je vraagt je af wat dat veroorzaakt. Voor mij is biomechanica kijken naar wat normaal zou moeten zijn en wat ik voor mijn neus zie gebeuren. Het heeft lang niet altijd met de ruiter te maken. Het kan een lichamelijk probleem zijn, een aangeboren afwijking bijvoorbeeld. Soms heeft het zelfs te maken met de manier waarop een veulen melk dronk bij de merrie. Sommige merries laten dat slecht van één kant toe, waardoor zo’n veulen zijn spieren scheef ontwikkelt. Dan wordt hij links- of rechtshandig door de manier waarop hij al die tijd zijn hoofd bewoog. Of er is een probleem dat we niet kennen. Als paarden niet presteren zoals ze zouden moeten, ga je kijken wat er in de weg zit. Je moet daarvoor leren begrijpen wat zuivere beweging is, hoe dat tot stand komt.”

Sharon vindt de stap een ontzettend belangrijke gang om aan te zien hoe een paard biomechanisch in elkaar zit. “En daar moet je al goed naar kijken voor je überhaupt op het paard gaat zitten. Vorige week ontleedde ik een volbloed in Nieuw-Zeeland. Die had een vergroeide wervel, waardoor hij zijn achterhand niet naar één kant kon bewegen. Mensen hadden hem geprobeerd op de renbaan. Ik zag daar een filmpje van, het was vreselijk om naar te kijken. Hij kon niet normaal lopen.”

Botten onderzoeken

Vanaf haar veertiende sneed Sharon konijnen open om te zien hoe ze er vanbinnen uit zagen. Ze bouwde skeletten na. “En ik had van een oude wijze paardenman geleerd om een paard af te voelen, te palperen. Ik probeerde wat ik in konijnen vond terug te vinden in paarden.” Na een mislukt huwelijk besloot Sharon van haar hobby haar werk te maken. Ze deed diverse cursussen met als doel een plek op de universiteit te bemachtigen. Dat lukte met veel doorzettingsvermogen. Maar wat ze daar leerde, klopte voor haar gevoel niet met wat ze voelde en had gezien bij vrij bewegende paarden. Dus begon ze overleden paarden op te graven om hun botten te onderzoeken. Ook bestudeerde ze skeletten in het Australische museum. Ze vond allerlei aanwijzingen die aangaven wat er mis was met het betreffende paard. “Voor mij was het duidelijk. We begrepen de anatomie van paarden niet goed genoeg.”

Ontleden van paarden

Sharon begon paardenskeletten op te bouwen van losse botten. Het leerde haar hoe ieder onderdeeltje hoorde te zitten. De volgende stap was het ontleden van paarden. Als patholoog, gespecialiseerd in paarden, trok ze over de hele wereld. “Botten liegen nooit. Ze vertellen het verhaal over het leven van een paard. Hoe een paard zijn lichaam gebruikte, kun je terugzien aan het patroon dat die pezen hebben achtergelaten op het bot. Ik ben bezeten van de anatomie. Maar wat we allemaal leren uit de studieboeken, zie ik nooit terug in de praktijk. Er zijn altijd variaties.

Ik heb van de week hier in Nederland een Welshpony hengst ontleed. Hij had een extra ligament aan zijn spronggewricht dat bij zijn knie vandaan kwam. Dat staat in geen één anatomieboek. Ik heb er duizenden foto’s van gemaakt, want ik had zoiets ook nog nooit gezien. Iedereen die erbij was, was verbijsterd. Ik ben slechts de gids, ik kan ook niet alles voorspellen.

Paarden hebben een hoofd, een staart en vier benen. Maar daartussen is het altijd een grote verrassing. Dat maakt mijn werk zo ongelooflijk spannend en boeiend. De week ervoor had ik in Engeland een paard van nog geen twee jaar oud dat wel vijftig kleine melanomen had onder zijn schouderblad. Nou kennen we dat wel van oudere paarden, maar zo jong? Dus ik vroeg aan paardenslagers of ze dat vaker zien. Zij gaven aan dat ze dachten dat dat normaal was bij schimmels. Soms kom ik iets tegen waarmee paarden zijn geboren, en dan zie ik ineens weer iets dat een relatie met hun kleur lijkt te hebben. Hoe beïnvloed een kleur de biomechanica? Zo dus. Het is een grote puzzel.”

Geen verspilling

Voordat ze een paard ontleedt, wil Sharon hem eerst voelen en zien bewegen. Pas daarna wordt hij geëuthanaseerd. Op die manier kan ze de informatie die ze opdoet aan de buitenkant vergelijken met wat ze in het lichaam vindt. “Dat is een belangrijk leerproces. Daarmee kunnen we een verschil maken. Mensen vinden een autopsie eng, maar je moet verder kijken dan het bloed. Paarden worden altijd geëuthanaseerd om een reden. Ik wil hun leven niet verspillen, maar de kennis die ze ons kunnen bieden gebruiken, zodat we daarmee in de toekomst paarden kunnen helpen. Mijn ervaringen probeer ik uit te dragen aan wie het maar wil horen. Ik geloof beslist dat ik daarmee een bijdrage lever aan een beter leven voor paarden. Dat heb ik indertijd beloofd aan mijn lievelingspaard, toen hij in mijn armen overleed. Met de kennis die ik nu heb, had ik hem kunnen redden. Maar het gaat niet om de paarden die dood zijn, het gaat om de exemplaren die ik kan helpen met wat ik doe.”

Oplossing uit natuur

Sharon krijgt van alle kanten paarden aangeboden voor sectie. Mensen willen weten waarom hun lieveling iets niet kon. Maar ze wordt ook gevraagd om naar levende paarden met een probleem te kijken. Door de natuurlijke bewegingen te bestuderen en te voelen met haar handen, probeert ze te definiëren waar beperkingen zitten. Voor oplossingen richt ze zich graag tot de natuur en het gedrag van paarden in het wild. “Uit autopsies heb ik geleerd dat het lichaam enorm compenseert en soms weefsel met weefsel verbindt om een zwakte op te vangen. Maar dat zorgt voor belemmeringen die elders weer problemen geven. Er is lang niet altijd een operatie nodig om zoiets te verhelpen. Vaak kun je met aanpassingen in de leefomgeving of in de training al veel verschil maken. Maar dan moet je wel de origine van het probleem vinden, waar de rest allemaal uit voortkomt.”

Ook een leek kan volgens Sharon definiëren of een probleem te maken heeft met een beperking in het lichaam van het paard of de invloed van de ruiter. “Maak videobeelden als het paard los beweegt. Doe dat ook tijdens het longeren, werk aan de lange teugel en onder het zadel. Zet er dan eens een andere ruiter op. Zoek de verschillen. Kijk van opzij, recht van achteren en recht van voren. Daar ligt je antwoord.”

Slappe hals

Recent heeft Sharon een bijzondere ontdekking gedaan. Althans, ze heeft iets gevonden dat een patroon lijkt. In Australië zijn veel renpaarden, maar in de rest van de wereld ziet Sharon warmbloeden. “Wat mij zorgen baart is de zelfhouding van dressuurpaarden. Het nuchal ligament is een stelsel van banden bovenin de nek dat het hoofd en hals van een paard draagt. Normaal is dat ligament gehecht aan de halswervels C2 tot C6 of 7. Dat is dus bijna de gehele hals. Maar nu heb ik een aantal dressuurpaarden ontleed, waarbij dit ligament niet verder ging dan C5. Daardoor is de hals flexibeler, iets dat waarschijnlijk gewenst is bij dressuurpaarden. Maar hij is ook minder stabiel. En wat geeft dat voor gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld artrose in de wervels? Ik moet hier nog veel meer onderzoek naar doen, maar het is intrigerend.”

‘Geef ze een hoog hooinet in de stal, zodat ze met hun neus naar voren en omhoog moeten staan’

De Australische wijst erop dat de zelfhouding die we in de dressuur willen van een paard een bepaalde stabiliteit vergt van hals en romp. “Ik denk dat je dat kunt trainen door te kijken hoe een paard in het wild leeft en eet. Ze knagen ook aan bomen. Geef ze een hoog hooinet in de stal, zodat ze met hun neus naar voren en omhoog moeten staan. Dertig minuten per dag in die houding maakt al verschil uit. Ik heb het uitgeprobeerd bij meerdere paarden en het werkt. Je neemt hierdoor het gewicht van de voorhand af en verplaatst het naar hun romp. Als paarden grazen, staan ze vaak met één been naar voren. Dat geeft een scheve spierontwikkeling. Paarden die ik hoog heb gevoerd worden rechter. Het heeft verlichting geboden bij problemen met de voorvoeten en bij paarden die moeite hadden om achter het gewicht goed te dragen.”

Schouderbinnenwaarts ontleed
Schouderbinnenwaarts wordt gezien als een waardevolle oefening, een oplossing voor tal van rijkunstige problemen. Maar wat gebeurt er in het paard? Volgens Sharon wordt de oefening zelden correct gereden. “Bij veel paarden wordt met de binnenteugel het hoofd opzij getrokken, waarna ze over de buitenschouder weglopen. De bedoeling is dat ze achter meer gaan dragen, maar meestal is daar geen sprake van. Paarden hebben een bepaalde rompstabiliteit nodig om een goede schouderbinnenwaarts te doen. Zodra de band die over de hele rug en hals loopt net voor de schoft roteert, ben je de juiste balans kwijt. Dat heeft effect op alle spieren die van belang zijn. Je moet in staat zijn om in de beweging los te laten, zonder dat er iets verandert of verloren gaat. En het paard mag in deze oefening beslist niet achter de loodlijn komen. Het hoofd moet naar voren kunnen voor de balans.”

Katrollen & hefbomen

Er zijn meerdere managementfactoren die volgens Sharon een rol spelen en waar meer aandacht aan moet worden besteed. Ze onderzocht een paard dat moeite had met buigen naar links. Die bleek in een stal met een buitenluik te staan, met aan de rechterzijde een buurman. Ze waren constant met hun hoofden aan het klooien. “Als je dat hele dagen naar één kant doet, is het niet zo gek dat de andere kant stijf wordt. Ruil regelmatig van stal en je hebt een ander paard. We zien paarden als de prachtige dieren die ze zijn. Maar als je ze ontleedt, blijft er een systeem van katrollen en hefbomen over. En als je naar de sterkte en zwakte van die onderdelen kijkt, dan kun je die vaak met kleine dingen bijstellen. Alsof je de motor van een auto afstelt. Het enige is dat je soms de ruiters ook opnieuw moet afstellen…”

‘Als je niet weet waar je op rijdt, hoe kan je dan verwachten dat je een paard hele complexe bewegingen foutloos kunt laten uitvoeren?’

Ruiters die het maximum uit hun paard willen halen, doen er volgens Sharon verstandig aan zich te verdiepen in de biomechanica. En dat gaat verder dan wat er gebeurt tijdens het rijden. “Als je niet weet waar je op rijdt, hoe kan je dan verwachten dat je een paard hele complexe bewegingen foutloos kunt laten uitvoeren? Neem een dier dat bij je verwachtingspatroon past. Paarden hebben bijvoorbeeld niet allemaal hetzelfde aantal rugwervels. Dat loopt uiteen van zeventien tot negentien. Als ik een endurancepaard wil hebben, zoek ik er eentje met de meeste wervels, want die heeft meer ruimte en dus longcapaciteit.”

Hyperflexie

In de dressuurwereld is veel te doen over de rolkür. Wat heeft Sharon gezien tijdens autopsies bij paarden die zo zijn getraind? “Als een paard in de rolkür-houding wordt gereden, komt er veel druk op het gebied rond halswervel C2 en de nuchal banden in dat gebied, maar ook aan de onderkant van de hals bij C6 en 7. Ik vind daar slijtagepatronen in het bot, artroseachtige veranderingen en ontstekingsreacties die op de zenuwen drukken. Mensen kunnen zeggen wat ze willen, maar ik vind het niet gezond. Zodra je een paard zo laat lopen, komt er meer druk op de voorhand. Ik zie ze liever met hun neus iets voor de loodlijn.”

En wat denkt ze van het gebruik van slofteugels? “Ik beken schuld, ik heb dit hulpmiddel vroeger ook gebruikt. Maar het was voor mij niet logisch dat ik de slofteugel nodig had voor iets wat een andere ruiter gewoon kon op een simpel trensje. Je hebt impuls met de handrem erop, dat slaat toch nergens op? Ik heb de slofteugel nooit meer gebruikt.” Tijdens autopsies pikt ze de slofteugelpaarden er zo uit aan de hand van spierveranderingen bovenin de nek. “Als ik bij levende paarden voel, zijn ze op die plek ook allemaal gevoelig en stijf.”

Sharon doet niets liever dan haar kennis uitdragen. Niet alleen aan professionals als dierenartsen en therapeuten, maar ook aan trainers en ruiters. Ze is aangenaam verrast door het niveau in Nederland en de honger naar meer informatie. Een aantal protegés wordt door Sharon persoonlijk getraind en het is haar hoop dat over de hele wereld bolwerken met diepgaande anatomische kennis van het paard ontstaan.

Biomechanica, een testje
Het begint allemaal met symmetrie. Je hoeft geen deskundige te zijn om goed te leren kijken. Zet je paard vierkant neer, dus met al zijn benen precies in lijn. Loop om hem heen en onderzoek of hij overal hetzelfde is ontwikkeld. Zijn de spieren links en rechts even dik, zitten zijn heupen en andere lichaamsdelen exact op dezelfde hoogte? Sharon wijst erop dat ieder paard, net als een mens, links- of rechtshandig is. Zelfs de kant waarheen de manen hangen, kan verschil uitmaken. Draag maar eens een dag een paardenstaart aan één zijkant van je hoofd. Soms is een paard aan de voorzijde meer gespierd dan achter. Als je hebt gedefinieerd waar de ongelijke ontwikkeling zit, kun je ermee aan de slag om dit te verbeteren. Het mooiste is als je foto’s van je paard maakt en dit elke maand herhaalt, om de verschillen te monitoren.

Bron: Bit 226