-

Een goede wei hoort erbij

Frank Sorge

Dat vrije beweging één van de eerste levensbehoeften van een paard is, weten de meeste paardenliefhebbers inmiddels wel. De weide is daar het meest geschikt voor. Maar waar moet die precies aan voldoen? Bit zet vijf criteria op een rij.

Formaat

Iets is beter dan niets. Dus zelfs een klein weitje is beter dan een hele dag op stal. In een ideale situatie heb je ongeveer een halve hectare weiland per paard ter beschikking. Of meer natuurlijk. Is groter altijd beter? Nou nee, dat hangt er vanaf wat er groeit en of je paard genoeg vriendjes heeft. Als hij zich in een enorme wei helemaal kogelrond eet, is dat juist weer slechter voor zijn welzijn. En hoe groot de wei ook is, als hij er alleen staat, is dat niet goed voor hem. Volgens gedragswetenschappers is sociaal contact voor een paard namelijk nog net een streepje belangrijker dan vrije beweging. Sommige mensen zijn bang dat hun paard zich in een grotere wei eerder blesseert, omdat hij meer vaart kan maken. Als paarden gewend zijn om iedere dag naar buiten te gaan en ze hebben in de wei wat te knabbelen, dan valt dat rondrennen meestal mee. Als de dieren slechts af en toe naar buiten mogen, bijvoorbeeld omdat de baas het te slecht weer voor ze vindt, gaan ze compensatiegedrag vertonen en spelen ze vaak wilder als ze de kans krijgen. Het is dus beter om paarden elke dag naar buiten te laten gaan, desnoods met een deken op.

De grootte van de wei is relevant in relatie met de belasting van de bodem. Staat je paard er dag en nacht in of alleen een paar uur? Een kleine wei wordt bij langere belasting snel kaal of modderig. Hoe de bodem zich houdt, hangt ook af van de grondsoort. In een gebied met een zanderige ondergrond kunnen paarden vaak het hele jaar probleemloos naar buiten. Is de bodem van klei, dan verandert de weide in natte jaargetijden in een blubberig moeras, waar geen paard vrolijk van wordt. Een paddock met drainage is dan een goed alternatief. Zo kan je paard toch een paar uur naar buiten.

Omheining

Uiteraard mag een goede omheining niet ontbreken. Het meest veilig is een goed zichtbare afrastering van hout of palen met rubberband, met daarbinnen een voorziening van schrikdraad, zodat paarden niet aan het hout knagen. Als er voldoende te eten is voor ze, zullen ze die neiging niet snel hebben, al heb je er altijd grappenmakers bij… Koop je een houten omheining? Dan is het verstandig om je te laten informeren door een bedrijf met verstand van paardenweiden. Zij weten precies welk hout geschikt en duurzaam is, zodat je je niet elk jaar wezenloos schildert of palen hebt die zijn voorzien van een minder geschikt impregneringsmiddel. Een houten heining moet minstens 1,20 meter hoog zijn en voorzien van twee dwarsbalken of -planken. Heb je hengsten of springlustige types, dan kan het nodig zijn om het hek nog hoger te maken. Bezuinig niet op het hout en zorg voor dikke, aan de bovenkant afgeronde palen. Het gebeurt gelukkig niet vaak, maar soms spietst een  zich na een mislukte sprong op een hek. Daarom zijn landschappelijke rasterhekwerken niet geschikt voor je paardenweide.

Alleen een sloot of een schrikdraadje met prikpaaltjes is niet afdoende als afrastering. Paarden zijn meestal niet bang voor water en een enkel schrikdraadje kan kapot gaan, slap hangen of de stroom kan uitvallen. Er is behalve schrikdraad ook koord en lint in de handel. Woon je in een winderig gebied, dan is lint minder geschikt. Het blijft meestal niet mooi strak staan. Vliegen de paarden door het lint, dan breekt draad eerder, dus is de kans op ernstige wonden wat kleiner.

Prikkeldraad is echt uit den boze voor paardenweiden. Pas ook op met ursusgaas, met van die vierkante gaten, dat vaak wordt gebruikt voor schapenweiden. Daar kan een paard lelijk met zijn been in vast komen te zitten. Welke omheining je ook voor kiest, loop er minstens één keer per dag even langs om te controleren of alles nog goed zit.

Gras

Gras is nog altijd het meest natuurlijke voedingsmiddel voor paarden en ze zijn er dol op! Gras had lange tijd een slechte naam onder paardenliefhebbers. Er zou te veel eiwit in zitten en het zou allerlei gezondheidsproblemen veroorzaken. Probleem is dat de meeste weiden tegenwoordig vol staan met productiegras, geschikt voor koeien die melk moeten produceren. Dat is inderdaad veel te rijk voor paarden, die zijn ingesteld op vezelrijke, arme voeding. Gelukkig kun je dit probleem oplossen door speciaal graszaad voor paardenweiden te gebruiken.

Veel paardenhouders denken dat een weide beter geschikt is voor paarden als er eerst wordt gemaaid, zodat er lekker weinig staat, maar dan krijgt het gras juist een groeispurt. De jonge aangroei bevat veel suikers – fructanen heten die officieel – en die zijn slecht voor paarden. Bovendien is dat jonge gras extra lekker, dus de paarden eten er ook nog eens gulzig van. Het gebruik van bemesting is ook vaak een punt van discussie. Bij een tekort aan voedingsstoffen in de bodem krijg je gestrest gras, dat extra fructaan aanmaakt. Voor paarden is een zorgvuldig bemeste weide met gemengde, niet te rijke grassoorten beter. Je moet ze uiteraard nooit zomaar ineens hele dagen in een verse weide zetten. Begin met een half uurtje op een klein gedeelte en breid dat uit met steeds een half uurtje per dag erbij. Het mooiste is het als je een draadje kunt verzetten, zodat ze geleidelijk een stukje erbij krijgen. Hoe vaak je dat doet, kun je laten afhangen van hoe dik de paarden worden. Worden ze evengoed te dik, haal ze dan eerder uit de wei of leen een koppel schapen om mee te grazen.

Watervoorziening

Een paard drinkt zo’n twintig tot dertig liter water per etmaal. Bij warm weer of inspanning kan dit verdubbelen! Hoewel er ook water in gras zit, hebben paarden in de weide altijd drinkwater nodig. Dat kan op verschillende manieren. Leidingwater is in Nederland schoon en van constante kwaliteit, dus dat verdient de voorkeur. Als je geen automatische drinkbakken in de weide hebt, moet je de watertonnen wel dagelijks verversen. ‘Oud’ water vinden paarden minder lekker. Het is wel zaak om de bakken regelmatig schoon te maken, zodat er geen blaadjes of algen in achter blijven. Let hier vooral op als het water in de zon staat en er eerder bederf optreedt.

Is de weide niet in de buurt van een kraan, dan wordt er soms voor gekozen om water uit de sloot te gebruiken. Dat is een risico. Je weet niet of er verontreinigingen in het water zitten die bijvoorbeeld kunnen leiden tot potentieel dodelijke aandoeningen als botulisme of salmonellavergiftiging. Het is mogelijk om slootwater te laten testen, maar het is eenvoudiger om het probleem te vermijden door leidingwater via jerrycans aan te voeren of door een bron naar schoon grondwater te laten slaan. Laat dit overigens wel door een gecertificeerd bedrijf doen, zodat je zeker weet dat je schoon water krijgt. Het is verstandig om het water evengoed te laten testen, voor je het aan je paard geeft. Regenwater wordt soms ook gebruikt voor paarden, hoewel de smaak en de kwaliteit kunnen verschillen.

In de winterdag drinken paarden minder, maar hebben ze in de weide evengoed water nodig. Controleer in dat jaargetijde minstens twee keer per dag of de waterbak niet bevroren is.

Schuilplek

Als je paard dag en nacht in de weide staat, is een schuilplek eigenlijk onmisbaar. Ook in andere gevallen is deze beschutting prettig. Het is toch het allermooist als je paard zelf mag bepalen of hij liever binnen of buiten staat? De stal is uiteraard handig om te schuilen tegen de regen, maar biedt op warme dagen ook beschutting tegen de zon en insecten. Je kunt er ook uitstekend in bijvoeren, om te voorkomen dat hooi wordt vertrapt of weggeblazen door de wind.

Het spreekt voor zich dat een schuilhut geen scherpe randen of uitstekende spijkers mag hebben. De ondergrond van de schuilplek is eveneens belangrijk. Die moet droog en stevig zijn. Soms is het nodig om daarvoor een verhoging met puin en afwatering aan te leggen. Steen is prima als toplaag, al liggen de paarden daar niet graag op. En pas op dat de ondergrond niet te glad is.
Ruim elke dag de mest op in de stal en de weide. Niet alleen om wormbesmetting op het land te beperken, maar ook om hoefproblemen en mok op stal te voorkomen.

Staan er meerdere paarden in de wei, dan moet de overkapping groot genoeg zijn voor allemaal. Anders staan de laagste dieren in rang alsnog buiten of kunnen ze in de verdrukking komen.

Ondanks campagnes van de Dierenbescherming is het helaas in veel gemeenten niet toegestaan een schuilhut in een wei te plaatsen. Laat je vooraf goed informeren wat wel en niet mag. Soms zijn er creatieve tussenoplossingen mogelijk, zoals een afdak zonder zijwanden dat niet onder het bestemmingsplan valt. Of een boomsingel of schutting tegen de wind. Vraag na wat de regels zijn in jouw gemeente. En tot slot: houd rekening met de kracht van een paard en zorg voor een stevig bouwwerk. Het zijn soms slopers…

Bron: Bit 230