-

Meten is weten met de Equinosis Lameness Locator

kreupelheid Diana Verburg

Kreupelheid kan variëren van een nauwelijks zichtbare verandering in het lopen tot een vorm waarbij het paard één of meerdere benen niet kan neerzetten. Er bestaat een meetinstrument die zelfs complexe of zeer geringe kreupelheden zichtbaar weet te maken. Hoe? Dat legt Anne Brünott, Europees Specialist Chirurgie/orthopedie bij paarden en erkend chiropractor, hieronder uit aan de hand van vier praktijkvoorbeelden.

Kreupelheid

Een paard kan niet verbaal aangeven waar de pijn zit. Daarvoor dient een medisch specialist een paard eerst te onderzoeken en te letten op de non-verbale pijnsignalen. Paarden zijn van nature vluchtdieren en zullen dus weinig pijnsignalen geven. Dit bemoeilijkt het onderzoek van een dierenarts, maar daarin is deze getraind om en deze zal via een gestructureerde zoektocht te komen tot de oorzaak van de kreupelheid komen.

Anamnese

Het kreupelheidsonderzoek begint altijd bij een duidelijke anamnese. Een anamnese is feitelijk een soort vragenlijst waarbij de dierenarts wil weten wanneer de klacht begonnen is, welke symptomen de eigenaar opmerkte, wat er al gedaan is voor behandeling en nog veel meer vragen om informatie te krijgen over de precieze klacht. Daarna zal de dierenarts het paard onderzoeken op stand en in beweging. Door te voelen naar pijnlijke plekken, zwellingen en/of warmte krijgt de dierenarts een aanwijzing in welke richting men moet zoeken. Buigproeven kunnen daarbij helpen. Hierbij wordt het been enige tijd gebogen in een geforceerde hoek. Na een minuut mag het paard wegdraven. Nu kan er beoordeeld worden of de buigproef nog een toename van de kreupelheid heeft veroorzaakt.

Maar zoals gezegd, paarden tonen relatief weinig symptomen vanuit hun natuur. Dus zal er voor een precieze lokalisatie het kreupele been verdoofd moeten worden. Als het paard na verdoven aanzienlijk beter loopt, is de bron van de kreupelheid vastgesteld. Vervolgens zal er met behulp van röntgenfoto’s en/of echo een diagnose gesteld proberen te worden. En mocht dit met de standaard diagnostische middelen nog niet zichtbaar zijn, dan kunnen geavanceerde diagnostische middelen zoals: CT, MRI of scintigrafie mogelijk wel uitsluitsel geven.

Equinosis Lameness Locator

Het herleiden van een probleemplek is soms eenvoudig, maar meestal ook helemaal niet. Gelukkig staat de techniek niet stil en biedt het aanvulling op reguliere kreupelheidsonderzoeken. Specifiek om kreupelheden nauwkeuriger te onderzoeken en meetbaar te maken is in Amerika de Equinosis Lameness Locator ontwikkeld.

Sinds april 2019 heeft Anne Brünott in Nederland een Equinosis Lameness Locator tot haar beschikking. Dit systeem helpt bij haar dagelijkse werk. Ze licht toe: “Het systeem gaat mijn werk als specialist en orthopeed niet overnemen, maar kan wel van toegevoegde waarde zijn.”

De toegevoegde waarde van de Equinosis Lameness Locator

Anne licht toe: “Het is een heel nauwkeurig meetinstrument. Door middel van simpel aan te brengen sensoren wordt de mate van kreupelheid uitgelezen en verwerkt op een tablet. Dit maakt het een handzaam en mobiel bewegingsanalyse-systeem. Het apparaat kan zowel op de rechte lijn als aan de longe of onder de man gebruikt worden.”

In de nauwkeurigheid omtrent het uitvoeren van reguliere manieren om kreupelheid op te sporen, helpt dit meetinstrument ook mee. Anne: “Dit meetinstrument is in staat om de beweging van het paard te analyseren voor en na buigproeven en/of verdovingen. Het effect van een verdoving kan nu precies gemeten worden. Dit is de meest betrouwbare manier om te bepalen of dit de bron is van de kreupelheid of niet. Ook monitoring tijdens de revalidatie en het effect van een behandeling na de afgesproken revalidatie fase kan gemeten en geanalyseerd worden.  Dit apparaat biedt dus veel mogelijkheden in het onderzoek en de monitoring van paarden in hun beweging.”

“Een ander pluspunt is dat het meetinstrument onderscheid weet te maken in primaire en secundaire kreupelheid. Het paard kan door een primaire kreupelheid te ontzien, op een andere plek in zijn lijf (been of bovenlijn) een secundaire blessure ontwikkelen. Dit betekent dat je feitelijk meerdere problemen dient op te sporen, en ook meerdere problemen zult moeten behandelen om het paard daadwerkelijk weer gezond te krijgen.

De Equinosis Lameness Locator kan beide problemen afzonderlijk meten en zichtbaar maken. Tijdens het verdere onderzoek kun je beide problemen dus ook los van elkaar onderzoeken, verdoven en diagnosticeren om uiteindelijk een goed compleet beeld te hebben van het paard en zijn blessures.”

Vier praktijkvoorbeelden

Als eerste voorbeeld noemt Anne een behandeling, waarbij ze een paard onderzocht dat ook al door andere specialisten gezien was. Die specialisten zagen een verbetering na een verdoving net onder het spronggewricht en stelden de diagnose oorsprongsdesmopathie (een diepe ontsteking aan de ondersteuningsbanden in de pijp van het been). Anne: “De eigenaren bleven twijfelen of er toch niet meer aan de hand was en kwamen toen bij mij uit. Ik heb het paard gezien en gemeten met de Equinosis Lameness Locator, voor en na dezelfde verdoving onder het spronggewricht. Na de verdoving bleek de kreupelheid maar deels verdwenen: de afzet-kreupelheid was geëlimineerd door de verdoving, maar de impact-kreupelheid was nog wel aanwezig. We zijn verder gaan zoeken en vonden ook een SI-probleem. Het paard is zowel voor de oorsprongsdesmopathie als de SI-klachten behandeld.”

Het tweede voorbeeld heeft te maken met het terugwinnen van vertrouwen dat een paard of pony echt weer fit is om belast te kunnen worden. “De eigenaar van dit paard was na verschillende blessures en lang revalideren nogal onzeker geworden. Natuurlijk wilde ze mij graag op mijn woord geloven toen ik zei dat het paard echt goed was. Maar, toen de meting met de Equinosis Lameness Locator aangaf dat het paard rad was, durfde ze pas echt weer lekker zorgeloos te gaan rijden.”

Maar ook bij monitoring van patiënten bewijst het apparaat zijn waarde. Als derde voorbeeld draagt Anne namelijk aan: “Een paard van een klant is 2 jaar geleden gediagnosticeerd met spat. Daar is ze met succes voor behandeld, maar nu voelt de eigenaresse toch iets onregelmatigs als ze rijdt. De instructrice ziet echter niet wat de eigenaresse voelt. Nu vroeg de eigenaresse zich of het zinvol was om nieuwe foto’s te maken. We hebben het paard eerst onderzocht met de Lameness Locator en zagen inderdaad weer een terugkeer van de klinische spat. Het klinisch beeld is namelijk leidend en veel informatiever dan lukraak foto’s maken van een bekende aandoening.”

Het vierde voorbeeld betreft een onderzoek dat nog moet gaan plaatsvinden, maar waar al wel een gerichte vraag gesteld wordt. Anne: “Binnenkort ga ik ook een paard onderzoeken waarvan bekend is dat het een chipfragment in de kogel van het voorbeen heeft zitten. De eigenaar wil wel opereren, maar alleen als het echt nodig is. Soms vertoont het paard wat onregelmatigheden voor, maar het is nog niet duidelijk of dat wel of niet door het chipfragment komt. Met behulp van de Equinosis Lameness Locator zal ik daar duidelijkheid in kunnen geven.”

kreupelheid

Nieuwe inzichten

Naast de vier bovengenoemde voorbeelden, zijn er nog veel meer toepassingsmogelijkheden in de dagelijkse praktijk waar Anne de Equinosis Lameness Locator bij in kan zetten. Uit die praktijk zullen zeker nieuwe inzichten voortvloeien.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant