-

Gevaren in de herfst voor je paard

De dagen worden korter, bladeren vallen van de bomen en paarden krijgen een dikkere vacht. De herfst is volop in gang. Hoewel de herfst een mooi seizoen is, brengt dit seizoen voor paarden ook gevaren met zich mee. Emmie Giessen van paardenkliniek Wapenveld en IJsbrand Muller, beheerder van De Paardenkamp, geven je informatie om de gevaren voor je paard zo klein mogelijk te houden. 

Mok

Mok is een verzamelnaam voor allerlei huidirritaties en ontstekingen aan de onderbenen van een paard. In natte seizoenen, zoals de herfst, treedt er vaker mok op, omdat de weides en bak vaak nat en drassig zijn. Hierdoor krijgen paarden natte en modderige benen. Vocht en schurende zandkorreltjes tasten de natuurlijke barrière van de huid aan. Hierdoor kunnen bacteriën een ontsteking veroorzaken op de natte benen. 

Emmie Giessen, paardenarts bij paardenkliniek Wapenveld, vertelt: “In de natte seizoenen merken we op de kliniek dat mok vaker voorkomt. Je hoeft hier niet altijd meteen een dierenarts voor te bellen, vaak kun je mok zelf behandelen met bijvoorbeeld wassingen. De paarden met mok die naar de kliniek komen, hebben mok dat niet weggaat, of er ook een dik been, einschuss, bij. Dit gebeurt als de binnengedrongen bacterie niet meer lokaal bij het wondje blijft, maar ook onderhuids een ontsteking veroorzaakt. De lymfevaten, en soms ook bloedvaten, raken dan ontstoken. Vaak loopt een paard dan ook kreupel en heeft het koorts.” 

Om mok te kunnen behandelen moet eerst de oorzaak achterhaald worden. Ontstond de mok doordat de huid week is geworden en er bacteriën naar binnen zijn gekomen, of omdat het paard bijvoorbeeld mijten heeft? Hierna kan er een behandelplan gemaakt worden met bijvoorbeeld zalf, de mok wassen of antibiotica. “Om mok te voorkomen moet je zorgen dat de benen van het paard niet te nat worden, en deze niet te lang nat blijven. Ook op stal is goede hygiëne erg belangrijk om mok te voorkomen. Bij paarden met veel behang aan de benen is het goed om deze in te korten of erg goed op te blijven letten of het vocht hier niet in blijft hangen”, vertelt de paardenarts. 

Rotstraal

Rotstraal is een aandoening die ontstaat als de straal van het paard langdurig nat is door bijvoorbeeld modder of water in de weide/paddock. Bij deze aandoening wordt de middelste straalgroeve van het paard week door de vochtige omgeving van stal of de weide/paddock. Als het hoorn van de hoef week wordt, kunnen bacteriën makkelijk hun weg naar binnen vinden. Hierdoor wordt de straalgroeve steeds dieper en wordt het steeds moeilijker schoon te maken en de infectie te bestrijden. De straalgroeves kunnen zelfs zo diep worden dat paarden kreupel gaan lopen. 

Dierenarts Emmie: “Bij rotstraal is het, net zoals bij mok, erg belangrijk om te zorgen voor goede hygiëne. Deze aandoening kan je het hele jaar tegenkomen, maar bij een natte weide of stal komt het wel vaker voor. Ook is het goed om je paard geregeld te laten bekappen, zodat de hoefsmid de stralen schoon kan snijden. Beweging zou ook goed zijn tegen rotstraal. Als je paard rotstraal heeft, kan de hoefsmid je vaak helpen. Wij verwijzen dan ook vaak door naar een hoefsmid. Hij of zij kan het rotte weefsel uit de straal snijden en heeft middelen om de straal uit te drogen, zodat de rotstraal verdwijnt.”



Zandkoliek

Ook zandkoliek komt in de koude en natte seizoenen meer voor. Omdat het gras korter wordt of paarden naar de paddock verhuizen, krijgen ze meer zand binnen door het eten van kort gras of ruwvoer op de grond. Het zand wordt doorgeslikt en komt in de dikke darm terecht. Hierdoor kan de binnenkant van de darm beschadigd raken of zelfs op spanning komen te staan. Om zandkoliek te voorkomen is het belangrijk om paarden die op een kale weide staan of in de zandpaddock bij te voeren vanuit een hooi ruif of een gladde vloer. Zodat ze tijdens het eten geen zand opnemen. 

“Zandkoliek is iets wat we veel zien in de herfst en winter. Dit komt door de kale weides of paddocks waar de paarden op staan. Als het gras in de wei erg kort is, trekken paarden vaak een klompje zand mee uit de grond, en eten ze dit op. Op de paddock eten paarden vaak hooi (dat bijvoorbeeld gevallen is) van de grond op, waardoor ze ook zand mee naar binnen nemen.” Volgens de dierenarts is het eigenlijk best simpel om zandkoliek te voorkomen: zorg dat paarden ruwvoer bijgevoerd krijgen in de kale wei, zodat ze het gras laten voor wat het is. In een paddock raadt de dierenarts aan om hooi uit een bak te geven, met een betegeld stukje om de bak heen. “Als paarden het hooi dan uit de bak trekken, kunnen ze het vanaf de tegels opeten en krijgen ze veel minder zand binnen.”

De symptomen van zandkoliek lijken in eerste instantie veel op andere koliekverschijnselen. Emmie: “Paarden gaan rollen, schrapen en hebben minder eetlust. Bij zandkoliek zie je ook wisselende dunne mest en soms een verhoogde lichaamstemperatuur. Om darmkoliek te behandelen geven we vaak eerst een darmontspanner en een pijnstiller. Zo maken we het paard zo comfortabel mogelijk. Daarna moet de zand uit de darmen. Dit kan met laxeermiddelen in combinatie met psylliumvezels.

Om erachter te komen of je paard veel zand binnen krijgt, kun je ook zelf een test uitvoeren. “Als je een aantal dagen achter elkaar mest van je paard verzamelt, kun je zien of je paard veel zand in zijn darmen heeft zitten. Dit doe je door meerdere dagen van verse mest de bovenste mestbal te pakken. Deze heeft namelijk nog niet op de zanderige grond gelegen. Doe dit in een doorzichtige zak en voeg water toe. Omdat zand zwaarder is dan mest zakt de zand naar beneden en zie je hoeveel zand er in de darmen van je paard zit. Is dit veel, dan kun je zelf een kuur van psylliumvezels geven. Het kan absoluut geen kwaad om dit af en toe aan je paard te voeren.”

Atypische myopathie

Atypische myopathie is een zeer ernstige, meestal dodelijke aandoening. Het wordt veroorzaakt door het eten van toxine bevattende zaden, bladeren of zaailingen van de esdoorn. Atypische myopathie komt vooral voor in de lente en herfst. 

De dierenartsen van paardenkliniek Wapenveld komen atypische myopathie in de herfst beduidend vaker tegen dan in andere seizoenen. Om dit te voorkomen is het belangrijk om de esdoornbomen in de wei, maar ook in de buurt van de wei, te verwijderen. De zaailingen van de esdoorn kunnen namelijk door de wind best een stuk meegenomen worden. Ook is het belangrijk om veel ruwvoer aan te bieden, zodat paarden niet op zoek gaan naar ander eten en dan misschien giftige bladeren eten. 

“Atypische myopathie is een spierziekte. Paarden gaan trillen, zweten, worden stijf en er ontstaat spierzwakte. Ook een hoge ademhaling is een symptoom. Helaas zijn er geen antistoffen voor deze aandoening en kunnen we het paard alleen ondersteunen. Omdat een paard veel spierafbraak meemaakt, is het beter het paard niet te vervoeren. De dierenartsen komen dus naar het paard toe om ondersteunende therapie te geven. Dit zijn infusen om de gifstoffen te verdunnen, de nieren door te spoelen en de spierafbraak uit het bloed te filteren. Ook kunnen er aminozuren voor de spieropbouw en pijnstilling gegeven worden. Het is belangrijk een paard met een spierziekte warm te houden en rust te geven. De prognose is niet goed, dus het is belangrijk om er snel bij te zijn.”

Eikelvergiftiging

In de herfst vallen de eikels van de bomen. Paarden vinden eikels vaak niet lekker, maar zullen deze wel eten als er niet veel anders te eten is. Een grote hoeveelheid eikels eten is giftig voor je paard. Het stofje tannine maakt de eikels en eikenbladen giftig. 

Emmie vertelt: “Wij zien een eikelvergiftiging eigenlijk bijna nooit, het is erg bijzonder. Als een paard genoeg te eten heeft, zal hij niet snel eikels gaan eten. Ook zijn een paar eikels niet zo gevaarlijk gelukkig. Paarden reageren erg verschillend op de stoffen van eikels. Mocht een paard toch een te grote hoeveelheid binnen hebben gekregen, dan moet de dierenarts, net als bij veel vergiftigingen, het paard ondersteunen met vloeistoffen. Dit om de gifstoffen uit te dunnen en te zorgen dat het paard niet te veel vocht verliest.”

“Als paarden in de herfst en winter diarree hebben, is de oorzaak soms lastig te achterhalen. Dit kan zand in de darmen geweest zijn, maar bijvoorbeeld ook het eten van eikels. Vaak komen we hier niet achter, maar het zou dus goed kunnen dat dit dan eikels zijn geweest.”

Horzellarven

Je kent de gelige horzeleitjes wel die je in de warmere seizoenen vooral op de benen van je paard tegenkomt. Als deze horzeleitjes door je paard worden opgelikt, komen ze in de mond terecht. Daar zijn de larven die in de herfst uit de eitjes komen erg gevaarlijk. 

Op de paardenkliniek in Wapenveld komen ze in de herfst veel paarden tegen die deze eitjes hebben opgelikt. “In de mond van de paarden komen de eitjes uit. De larven die hier uit komen gaan in de tong en slijmvliezen van je paard rondkruipen, voordat ze door het paard doorgeslikt worden en in de maag terecht komen. Dit zorgt voor irritaties. Het is dus erg belangrijk om deze eitjes weg te halen, zodat paarden er in de herfst geen problemen van gaan ondervinden. Ook raden wij aan om na de eerste nachtvorst te ontwormen. Dan zijn er geen levende horzels meer en kunnen er dus geen nieuwe eitjes gelegd worden.”

Paddock Paradise 

Paarden die in de herfst veel buiten staan, zoals de paarden in een Paddock Paradise, hebben meer risico op herfstproblemen. De Paardenkamp in Soest heeft een groot Paddock Paradise, waar paarden 24 uur per dag buiten in een kudde staan. IJsbrand Muller, beheerder van De Paardenkamp, vertelt: “Eigenlijk hebben wij niet zo veel last van herfstproblemen in ons Paddock Paradise. We hebben het Paddock Paradise zo ingericht dat het water dat valt, gelijk wegloopt. Dit door de glooiing in het gebied. Hierdoor kunnen de paarden altijd droog staan en liggen en hebben we dus ook geen last van modder. Dit ligt natuurlijk wel aan de ondergrond die je hebt. Wel zijn we in de herfst wat alerter op mok bij de paarden die hier erg gevoelig voor zijn.”

“We hebben geen esdoornbomen in de buurt staan, maar de weilanden grenzen wel aan eikenbomen. Er vallen dus veel eikels in de wei. Omdat de paarden onbeperkt ruwvoer krijgen, merken we dat ze de eikels laten liggen. Gelukkig hebben we hier dus niet echt problemen mee. Wel houden we dit goed in de gaten. Mochten de paarden toch interesse gaan tonen in de eikels en er veel van gaan eten, dan zullen we een lint moeten plaatsen, zodat ze er niet meer bij kunnen.” 

De paarden kunnen schuilen in twee grote stallen, maar bij De Paardenkamp merken ze dat hier eigenlijk weinig gebruik van wordt gemaakt. “Paarden voelen zich over het algemeen buiten veiliger dan binnen. Onze paarden staan veel op de heuvel, bij de bosrand. Hier hebben ze overzicht, eten en kunnen ze schuilen. In onze schuilstallen ligt expres geen ruwvoer, om de paarden niet te triggeren om veel binnen te gaan staan. We hebben buiten 7 voerplekken. Dit stimuleert het lopen naar eten, iets wat in een schuilstal minder zou gebeuren. Deze voerplekken hebben een verharde ondergrond, zodat wanneer de paarden ruwvoer van de grond eten, ze geen zand binnen krijgen. Hierdoor hebben we eigenlijk nooit last van zandkoliek. Mensen hebben vaak meer problemen met de herfst dan paarden. Voor de paarden hoort dit seizoen er gewoon bij. Het herfstweer in Nederland is ook niet zo koud of slecht dat de paarden het niet aankunnen.” 

In de herfst zijn ze bij De Paardenkamp druk bezig met de paarden voorbereiden op de winter. “We proberen de omstandigheden zo natuurlijk en optimaal te maken als voorbereiding op de winter. We proberen ze zo goed mogelijk in conditie te krijgen en de aanmaak van de wintervacht te stimuleren. In de zomer kunnen de paarden iets bijtanken. Hierdoor is het niet erg dat ze in de koudere maanden iets inleveren aan energie en gewicht. Dit is natuurlijk gedrag, en dat proberen we bij De Paardenkamp dan ook zo veel mogelijk te kopiëren, waar het kan natuurlijk”, vertelt IJsbrand. 

Tips tegen herfstproblemen

  1. Zorg dat paarden altijd een plek hebben waar ze droog kunnen staan en liggen. Maak ook zelf de hoeven van je paard regelmatig schoon en droog als deze nat zijn geworden.
  2. Haal de modder regelmatig met een handdoek van de benen van je paard af. Zo hebben bacteriën minder kans. Als je regelmatig de benen en hoeven van je paard schoon en droog maakt, ontdek je eventuele infecties als mok en rotstaal sneller. 
  3. Trek de korstjes van de mok nooit los. Dit is pijnlijk voor het paard en irriteert de huid.  
  4. Heeft je paard lange sokken? Kort deze wat in. Zo blijft de nattigheid minder in de kootholtes zitten. 
  5. Zorg dat je paard zo natuurlijk mogelijk buiten komt, ook in de koudere maanden.
  6. Zorg dat je paard niet te veel zand binnen krijgt. Dit kan door een verharding bij de voerplek te creëren, of het gevallen ruwvoer vaak op te ruimen, zodat de paarden geen kans krijgen het op te eten.
  7. Zorg voor bescherming op koude en gure dagen. Bijvoorbeeld met een schuilstal of een bomenrij.
  8. Laat de hormoonhuishouding van je paard zijn gang gaan. Zorg dus dat een paard weet welk seizoen het is, zodat de hormonen bijvoorbeeld een wintervacht aan kunnen gaan maken. Als je bijvoorbeeld het hele jaar door om dezelfde tijd het licht in de stal uit doet, weet een paard niet wanneer het buiten donker is en zal het geen wintervacht aan gaan maken. 
  9. Geef paarden in de koudere maanden ook genoeg beweging. Stimuleer ze ook om zelf te lopen als ze buiten staan. 
  10. Houd het gebit van je paard goed in de gaten, zodat het in de herfst genoeg ruwvoer binnen kan krijgen om zichzelf warm te houden. 

Bron: Bitmagazine.nl

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!