-

Haver, chocola voor paarden

Arnd Bronkhorst

Vraag een leek wat een paard eet en het antwoord luidt ‘haver’. Eeuwenlang was haver inderdaad het meest populaire paardenvoer, tot het in het verdomhoekje raakte. Het zou te eiwitrijk zijn, de kalk-fosforbalans wordt erdoor verstoord, paarden worden er alleen maar heet van en essentiële mineralen zitten er niet in. Maar is dat wel waar?

Wanneer haver precies z’n intrede deed als paardenvoer is in de nevelen van de historie gehuld. De Assyriërs schotelden hun paarden andere granen voor en koning Salomon voerde gerst bij. Vechten op alleen een buik vol hooi en stro wilde niet erg. Wel kende men in die tijd ook al gevallen van hoefbevangenheid door het overvoeren van granen. Het spijsverteringsapparaat van paarden is dus door de eeuwen heen niet erg veranderd. Waarschijnlijk deed haver zijn intrede in de Romeinse tijd. Het is een makkelijk te verbouwen gewas, dat weinig eisen stelt aan klimaat, vochtigheid of grondsoort. En het belangrijkste voordeel werd al snel duidelijk: het gaf bij paarden veel minder verteringsstoornissen. Slimme jongens, die Romeinen.

Kauwgedraghaver voeding voer

In tegenstelling tot ‘naaktgranen’ als tarwe, rogge en maïs heeft haver een kafje. Dat vormt 20 tot 35 procent van het gewicht van de korrel. Een flinke schep haver bestaat daarom voor een groot deel aan ballast in de vorm van vezels en dat is een natuurlijke bescherming tegen overdosering.
Het kaf stimuleert het kauwgedrag van een paard. Hij ‘voelt’ dat de inhoud van zijn mond nog niet klaar is om door te slikken met al die scherpe dopjes en begint flink te malen. Vergelijk het maar met een hap volkorenbrood ten opzichte van zacht witbrood. Door het kauwen wordt meer speeksel door de haver gemengd. Bij mensen zorgt dat voor een voorvertering. Bij paarden gebeurt dat niet, hoewel de brij wel wordt voorbewerkt, zodat het later in de maag en de darm makkelijker kan worden omgezet in bruikbare bestanddelen. Ook werkt het speeksel als een glijmiddel.

Minder risico

Haver is voor paarden makkelijker verteerbaar dan andere graansoorten. De voedingsstoffen in de korrel zitten minder ‘vastgepakt’, waardoor enzymen in de dunne darm van een paard goed bij deze koolhydraten kunnen. Ze worden dan meteen opgezet in voedende suikers. Gerst en maïs gaat, zeker in onbewerkte vorm, bijna onaangetast door naar de dikke darm van een paard. Daar storten microben zich op de brij. De warmte stijgt, terwijl de inhoud van de dikke darm zuurder wordt door de verwerking. Dit is dodelijk voor bepaalde microben, die als afvalstoffen door het bloed worden afgevoerd. Een té hoog gehalte geeft giftige reacties, waardoor onder andere hoefbevangenheid kan ontstaan. Gezien de goede verteerbaarheid loop je dit risico met haver niet.

Kan haver huidallergieën veroorzaken?

Het is erg moeilijk om de oorzaak van bultjes op of onder de huid vast te stellen. Haver staat niet bekend als allergie-veroorzaker, maar het kan natuurlijk wel de laatste druppel vormen als er toch al van alles mis is. Maar stress is daarbij een nog veel grotere factor. Een paard dat de hele dag op stal wordt gehouden en slechts een uurtje eruit mag voor een keiharde training krijgt daarvan meer stress en daardoor meer problemen dan van die vijf kilo haver die hij misschien ook nog krijgt.

Dit is slechts een samenvatting van een eerder verschenen artikel uit Bit.

 

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant