-

En stretch! 5 yoga-oefeningen voor je paard

Frank Sorge, Arnd Bronkhorst, Daniëlle Wassink-Braat

Een soepeler en leniger paard dat beter in balans is en een beter lichaamsbewustzijn (proprioceptie) heeft: daar heb je ook profijt van met rijden. Hoe je dat doet? Met yoga! Met de volgende vijf oefeningen laat je je paard stretchen. En nee, ook je paard kan zich niet in een keer dubbelvouwen. Stapje voor stapje kun je een leniger paard ontwikkelen.

Als we op ons paard zitten, belemmeren we hem altijd in zijn bewegingsvrijheid. Natuurlijk kan je paard nog heel veel met jou op je rug, maar in vrijheid is zijn reikwijdte vaak veel groter. Doordat wij erop gaan zitten halen we een paard uit zijn natuurlijke balans. Een paard moet gaan compenseren om ons te kunnen dragen. Denk maar aan het dragen van een zware rugzak, dan gebruik je ook andere spieren dan wanneer je zonder rugzak zou lopen. We trainen de spieren van ons paard, omdat we een gymnastisch paard willen dat ons kan dragen.

In balans

De spieren houd je soepel door afwisseling in training. Stretchen hoort daarbij. Paardenmasseur Daniëlle Wassink-Braat van Equi-Move is er dan ook voorstander van dat we ons paard aan de hand stretchen. Ze noemt het yoga voor je paard, omdat je zijn spieren weer in balans brengt. En daarmee het hele fysieke gestel van je paard.

Blessure

Voordat je deze oefeningen doet, moet je er zeker van zijn dat je paard deze ook aankan. Raadpleeg bij twijfel een dierenarts of je behandelend specialist. Als een paard bijvoorbeeld artrose heeft in zijn hals of een peesblessure aan zijn voorbenen, zul je bepaalde oefeningen beter niet of in mindere mate kunnen doen. Als je de oefeningen een keer samen doorneemt met de behandelaar van je paard, weet je of je paard ze goed uitvoert.

Warme spieren

Een ander belangrijk punt is dat je paard zijn spieren warm moeten zijn. Ga eerst tien minuten stappen aan de hand, longeer even of doe de oefeningen na het rijden. Als de spieren koud zijn, kunnen deze oefeningen averechts werken, doordat je spieren overbelast of verrekt.

Houd rekening met je paard

Voor alle oefeningen geldt: ga zover als je paard kan. Probeer hem niet te overvragen. Als je de oefeningen vaker doet, kun je beetje bij beetje verder gaan. Maar niet alle paarden zijn even lenig, dus wees tevreden met wat je paard kan. Overdrijf niet. Het ene paard kan nu eenmaal verder dan het andere, vanwege bijvoorbeeld een atletischere bouw dan het andere paard. Je moet rekening houden met leeftijd, lichaamsbouw en zijn fysieke toestand van dat moment.

Vierkant

Een voorwaarde voor het uitvoeren van de oefeningen is dat het paard zo goed mogelijk vierkant staat. Zo verdeelt hij zijn gewicht het beste en houdt hij zijn balans. Ook kun je hiermee peilen of hij zich aan beide zijden even ver inspant. Voer de oefeningen langzaam uit en houd ze een paar seconden aan ( maximaal 5 seconden). Gebruik als hulpmiddel een paardensnoepje, biks of een wortel. Ga je paard niet forceren door bijvoorbeeld aan zijn hoofd te trekken. Hij moet het zelf doen.

Oefeningen om te stretchen:

1. Hals richting schouder

Hoe?

Dit is een redelijk simpele oefening, maar niet elk paard doet het even makkelijk. Let op dat het paard zijn hoofd niet kantelt. Zoals bij alle oefeningen: ga langzaam te werk. Breng de spieren langzaam op rek. Houd de oefening een paar seconden vast op het punt waar de grens van jouw paard ligt. Doe deze oefening zowel naar links als naar rechts. Speel tussen het schoudergewricht en de elleboog. Houd ook die hoogte aan.

Goed voor?

Deze oefening is goed voor de soepelheid van de hals en de halsspieren op lengte brengen.

2. Giraffenek

Hoe?

Ga op een verhoging, zoals een krukje staan en houd een snoepje zo hoog mogelijk boven het hoofd van je paard. Laat het hem langzaam pakken en probeer je paard een seconde of vijf in deze houding te laten staan. Let op dat hij zijn hoofd recht voor zijn lichaam houdt. Je kunt deze oefening vergelijken met het eten van blaadjes van hoge boomtakken. Dat doet een paard dus in de natuur ook. Je kunt deze oefening ook variëren door het snoepje wat naar links of naar rechts te houden. Een alternatief van deze oefening is om je paard zover mogelijk met zijn hals naar voren te vragen, terwijl hij zijn hoofd op borsthoogte houdt. Je paard moet daarbij op dezelfde plek blijven staan.

Tip: hang een wilgentak zo hoog mogelijk in de stal van je paard, zodat hij zelf deze stretch kan uitvoeren.

Goed voor?

Het op lengte brengen van de onderlijn van je paard. Je stretcht hiermee de nekspieren, onderhalsspieren, de buikspieren en de borstspieren. En je stimuleert de rompstabiliteit.

3. Laag opzij, richting spronggewricht

Hoe?

Vraag je paard zijn hals te buigen in de richting en de hoogte van het spronggewricht. Let op: het is niet de bedoeling om het spronggewricht daadwerkelijk te raken. Sommige paarden blijven met hun hoofd ver van hun lichaam af. Dat is helemaal niet erg. Kijk hoever je paard kan. Stop zodra je paard gaat verstappen of als hij een been optilt. Dat betekent dat hij moeite heeft met deze oefening en gaat compenseren. Dus ga niet verder dan dat punt. Ook voor deze oefening geldt: doe hem beide kanten op. Een variatie op deze oefening is door je paard laag opzij naar zijn voorvoet te buigen. Dan pak je vooral de lange rugspier mee.

Goed voor?

De buikspieren, deze worden hierbij aangespannen, de buitenlijn van het paard wordt op rek gebracht en je maakt je paard soepeler om in te buigen. Ook werkt deze oefening mee aan het ontwikkelen van de rompstabiliteit en het soepel maken van de algehele wervelkolom. De psoas-groep wordt ook aangesproken met deze oefening.

4. Hoog opzij richting ‘valse heup’

Hoe?

De valse heup is het harde bot wat uitsteekt aan de zijkanten boven de flank van je paard. Vraag je paard bij wijze van spreken werveltje voor werveltje, dus begin met de eerste halswervels achter zijn hoofd, opzij. Veel paarden willen volgens Daniëlle hun eerste wervels niet meenemen en gaan dan al snel kantelen met hun hoofd. Er kan een blokkade aanwezig zijn, dan is het zinvol om je paard eventueel te laten nakijken. Voor deze oefening geldt hetzelfde als bij laag opzij: ga zover als je paard kan, niet verder.

N.B. Op de foto gaat het paard heel ver, nog verder dan zijn valse heup.

Goed voor?

De rompstabiliteit en je brengt alle spieren van de hals  op lengte. Doordat je verder gaat dan bij oefening 1, breng je ook de rugspieren op rek.

5. Tussen de voorbenen door

Hoe?

Let op dat je een niet gladde ondergrond hebt waarop een paard zijn balans kan houden. Vraag je paard rustig met zijn neus tussen zijn voorbenen door. Je kunt variëren: op kniehoogte of op koothoogte met zijn neus. Kijk hoever je paard kan komen, maar overdrijf het niet. Bij deze oefening ligt nog meer dan bij de andere overstrekking op de loer. Elk paard doet deze oefening op zijn eigen manier. Sommige paarden gaan op de punt van hun hoef staan. Dat geeft niet, zolang ze maar hun balans houden. Beter is het als ze hun hoeven vlak op de grond houden.

Goed voor?

Met deze oefening breng je de schoft omhoog en laat je de rug bol worden, waarmee je hem oprekt in zijn bovenlijn. Ook de buikspieren, de lange rugspier en de psoas-groep worden aangesproken met deze oefening. En tevens weer de rompstabiliteit.

Succes

Veel succes! We zijn benieuwd naar de foto’s!

Lees ook:

Bron: Bitmagazine.nl

 

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant