-

Deze 5 tips helpen je bij het kiezen van het perfecte bit

Lisa Dijk

Enkel- of dubbelgebroken? Een bustrens of toch een watertrens? Gewoon argentaan of toch een appelbitje? De keuze in bitten is enorm. Maar wat is nou het beste bit voor jouw paard? Heeft je paard eigenlijk wel een bit nodig? En hoe kom je erachter waar je paard het fijnste op loopt? Je kunt nooit alle bitten in de ruitersportzaak uitproberen. Deze vijf tips helpen je hopelijk op weg naar het vinden van het perfecte bit voor jouw maatje.

Tip 1: Investeer in de mond van je paard

Of je nou vooral ritjes in het bos maakt, ment of nou een echte wedstrijdruiter bent: iedereen wil het beste voor zijn of haar paard. Daarom investeren we zo veel geld in uitmuntend voer, een fijn weiland of een goede stal, beenbescherming en een perfect passend zadel. Hetzelfde geldt voor het bit. De mond van je paard is namelijk net zo belangrijk als zijn rug en zijn benen. Laat je keuze voor een bit dan ook niet teveel afhangen van de prijs. Soms kost het juiste bit al snel tussen de 50 en 100 euro. Dat is best een investering, maar laat dat je niet tegenhouden als dat het bit is dat perfect past.

Tip 2: Begrijp wat je paard nodig heeft

Denk eerst aan het mondstuk en dan pas aan de bitringen. Hoe reageert je paard op zijn bit en welk bitje zou ervoor kunnen zorgen dat hij zich ‘beter’ gedraagt? Als je er achter kunt komen waarom je paard bijvoorbeeld sterk wordt in zijn mond of met zijn hoofd schudt, dan wordt het makkelijker om hem te helpen met een bitje dat hem beter past. Soms betekent dat dat je jouw dubbelgebroken watertrens beter kunt omwisselen voor een ongebroken bitje. Misschien vindt je paard een dunner bit prettiger of verkiest hij een tongboog. Of… misschien kun je het bit beter helemaal achterwege laten! Weet je niet goed waar te beginnen? Vraag dan jouw instructeur of een ervaren bitfitter naar zijn of haar mening. 

Tip 3: Hou ’t simpel

Paarden worden al eeuwenlang met bitten gereden en toch slagen producenten erin om steeds weer met iets nieuws te komen. Bijna ieder seizoen komt er wel weer een nieuw soort metaal of kunststof op de markt. Laat je niet overrompelen door het grote aanbod. In principe is aurigan en argentaan niet veel meer dan RVS met een beetje koper. Aurigan bestaat uit zo’n 80 procent koper, argentaan uit 60 procent. Paarden reageren doorgaans meer op de (pas)vorm van een bit dan op het materiaal: begin dus gerust met een simpel RVS bitje voordat je naar een speciale metaalsoort grijpt. Dat gezegd hebbende: een paard dat echt niet goed op RVS reageert, zal ook niet fijn lopen op een bitje van een andere metaalsoort. Wellicht bevalt kunststof hem beter.

Tip 4: Vergeet het hoofdstel niet

Een bit kan alleen zijn werk goed doen in combinatie met een comfortabel, goed passend hoofdstel. Hang het bit op de juiste hoogte (meer dan twee rimpels in de mondhoek is te veel) en zorg ervoor dat de neusriem de bewegelijkheid van de mond niet beperkt. Een paard kan zich nooit ontspannen wanneer zijn hoofd in een hoofdstel vastgesnoerd zit: rimpels en kreukels zijn altijd een indicatie van een niet-passend hoofdstel.

Tip 5: Verwacht minder van het bit en meer van jezelf

‘Waar de rijkunst ophoudt, beginnen de hulpteugels’, die uitdrukking heb je vast wel eens gehoord. Verwacht niet de wereld van een nieuw bit, of zoals bitfitter Bianca Lodeweegs eerder aan Bit vertelde: ‘Toverbitten bestaan niet‘! Een verandering in de uitrusting van je paard zorgt er niet voor dat je paard binnen één dag de sterren van de wereld loopt. Een paardje dat nu netjes een B-proefje loopt, zal nog altijd netjes een B-proefje lopen wanneer hij een bit in heeft dat net wat fijner past. Een comfortabel bit helpt je alleen om je hulp duidelijk door te geven, het is geen middel om je paard een nieuwe hulp te leren. Luister naar je paard en doe je best om een bit te vinden dat ’t beste bij hem of haar past én bij jou. 

Bron: Horse & Hound

Meer lezen over bitfitting? Check onze site PaardenPlein.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant