-

Hoefkatrolontsteking: Wat is het en hoe kun je het voorkomen?

Carlijn Peeters

Hoefkatrolontsteking is een veelvoorkomende aandoening, maar wat is het precies en wat zijn de oorzaken hiervan? Revalidatiedierenarts Karin Leibbrandt legt dit uit en vertelt hoe je dit kunt voorkomen.

Wat is hoefkatrolontsteking?

Over deze vraag zijn de meningen nogal verschillend. Officieel is het een probleem dat ontstaat tussen de diepe buiger en het straalbeentje. Achter het straalbeentje zit een slijmbeurs waar de diepe buigpees soepel overheen moet glijden. Ook zit hier een kraakbeenlaagje en wanneer dit laagje aangetast is, is er van oudsher sprake van hoefkatrolontsteking. “Tegenwoordig is het uitgebreid naar het hoefkatrolsyndroom, omdat er met alle structuren, die bij de hoefkatrol betrokken zijn, iets mis kan gaan. Dat heeft invloed op het functioneren van de hoefkatrol”, vertelt Karin. Wanneer we praten over structuren gaat het om het kroon- en hoefbeen, die samen het hoefgewricht vormen. Maar ook het straalbeentje, de ligamenten die het straalbeentje op zijn plaats houden, de slijmbeurs en de diepe buiger. “Met al deze structuren kan er iets mis zijn en dan spreek je van hoefkatrolsyndroom”, legt dierenarts Karin Leibbrandt uit. “Naar mijn mening betekent het niet direct dat wanneer een paard een slecht straalbeentje heeft, het paard hoefkatrolontsteking heeft. Maar een slecht straalbeentje geeft wel aan dat er wat aan de hand is in de voet, want de kwaliteit van het straalbeentje hangt onder andere af van de belasting en de doorbloedding.” Daarnaast lijkt hoefkatrolontsteking een erfelijke component te hebben met betrekking tot de kwaliteit van het straalbeentje en de constitutie van het paard. Een paard dat namelijk een mooie rechte beenas heeft en waarbij de gewrichten en de hoeven een correcte hoek met de grond maken, heeft minder risico op het ontwikkelen van ondervoet problemen.

Oorzaken

De oorzaken van hoefkatrolontsteking zijn gerelateerd aan een te grote of incorrecte mechanische belasting en /of doordat de doorbloeding in de hoef beperkt wordt en er te weinig bloed door het ligamentje dat van het hoefbeen naar het straalbeen loopt kan stromen. Schiet deze doorbloeding te kort, dan heeft dit gevolgen voor de gezondheid van het straalbeentje. Dit kan volgens Karin de volgende oorzaken hebben:

Huisvesting
Als een paard veel in zijn box staat, staat hij erg veel stil waardoor er minder doorbloeding is in de hoeven. Een paard is van nature gewend om dertig tot vijftig kilometer per dag af te leggen om voedsel te zoeken. Daarbij stapt het paard veel waardoor er een goede bloeddoorstroming ontstaat door het hoefmechanisme en elke keer als het paard zijn voet optilt, stroomt er bloed door het ligamentje van het hoefbeen naar het straalbeen. Wanneer een paard het grootste gedeelte van de dag op stalt staat, is dit dus niet het geval.

Natte bodem
Als een paard erg lang op een natte bodem staat, worden de hoeven week. Hierdoor neemt het verband van de voeten af, waardoor de hoeven breed en plat kunnen komen te staan. Een hoef die breed en plat is of juist smal maar wel te lang in de toon, heeft een veel langer overrol moment waardoor de belasting in het hoefkatrolgebied toeneemt.

IJzers
Dit kan een probleem zijn. Wanneer je een ijzer onder een hoef zet, beperk je het hoefmechanisme en dus ook de doorbloedding van de structuren in de ondervoet. Vaak beperkt een ijzer het afrollen van de hoef, waardoor de belasting in het hoefkatrolgebied toeneemt

Training
Bij de huidige manier van trainen worden sommige paarden laag, diep en rond gereden. Daarbij komt er veel meer gewicht op de voorhand te liggen. Hierdoor kan het paard zijn pas naar voren vaak niet goed afmaken en landt hij met zijn voet wanneer het been nog niet helemaal gestrekt is. Dit kan ervoor zorgen dat het paard op de toon landt in plaats van ietsje op de hiel, wat zo subtiel is dat het lijkt alsof het paard vlak landt. Wanneer een paard op de toon landt geeft dat een soort trilling, een mechanische belasting. Na de toon klapt hij door op de hiel. Hierdoor is de belasting langer en neemt de doorbloeding van het straalbeentje af omdat de vaatjes in het ligament naar het straalbeen toe dichtgedrukt worden.

Wervelkolom
In de schedel, de wervelkolom en het bekken, kunnen blokkades ontstaan waardoor het paard gaat compenseren en niet meer correct kan bewegen. Fascies en spieren raken verstrakt. Veelal is de oorzaak van blokkades het trainen. Als de ruiter aan het hoofd van het paard trekt om de hals van het paard laag te houden, ontstaat er overbelasting omdat met name de onderste halswervels in elkaar schuiven. Wervels kunnen echter niet overweg met de trekkracht van de ruiter. De wervels worden in elkaar gedrukt wat pijnlijk is voor het paard en wat gaat irriteren. Het lichaam gaat daarop reageren waardoor het borst- en schoudergebied vast gaan zitten. Hierdoor kan het paard zijn voorbeen niet goed naar voren zetten en landt hij dus niet goed op de hoef en gaat hij op de toon lopen. Er bestaat daardoor dus een kans dat het problemen in het hoefkatrolgebied geeft.

Hoe verloopt een onderzoek?

“Eerst wordt een paard gemonsterd om te kijken hoe hij loopt. De meeste paarden die voor kreupel zijn hebben ondervoetsproblemen. Na het monsteren worden er buigproeven gedaan. Paarden met hoefkatrol zijn voor deze proef vaak erg gevoelig. Hierna wordt het hoefkatrolgebied uitverdoofd. Wanneer je ziet dat hij dan goed loopt, weet je dat de pijn in dat gebied ziet. En wanneer het paard aan beide benen problemen heeft, zie je meteen dat het paard aan het andere been kreupel wordt. Op basis daarvan worden er röntgenfoto’s gemaakt. Deze laten alleen maar de benige structuren zien. Denk hierbij aan de kwaliteit van het straalbeentje of een ander probleem zoals artrose in het hoefgewricht. Tegenwoordig wordt er steeds meer gewerkt met echo en MRI. Daarmee kunnen we ook de weke delen in beeld brengen zoals de slijmbeurs en alle ligamenten die in de hoef zitten. Dus we kunnen steeds meer problemen diagnosticeren”, legt Karin uit.

Hoefkatrol genezen en voorkomen

Of hoefkatrol te genezen is, is afhankelijk van wat er aan de hand is. “Als je een trauma hebt in de aanhechting van de diepe buiger aan het hoefbeentje is dat te genezen, omdat deze structuur kan herstellen. Ligt het aan de kwaliteit van het straalbeentje dan zien we dat eigenlijk nooit meer verbeteren”, vertelt Karin. Meestal krijgen paarden met hoefkatrolontsteking pijnstillers (oraal of in het gewricht), ontstekingsremmers en krijgen ze aangepast beslag. Dit heeft meestal een tijdelijk resultaat en de problemen komen terug, omdat de reden niet wordt weggenomen, ook wel de oorzaken die hierboven zijn beschreven. Naast pijnstillers en ontstekingsremmers krijgen paarden soms een infuus met Tildren toegediend. Dit stimuleert de botcellen om nieuw bot aan te maken. Het effect van Tildren is niet bewezen en onder het motto “baat het niet schaadt het niet” wordt het vaak toegediend. Echter zorgt Tildren voor forse bijwerkingen zoals koliek en darmklachten.
Voor de revalidatie van een paard met hoefkatrolontsteking is het belangrijk om het hele paard te bekijken en niet alleen de ondervoet. Blokkades in de wervelkolom moeten opgelost worden. De hoef-beenbalans moet gecorrigeerd worden, waarbij we het liefst het paard op blote voeten laten staan en het paard om op een correcte manier getraind worden , met lengte in de hals en de neus voor de loodlijn. “Om hoefkatrol te voorkomen is het van belang om dezelfde principes aan te houden als voor de revalidatie. Het is goed, tenzij het absoluut nodig is, om geen ijzers onder je paard te zetten. Ook is een correcte huisvesting, een goede bodem en voldoende beweging voor het paard van groot belang”, besluit Karin.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant