-

Elastische hulpmiddelen geven altijd druk

Lonneke Ruesink

Zijn elastische teugels of hulpteugels van elastiek een prettig fenomeen voor paarden? Het was één van de vragen tijdens het Seminar Teugeldruk Meten in Lunteren. Professor Hilary Clayton ging erop in tijdens haar vermakelijke verhaal over de begindagen van de teugeldrukmetingen en de Engelse gedragsdeskundige Hayley Randle deed er een onderzoek naar.

Hilarisch beeldmateriaal van een assistent, meehollend met een paard dat op een volte werd gereden, zette de toon bij professor Hilary Clayton. De aimabele en zeer deskundige Amerikaanse beschreef hoe ze experimenten probeerde uit te voeren met een meetinstrument vóór het wifi-tijdperk. Het was de taak van de assistent om de kabel vast te houden. Clayton worstelde al enige tijd met vragen over teugeldruk. “Ik wilde weten hoeveel druk een ruiter heeft. Wat is het verschil en wat gebeurt er echt als je als ruiter denkt dat je gelijke druk hebt, terwijl de instructeur zegt van niet?” Als wetenschapper vroeg ze zich af hoe ze deze gegevens zou kunnen gebruiken om het welzijn van paarden te verbeteren.

Inmiddels heeft Menke Steenbergen van Centaur een handig mobiel apparaatje ontwikkeld, waardoor er steeds meer meetgegevens zijn. Maar toen Hilary Clayton met haar provisorische apparatuur aan de slag ging, schrok ze aanvankelijk. “Ik verwachtte een soort constante druk. Maar het ging zo op en neer dat ik dacht dat er iets mis was gegaan. Ik registreerde in galop drukpieken van wel tien kilo, afgewisseld met bijna geen gewicht.” De golfbeweging bleek echter te kloppen. Duitse wetenschappers die met hetzelfde bezig waren, kwamen met vergelijkbare resultaten. En zij registreerden dat de gemiddelde maximale druk per rijstijl nogal verschilde. Zo werden in het westernrijden drukpieken tot slechts twee kilo gemeten, terwijl bij dressuur acht kilo het gemiddelde was.

Vertraagde hefboom

Gegevens zijn leuk, maar wat heb je eraan? Clayton besloot de grafieken met metingen te koppelen aan video-opnames van het paard, zodat je in één oogopslag kunt zien wat een bepaalde druk met het paard doet. Het leverde antwoorden, maar ook weer nieuwe vragen op. Clayton wilde weten hoe de pieken en dalen in druk werden veroorzaakt. Uit de beelden bleek dat het lichaam van een paard in draf op en neer beweegt. Het hoofd en de hals gaan mee, maar steken als een soort hefboom vóór het lichaam uit. “Het is een zwaar gedeelte, wel tien procent van het lichaamsgewicht. Dus de zwaartekracht heeft invloed. Dat trekt deze massa nog naar beneden, als het lichaam alweer omhoog komt. Pas als de spieren van de bovenlijn aanspannen, worden het hoofd en de hals mee omhoog getild. Het volgt dus, maar enigszins vertraagd. En we zagen ook dat het paard in het zweefmoment zijn neus naar voren duwde. De beweging zie je terug in de hoeveelheid teugeldruk.”

Wie neemt druk?

Als je een teugeldrukmeter gebruikt, wordt de druk op het bit gemeten. Maar wat niet duidelijk wordt, is of deze druk door de ruiter wordt veroorzaakt of door het paard. Die kan immers ook aan je trekken. Om dat uit te sluiten, besloot Clayton metingen aan de longeerlijn te doen, zonder ruiter. Ze gebruikte bijzetteugels voor drie houdingen: een ‘normale’ dressuurhouding, te diep tot zo’n tien centimeter achter de loodlijn en ruim tot tien centimeter vóór de loodlijn. In de normale houding was de gemiddelde maximale druk die het paard nam zo’n drie kilo en liep deze terug naar nul. In de te diepe houding bleef er altijd een bepaalde basisdruk van een paar gram en liepen de pieken op tot vijf kilo. In de lossere houding was er minder druk, maar het golfpatroon van pieken en dalen bleef, waarmee duidelijk werd dat dat dus niet van de ruiter uitgaat.

Elastiek

In de rijkunst wordt een constante, elastische verbinding als ‘heilig’ beschouwd. Is dat voor een paard het meest prettig? De meetgegevens die Clayton tot dat moment had, gaven een ander beeld. Met een bijzetteugel zonder ruiter constateerde ze een golfbeweging van toenemende en afnemende druk. Ze besloot het nogmaals te proberen met elastische bijzetteugels. “De maximale druk was minder, maar het ging nooit helemaal terug naar nul. Dat is trouwens bij een goede ruiter ook zo. We hebben een soort minimum contact nodig voor een vloeiende communicatie. Het is alsof je in een auto rijdt. Als het stuur teveel speling heeft, kan je niet subtiel inwerken. Dat is bij een paard net zo. Dus van helemaal los naar heel veel druk is niet prettig. In de praktijk komen paard en ruiter tot een soort overeenstemming wat ze een fijne hoeveelheid druk vinden. Als het diagonale benenpaar op de grond komt in draf, stijgt de druk.”

Is een elastische teugel een wenselijk hulpmiddel met positieve effecten op het welzijn van een paard? Daarvoor liet gedragsdeskundige Hayley Randle dertig ruiters vanaf de grond druk nemen op gewone teugels en elastische exemplaren, die aan een paal waren bevestigd. “Ik wilde de invloed van de bewegingen van het paard op de metingen uitsluiten en hun welzijn niet in het geding brengen, mocht er iemand ineens een ruk geven.” Ze vroeg de ruiters ‘normale’ druk te nemen en daarna een overgang van stap naar halt na te doen. Ook liet ze de deelnemers naar de meetgegevens kijken en 2,5 kilo op elke hand nemen. Op een signaal moesten ze deze druk zo snel mogelijk loslaten.

Tijdens het ‘normale’ rijden hadden de ruiters bij de gewone teugel meer druk dan bij de elastische. Dat draaide volledig om bij de overgang. Bij het druk wegnemen duurde het met de elastische teugel veel langer voor de meter op nul uitkwam. De conclusie van Randle was dat elastische teugels volgens de leertheorie van paarden niet wenselijk is. Het wegnemen van druk is een vorm van beloning voor een paard, waardoor hij het gedrag dat hij daarvoor deed zal herhalen. Bij elastische teugels is de ‘loslaatreactie’ vertraagd.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant