Wat te doen tegen rhino bij paarden?

Een uitbraak van rhinopneumonie zorgt vaak voor paniek onder paardenhouders. Maar is dit terecht? Moet er verplicht worden gevaccineerd? Er is nog veel onwetendheid over deze besmettelijke infectieziekte. Bit zet op een rijtje wat rhinopneumonie precies is, welke verschillende symptomen er zijn en wat er gedaan kan worden als je paard het krijgt.

1. Wat is rhinopneumonie bij paarden en wat zijn de gevolgen?
2. Hoe loopt een paard rhino op?
3. Wat als je paard rhino heeft?
4. Hoe kun je rhino voorkomen?
5. Hoe werkt een vaccin tegen rhino?
6. Paardenarts Marco de Bruijn over rhino
7. Landelijk meldpunt op Facebook
8. KWPN over rhino op KWPN-centrum
9. Ervaringsverhaal Alexandra van der Peijl
10. SRP over vaccineren tegen rhino
11. KNHS over vaccineren tegen rhino
12. Rhino in België

1. Wat is rhinopneumonie bij paarden en wat zijn de gevolgen?

Rhinopneumonie, kortweg rhino, is een besmettelijke infectieziekte, die wordt veroorzaakt door het equine herpesvirus. De naam rhinopneumonie doelt op problemen aan de luchtwegen, maar naast de ‘luchtwegvariant’ van rhino kan de infectie nog twee andere types symptomen veroorzaken. Dit zijn abortus en zenuwstoornissen. In de meeste gevallen worden luchtwegproblemen veroorzaakt door het Equine Herpes Virus type 4 (EHV4) en abortus en zenuwstoornissen (de neurologische vorm) door Equine Herpes Virus type 1 (EHV1).

Een symptoom van de ‘luchtwegvariant’ van rhino is neusuitvloeiing. Foto: www.arnd.nl

Rhino – luchtwegaandoening
De luchtwegvariant van rhino, meestal veroorzaakt door virustype EHV4, lijkt op griep. Symptomen zijn:
• Heldere tot gelige neusuitvloeiing.
• Hoesten (sporadisch).
• Verminderde eetlust.
• Vochtophoping bij de ledematen.
• Tekenen van vermoeidheid.

Het paard is vaak twee tot tien dagen voordat symptomen zichtbaar worden, besmet met het herpesvirus. Vooral jonge paarden worden ziek en vertonen griepachtige ziekteverschijnselen. Bij oudere paarden verloopt de ziekte vaak onopgemerkt. Koorts (tot 41°C) is een eerste alarmsignaal. Ook als het paard herstelt van de EHV4 of EHV1 luchtweginfecties, kan het zijn dat hij niet meer optimaal kan presteren, het zogenaamde ‘poor performance syndroom’.

Rhino – abortusvariant
Zoals de naam al aangeeft, is de abortusvariant van rhinopneumonie vooral gevaarlijk voor drachtige merries en het ongeboren veulen. EHV1 is de meest voorkomende oorzaak van infectieuze abortus. Als een drachtige merrie met dit virus is besmet, kan er abortus optreden in het derde trimester van de dracht. Ook kan het veulen dood of zwak worden geboren. Een merrie die verwerpt kan een week tot wel maanden voor de abortus zijn besmet met EHV1. Ook kan het virus al langer slapend in haar lichaam aanwezig zijn geweest. Als een drachtige merrie op een fokstal aborteert door rhino, kunnen de andere drachtige merries ter plekke besmet raken en enkele dagen later ook aborteren.

Rhino – neurologische variant
In zeldzame gevallen kan rhinopneumonie (EHV1) leiden tot aantasting van het zenuwstelsel. Het paard gaat dan wankel lopen (ataxie) en er kunnen verlammingsverschijnselen optreden. In erge gevallen gaat het paard liggen en kan hij niet meer overeind komen. Symptomen zijn:
• Slechte coördinatie achterbenen.
• Verlamming met typische ‘hondenzit’.
• Verlamming van de blaas.
• Slappe staart.

Afhankelijk van de ernst van de symptomen kunnen paarden herstellen, maar als het paard volledig is verlamd, is de prognose niet best. In dat geval moet er soms worden overgegaan op euthanasie.

Naast de gezondheidsgevolgen bij de paarden zelf, heeft rhino ook nog sociaal-maatschappelijke en financiële gevolgen. De stal waar de besmette paarden staan, moet weken en soms wel maanden op slot. Dit kan een enorme financiële strop voor het paardenbedrijf betekenen. Ook mogen de paardeneigenaren van alle paarden op stal hun paarden niet meer vervoeren en bijvoorbeeld niet meer op wedstrijd gaan. Ook moeten alle mensen op stal maatregelen nemen om te zorgen dat het virus niet verder verspreid wordt.

^ naar boven

2. Hoe loopt een paard rhino op?

Bijna alle paarden zijn drager van het rhinovirus. Wist je dat 80 tot 90% van de paarden al in contact komt met het herpesvirus dat rhinopneumonie veroorzaakt vóór hij twee jaar wordt? Meer dan 90% van de paarden in Nederland heeft afweerstoffen in zijn lichaam tegen EHV4. Bij EHV1 is dat minder: daarvoor hebben ongeveer 30% van de paarden in ons land afweerstoffen. Als een paard eenmaal geïnfecteerd is, blijft het virus ‘slapend’ in het paard aanwezig. Eigenlijk net als een koortslip bij mensen. Paarden hoeven jarenlang geen enkel symptoom van de ziekte te vertonen, maar de infectie kan op elk moment gereactiveerd worden. Triggers hiervoor zijn bijvoorbeeld stress, transport of vermoeidheid. Het paard wordt ziek, gaat symptomen vertonen en kan andere paarden met het virus besmetten.

Rhino is een virusziekte en verspreidt zich tussen paarden via de luchtwegen. Overdracht gebeurt door:
• Direct contact met neusuitvloeiing van een besmet paard.
• Indirect contact (door de lucht, via materiaal of de mens).
• Bij de abortusvariant: via de foetus, het vruchtwater, de nageboorte en vaginale uitvloei. Deze zitten bomvol virus, dus goede hygiënemaatregelen zijn heel belangrijk. Zoals eerder vermeld zijn bijna alle paarden drager van het EHV4 en EHV1 virus en kan het ‘slapende’ virus steeds opnieuw weer actief worden. Er kan dus ook een virusuitbraak optreden in een gesloten groep paarden die niet met externe besmettingsbronnen in aanraking zijn geweest.

^ naar boven

3. Wat als je paard rhino heeft?

Wordt een paard ervan verdacht rhinopneumonie te hebben, dan is het heel belangrijk om dit zo snel mogelijk vast te stellen. De dierenarts kan daarvoor een neusswab of bloedmonster nemen. Bij de abortusvariant kan de foetus of nageboorte worden getest of een vaginaal monster worden genomen. Het is aan te raden om paarden die mogelijk in contact zijn geweest met het zieke dier, ook te testen. Zelf kun je de lichaamstemperatuur regelmatig controleren, want koorts is het eerste alarmsignaal bij rhinopneumonie.

Behandeling
Als er rhinopneumonie is vastgesteld bij een paard, is het afhankelijk van de vorm welke behandeling er nodig is. Bij de verkoudheidsvorm is therapie doorgaans niet nodig. Wel kan er ter ondersteuning een slijmoplossend middel worden gegeven en bij erg zieke dieren ontstekingsremmers. Merries die hun veulen hebben verworpen, hebben doorgaans ook geen behandeling nodig. Als het veulen verzwakt wordt geboren, moet wel goed worden overwogen of behandeling zinvol is, omdat de prognose voor het dier vaak slecht is. Bij de neurologische vorm van rhino (waarbij het paard ligt), kan het nodig zijn om het paard te ‘takelen’; dus in de benen te krijgen. Bij blaasverlamming kan de blaas worden gekatheteriseerd en gespoeld. Ook kunnen aspirine of ontstekingsremmer worden gegeven. Echter wanneer het paard volledig verlamd is, is de prognose niet best. In dat geval moet er vaak worden overgegaan op euthanasie.

^ naar boven

4. Hoe kun je rhino voorkomen?

Hoewel rhinopneumonie nooit helemaal te voorkomen is, kun je wel bepaalde maatregelen treffen om (re)activatie en verspreiding van de ziekte tegen te gaan:
• Vermijden van stress bij het paard.
• Paarden verdelen in kleinere groepen.
• Nieuwe paarden enige tijd isoleren bij aankomst.
• Trainings- en sportpaarden scheiden van (op)fokpaarden. Sportpaarden worden vaker getransporteerd (stress) en komen in aanraking met meer verschillende paarden. Zo kunnen ze het virus eerder overdragen aan andere paarden en drachtige merries.
• Vaccineren. Door paarden tweemaal per jaar te vaccineren tegen rhinopneumonie, behouden ze een vrij goede weerstand tegen de ziekte. Ze zijn zelf beter beschermd en zijn minder snel besmettelijk naar andere paarden. Verspreiding van het virus wordt op die manier verminderd. Drachtige merries kunnen drie keer in de dracht worden gevaccineerd tegen de abortusvariant. Vaccineren biedt geen garantie dat het paard geen rhinopneumonie krijgt, maar als veel paarden regelmatig worden gevaccineerd, is de kans groter dat het aantal en de ernst van de uitbraken afneemt.

^ naar boven

5. Hoe werkt een vaccin tegen rhino?

Als je je paard in Nederland laat vaccineren tegen rhinopneumonie, komt het vaccin hoogstwaarschijnlijk van het farmaceutische bedrijf Zoetis af. De Belgische Sofie De keersmaecker is Equine Business Manager Benelux bij Zoetis en zelf paardendierenarts. “Momenteel is er maar één vaccin in Nederland op de markt tegen de virussen EHV1 en EHV4. In het buitenland bestaan er wel andere, maar deze zijn hier niet beschikbaar. Het is wel zo dat alle vaccins tegen rhinopneumonie op dezelfde manier werken: ze zorgen ervoor dat je paard minder ziek wordt en minder virus zal uitscheiden.”

Volgens De keersmaecker is rhinopneumonie een herpesvirus waar de meeste paarden al vanaf jonge leeftijd mee besmet geraken en levenslang bij zich dragen. “Het is er nu eenmaal. Het doel van vaccineren is dus de infectiedruk enorm te verlagen. Want paarden die gevaccineerd zijn, hebben niet alleen zelf meer weerstand tegen rhino, waardoor de ziekte minder ernstig zal verlopen, ze scheiden ook minder virus uit. Hoe meer paarden er worden gevaccineerd, hoe minder virus er dus wordt verspreid. Met vaccineren bescherm je niet alleen je eigen paard, maar ook die van anderen. Ik weet dat ik als farmaceut niet kan zeggen dat je móet vaccineren, maar algemeen is het sterk aan te raden om paarden regelmatig te vaccineren om het aantal en de uitgebreidheid van uitbraken te verminderen.”

‘Met vaccineren bescherm je je eigen paard en die van anderen’

Dit blijkt ook uit onderzoeken. “Grote uitbraken van rhinopneumonie, de neurologische vorm, komen vooral voor bij paarden die niet gevaccineerd zijn. Er kan wel eens een paard tussen zitten dat gevaccineerd is en toch ziek wordt, want vaccinatie geeft geen 100% bescherming, maar de meeste paarden die zenuwstoornissen krijgen, zijn niet gevaccineerd. Andersom geldt het ook: hoe meer paarden er gevaccineerd zijn, hoe minder grote neurologische rhino-uitbraken er zijn. Grote uitbraken van zenuwstoornissen zijn wereldwijd gerelateerd aan de afwezigheid van antistoffen. Gevaccineerde paarden hebben wel antistoffen. Uit onderzoek blijkt ook dat er binnen paardenbedrijven met een goed vaccinatiebeleid, duidelijk minder klinische problemen zijn bij de paarden, mocht er rhinopneumonie uitbreken. De ziekte verloopt minder ernstig. Dat zien we hier in België ook: de vaccinatiegraad is hoger dan in Nederland en er zijn heel weinig grote uitbraken.”

^ naar boven

6. Paardenarts Marco de Bruijn over rhino

Marco de Bruijn is Europees Specialist Inwendige Ziekten Paard en weet dus niet alleen veel van rhinopneumonie, hij maakte zelf ook een uitbraak mee op Paardenkliniek Wolvega, waar hij als paardenarts werkt. In de strijd tegen het virus stelt hij: “We moeten gewoon allemaal gaan vaccineren en er moet een meldingsplicht komen.”

Wat moet er gebeuren om rhino aan te pakken?
“Vaccineren is niet verplicht en het melden als je paard rhino heeft, hoeft wettelijk gezien ook niet. Daar moet verandering in komen. De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) heeft medio vorig jaar gelukkig wel een meldpunt voor infectieziekten bij paarden opgezet, het SEIN (Surveillance Equine Infectieziekten Nederland). Hier worden alle gevallen van ziekten als rhino en droes die gemeld zijn, verzameld. Dit wordt doorgegeven aan dierenartsen, zodat zij beter zijn geïnformeerd over wat er waar speelt. Ook is er behoorlijk wat aan voorlichting gedaan over rhinopneumonie, door diergezondheidsorganisatie Zoetis en de GD. Maar er kunnen nog dingen beter. De richtlijn van de KNMvD (de vereniging van dierenartsen in Nederland) voor de aanpak van rhino is te summier en moet worden aangepast. De richtlijn dateert uit 2015 en inmiddels zijn er nieuwe inzichten. Een voorbeeld van een land dat het goed aanpakt, is Frankrijk. Daar zijn ze heel actief in het signaleren en volgen van uitbraken. De Franse Draf- en Rensportbond is ook de eerste die vaccineren verplicht stelde. Helaas blijft de dressuur- en springsport achterwege, terwijl het overgrote deel van de paarden toch in die sector actief is.”

De neurologische variant van rhino kan leiden tot aantasting van het zenuwstelsel. Foto: www.arnd.nl

Verplicht vaccineren zou dus een goede stap zijn?
“Ik vind van wel. Er zijn een paar redenen waarom ik pro-vaccineren ben. Het belangrijkste is dat er voldoende bewijs is uit onderzoek dat gevaccineerde paarden de ziekte minder heftig doormaken. Rhinopneumonie, ongeacht of het het EHV1 of EHV4 virus betreft, begint altijd met een soort verkoudheid van de luchtwegen en koorts. Simpel gesteld is het zo dat hoe hoger de koorts is en hoe langer het duurt, hoe groter de kans is dat het virus ook in het ruggenmerg komt en daar neurologische klachten veroorzaakt. Een gevaccineerd paard kan zeker rhino krijgen, maar heeft een minder aantal heftige koortsdagen en dus minder kans dat het virus het ruggenmerg bereikt. Ik durf te beweren dat als iedereen zijn paarden vaccineert tegen rhino, het aantal uitbraken minder zal worden. De ziekte zal niet verdwijnen, maar dan doet iedereen wel zijn best om het beter in toom te houden.”

Vaccineren lijkt voor veel paardeneigenaren een brug te ver, snap je dat?
“Nee, daar begrijp ik niets van. Ik heb een heel aantal gevallen van rhinopneumonie meegemaakt. Toen ik net afgestudeerd was en werkte in de buurt van Brussel, was daar een uitbraak. Ik zat toen met de handen in het haar, maar kon wel goed de kunst afkijken van hoe je de ziekte aan moet pakken. Later heb ik ook nog wel gevallen gezien en wij kregen het zelf op de kliniek een paar jaar geleden. Dat wens ik niemand toe. Zes paarden hadden de neurologische vorm van rhino, één is er ook dood aan gegaan. Het is een nare ziekte. Als je de paarden die liggen, optakelt en ze vervolgens zelf in de benen kunnen blijven, komt het meestal wel goed. Maar dan nog kunnen ze atactisch of incontinent blijven. Als je door vaccineren de kans kleiner kunt maken dat paarden zo ziek worden, is dat zeker de moeite waard vind ik. Vaccineren kost zo’n negentig euro per paard per jaar. Dat weegt absoluut niet op tegen de behandelkosten als je paard rhino krijgt.”

Jij hebt het zelf ook meegemaakt op de kliniek. Hoe was dat?
“Naast het leed voor de paarden, is het financieel ook een enorme strop voor een paardenbedrijf als er rhinopneumonie uitbreekt. De stal moet weken, misschien zelfs maanden, op slot. Een enorme derving aan inkomsten, die door niemand wordt vergoed. Eigenlijk is dat heel erg oneerlijk, want rhino kan overal zomaar uitbreken. Het is net Russische roulette: wie wordt er getroffen door rhino? Het kan zomaar zo zijn dat de ziekte op jouw bedrijf is gekomen door toedoen van een ander. Misschien is er wel iemand bij je op het bedrijf geweest met een paard met rhino onder de leden. Maar jij wordt er wel op aangekeken en draait op voor de kosten. Als iedereen nu maar eens zou vaccineren, dan is de kans op het uitbreken van de ziekte in elk geval iets kleiner.”

En een meldingsplicht? Nu lijkt er soms wel een taboe te rusten op het onderwerp.
“Tja, volgens de rhinopneumonie richtlijn 2015 van de KNMvD en de Sectorraad Paarden moet je er melding van maken als er rhino bij je paard of op je bedrijf is. Maar juridisch houdt dit nooit stand, want het is geen wettelijke verplichting. In de praktijk gebeurt het dus ook lang niet altijd. Het komt ook voor dat paarden misschien wel symptomen van rhino vertonen, zoals atactisch lopen, maar dit niet verder onderzocht wordt onder het motto: geen onderzoek, geen ziek paard. De stalhouder ondervindt er dus verder geen negatieve gevolgen van, maar het paard kan wel andere paarden infecteren. Je ziet trouwens dat manegebedrijven het vaak wel goed doen. Ze laten de paarden onderzoeken en melden dit netjes. Vervolgens moet hun bedrijf dicht, zijn de kosten voor behandeling torenhoog, hebben ze inkomensderving en mogen ze van geluk spreken als ze niet failliet gaan. Dat vind ik best krom.”

‘We moeten met zijn allen gaan enten!’

Je draait in elk geval niet om de zaken heen.
“Nee, ik zeg gewoon wat ik ervan denk. Dat heb ik ook al tegen de betrokken instanties gedaan, maar die gaan helaas niet naar me luisteren. Terwijl het toch best zou kunnen. Als je wedstrijden wilt rijden bij de KNHS, moet je je paard ook verplicht vaccineren tegen influenza. Waarom niet ook tegen rhinopneumonie? Ik denk dat ze bang zijn voor de reactie van hun achterban. Het is ook wel lastig, denk maar aan hoeveel paarden tegenwoordig op transport gaan. Dat werkt verspreiding van het virus enorm in de hand, net als transport van embryodraagmerries en het samenbrengen van veel vatbare, jonge paarden in bijvoorbeeld een opfokbedrijf. Daarom zeg ik: we moeten met zijn allen gaan enten!”

^ naar boven

7. Landelijk meldpunt op Facebook

Paardenliefhebber Natasja Vogels kon zich er erg boos om maken: waarom worden sommige uitbraken van rhino verzwegen? “Je kunt het toch veel beter openbaar maken? Dan kan je maatregelen nemen en verdere besmetting voorkomen.” Ze vond dat er een landelijk meldpunt moest komen en besloot deze zelf op te richten, op Facebook. Op 12 april 2017 was de Facebookgroep ‘Landelijk meldpunt besmettelijke paardenziektes’ een feit. Omdat melden van besmettelijke ziektes niet verplicht is, wordt heel goed gecontroleerd wat er allemaal op de groep komt te staan. “Het is oppassen dat er niet van alles op de pagina wordt gezet, zoals verdenkingen van rhino”, beaamt Vogels. “Dat kan zelfs laster zijn. Daarom werken wij alleen met vrijwillige meldingen uit de eerste hand, dus door de staleigenaar of paardenhouder. Als er een melding komt, nemen we eerst contact op met de persoon of stal, om te vragen of de ziekte echt heerst en of ze het openbaar willen maken. Als ze dat liever niet willen, dan komt het niet op onze Facebookgroep. Sowieso checken we eerst alle berichten, zodat er niets online komt dat we niet willen. Wel is iedereen zelf verantwoordelijk voor zijn Facebookpost of reactie. We handhaven wel op reacties, we willen niet dat mensen elkaar zwartmaken.”

De Facebookgroep groeit gestaag: inmiddels heeft het zo’n 7500 leden. Dit aantal groeit vooral als er nieuwe uitbraken zijn. Sinds de start in 2017 zijn er officieel 40 gevallen van droes en 18 uitbraken van rhino gemeld.

Overigens werkt LTO Nederland aan de ontwikkeling van het platform paardengriep.nl, een vrijwillig meldingssysteem dat paardenhouders en -eigenaren informeert over besmettelijke paardenziektes.

^ naar boven

8. KWPN over rhino op KWPN-centrum

In het najaar van 2018 werd het KWPN (Koninklijk Warmbloed Paard Nederland) geconfronteerd met de vaststelling van het EHV1-virus bij één van de aanwezige hengsten uit het najaarsverrichtingsonderzoek op het KWPN-centrum in Ermelo. Het stamboek laat weten hoe ze hiermee zijn omgegaan. “Deze variant van rhinopneumonie kan zich uiten in de vorm van verkoudheidsverschijnselen, (bij merries) abortus en/of neurologische verschijnselen. Deze constatering kwam nadat – na waarneming van een afwijkende stap bij een van de hengsten – er op basis van met spoed afgenomen neusswabs onderzoek was gedaan op de aanwezigheid van het virus. De betreffende eigenaren zijn direct geïnformeerd en alle maatregelen zijn genomen om verdere besmetting te voorkomen. Dit in intensief overleg met prof. dr. Marianne Sloet, specialiste Inwendige Ziekten van het Paard bij de Faculteit Utrecht. Het paard waarbij EHV1 was vastgesteld is geïsoleerd, de stallen van enkele hengsten met koorts zijn dagelijks ontsmet en van alle hengsten werd meerdere keren per dag de temperatuur opgenomen. Het stalpersoneel had geen toegang tot het KWPN-kantoor, medewerkers van het kantoor hadden geen toegang tot het stallencomplex. Alle stalmedewerkers en de ruiters werkten volgens een strak hygiëneprotocol, waarbij onder meer gebruik werd gemaakt van desinfecterende matten en kleding werd gewisseld. De mestafvoer van het KWPN vond plaats op het eigen terrein. Naast al deze maatregelen hebben we ook het centrum gesloten voor de hengsteneigenaren en overige bezoekers en is er uitgebreid gecommuniceerd over de situatie. Want openheid en communicatie is in het geval van rhinopneumonie essentieel. Hoewel een uitbraak niets is om je voor te schamen – het kan de besten overkomen – blijkt in de praktijk vaak dat uitbraken stil worden gehouden. Dat is jammer, want openheid voorkomt verdere verspreiding doordat mensen op de hoogte zijn van risico’s.”

Enten verplicht voor paarden op KWPN-centrum
Na de constatering van het virus – gelukkig liep het voor alle paarden goed af – is het KWPN nog strenger geworden op de vaccinaties van de paarden die op het centrum verblijven. “Wij hebben het advies van de Faculteit Utrecht en de Gezondheidsdienst overgenomen om over te gaan tot verplichting. Inmiddels geldt deze verplichting voor alle paarden die op het KWPN-centrum verblijven voor training, aanlegtesten en sales-activiteiten. Een rhinopneunomie vaccinatie bestaat uit een basisenting en een herhalingsenting. De paarden worden enkel op het centrum toegelaten wanneer de laatste enting minder dan twee weken voor aanlevering heeft plaatsgevonden. De werkzaamheid van vaccinatie tegen abortus is niet volledig beschermend en er is geen enkel vaccin dat claimt bescherming te geven tegen de neurologische vorm van rhinopneumonie. Echter, wanneer alle paarden gevaccineerd zijn, vermindert dit de infectiedruk op het bedrijf en daarmee wordt de kans op besmetting verkleind.”

^ naar boven

9. Ervaringsverhaal Alexandra van der Peijl

Alexandra van der Peijl runt samen met haar dochter Scarlett Wieberdink in het Gelderse Oene een trainings- en africhtingsstal voor dressuur- en springpaarden. Er zijn altijd veel jonge paarden in training en er is een fokkerijtak, met enkele dekhengsten en fokmerries. In 2018 werd de stal getroffen door de neurologische vorm van rhinopneumonie.

Ze vertelt: “Het begon met enkele paarden die ’s morgens wankel op de benen waren. We hebben meteen alle nodige maatregelen genomen en ’s middags werd al bevestigd dat inderdaad EHV1 was. Dan komt er heel wat op je af. Naast dat het natuurlijk vreselijk is dat je paarden ziek zijn, is het een operatie van bijna militaire precisie om alle hygiënemaatregelen strikt uit te voeren, de paarden op gezette tijden te temperaturen, zieke paarden te verzorgen en de stalafdelingen van elkaar gescheiden te houden. Maar als je dat doet, zie je wel dat rhino ook best snel weer voorbij gaat en dat je verdere besmetting kunt voorkomen, want de paarden op de andere drie stalafdelingen hebben de ziekte niet gekregen. Uiteindelijk hebben zestien paarden neurologische klachten gehad, waarvan de eerste gevallen ook het meest ernstig waren. Gelukkig is geen één paard binnen 48 uur na het ontstaan van de klachten gaan liggen, want dan wordt herstel heel moeilijk. Ook hebben de paarden meteen preventieve medicatie gekregen. Aspirines om het bloed dunner te maken, want het rhinovirus maakt het bloed dikker, daardoor kunnen haarvaatjes in het ruggenmerg knappen en er zenuwstoornissen ontstaan. Ook kregen de paarden virusremmers en, als het nodig was, koortsremmers. Daar zat wel een prijskaartje aan, maar dat hadden we er graag voor over. Al met al hebben we veertien dagen lang zieke paarden gehad, daarna waren er geen paarden meer met koorts of klachten. Nog eens veertien dagen later is er een eindscreening gedaan. Bij alle paarden is een neusswab genomen en ze bleken rhino­vrij. Nadat we het hele bedrijf hebben ontsmet, konden we weer open.”

^ naar boven

10. SRP over vaccineren tegen rhino

Ton Lautenschutz is paardenarts en zit in de werkgroep Gezondheid van de Sectorraad Paarden (SRP), de belangenbehartigingsorganisatie van de paardensector waarin hippische partijen samenwerken. Zijn mening is helder: “Ik ben sterk voor vaccineren tegen rhinopneumonie en dat geldt ook voor de andere leden van de werkgroep, onder wie onze voorzitter, prof. dr. Marianne Sloet-van Oldruitenborgh-Oosterbaan. Bij gevaccineerde (groepen) paarden zie je bij besmetting echt veel minder virusuitstoot, waardoor weer minder andere dieren ziek worden. Het probleem is echter dat de SRP vaccineren niet kan verplichten aan paardenhouders. Eigenlijk zouden grote organisaties dit moeten doen, bijvoorbeeld voor sport of fokkerij. Als alle paarden die op wedstrijd gaan gevaccineerd zijn, is dat al een groot deel van de populatie. Je ziet dat er bij een hogere dekkingsgraad minder rhino-gevallen voorkomen. Welke vorm van rhino er dan minder gaat voorkomen, is nog niet bekend. In België lijkt het goede effect van vaccineren tegen rhinopneumonie in algemene zin al wel zichtbaar te worden.”

‘Vaccineren voorkomt veel problemen’

^ naar boven

11. KNHS over vaccineren tegen rhino

Zoals uit de informatie in dit dossier ook blijkt, is de aanpak van rhinopneumonie een zeer complexe zaak, beaamt Jantien van Zon, woordvoerder van de KNHS. Op dit moment stelt de KNHS vaccineren tegen rhinopneumonie voor alle wedstrijdpaarden en pony’s nog niet verplicht, maar raadt vaccinatie wel aan. “Vaccineren biedt zeker bescherming tegen de verkoudheidsvorm en ook wel tegen de abortusvorm. Er is weliswaar geen vaccin geregistreerd tegen de neurologische vorm, maar vaccineren verlaagt wel de totale infectiedruk in de Nederlandse paardenhouderij. Aan vaccineren tegen rhinopneumonie hangt natuurlijk een kostenplaatje, maar verder zijn er geen nadelen verbonden aan vaccineren en het is daarom wel aan te raden.”

^ naar boven

12. Rhino in België

In België sloegen een aantal dierenartsen de handen ineen met behulp van sponsoring door de Belgische Confederatie van het Paard (BCP-CBC), de paardendierenartsen vereniging (BEPS), de Wetenschappelijke Vereniging voor Gezondheid van het Paard (WVGP) en de bedrijven Zoetis, Boehringer en MSD Animal Health en richtten Equi Focus Point Belgium op.

Het doel? Regelmatig voorkomende infectieuze paardenziektes snel en betrouwbaar diagnosticeren, de informatie doorsturen naar één centrum en ziektes zo veel mogelijk in kaart brengen en voorkomen. Ook ligt de focus op het goed communiceren van de ziektegegevens naar de buitenwereld. In België wordt zodoende vaccineren tegen EHV1 en EHV4 sterk gepromoot.

‘Grote uitbraken zijn zeldzaam in België’

Paardendierenarts Annick Gryspeerdt: “Dit is namelijk de enige tool die we hebben om deze ziekte onder controle te krijgen. Het vaccin heeft bewezen dat het een grote graad van bescherming kan bieden tegen vooral ademhalingsproblemen, abortus (80% minder kans op abortus) en zelfs zenuwstoornissen (wereldwijd is beschreven dat grote uitbraken vooral voorkomen indien de immuniteit van de populatie te laag is). België heeft in Europa de hoogste vaccinatiegraad tegenover EHV1 en 4. En zeer opvallend, we worden omringd door landen die jaarlijks grote uitbraken van zenuwstoornissen kennen (Engeland, Frankrijk, Nederland), terwijl dit in België eerder een zeldzaamheid is. We hebben elk jaar wel een paar individuele gevallen, maar grote uitbraken van de neurologische variant met spreiding naar verschillende stallen, hebben wij in tegenstelling tot de ons omringende landen zelden tot nooit. Het wordt dan ook tijd dat ook andere landen vaccineren veel meer gaan promoten en zelfs, net als griep, verplicht gaan stellen voor wedstrijdpaarden.”

Meer informatie over rhinopneumonie bij paarden vind je op de website www.rhinobijpaarden.nl

Tekst: Marije Stomps