-

Discussie: Zou iedereen zonder bit moeten rijden?

Maritte Hoogendoorn

In de paardenwereld wordt nog veel te vaak in hokjes gedacht, vinden vrijheidsdressuurspecialisten Eva Roemaat en Jesse Drent. Zij denken dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn tussen paardenmensen, of je nu met of zonder bit rijdt en aan (top)sport doet of aan vrijheidsdressuur. Voor het Bit Vlogazine gingen ze hierover om tafel met drie topsporters: dressuuramazone Imke Schellekens-Bartels, springamazone Bianca Schoenmakers en reiningamazone Rieky Young.

Eva, Jesse, Imke, Bianca en Rieky gaan in discussie over negen prangende stellingen. Het hele rondetafelgesprek is te lezen in het Bit Vlogazine, een printmagazine dat vanaf vrijdag te koop is in de winkel en in onze webshop. Als voorproefje geven we vast één stelling weg!

Stelling: Iedereen zou zonder bit moeten rijden.

Rieky: “Ik begin zonder bit als ik een paard africht. Wij beginnen met een bosal – een gevlochten leren neusriem – omdat het paard als het vier of vijf jaar is zijn tanden wisselt en ik dan niet te veel in de mond wil komen. Maar daarna gaat er weer een bit in.”

Imke: “Als je een paard africht, in elk geval in de dressuur, leer je het paard eerst in balans lopen en daarna een bepaalde aanspanning in zijn lichaam te krijgen, waardoor hij de gewenste houding krijgt en de oefeningen kan uitvoeren. Het bit zorgt ervoor dat je de energie die je aan de achterkant opwekt, aan de voorkant kunt begrenzen. Daardoor spant de denkbeeldige boog over de rug van het paard aan. Als jij niets aan de voorkant hebt om de energie te begrenzen in het paardenlichaam, kun je een paard niet leren aangespannen te lopen. En volgens mij leert iemand als Alizée Froment haar paarden ook met een bit in aanspanning lopen, maar op het moment dat ze dat kunnen, neemt ze het bit weg.”

Bianca: “En dan zegt een echte criticaster: ‘Maar die aanspanning van voor kun je ook krijgen met een bitloos hoofdstel.’”

Imke: “Oké, maar dan gaat de discussie over wat vriendelijker is: rijden met een bit of met een bitloos hoofdstel dat op de neus inwerkt. Bewijs mij maar eens dat een neusriem vriendelijker is dan een bit, ik denk namelijk van niet.”

Bianca: “Dat ben ik met Imke eens. Bovendien denk ik dat veel paarden minder goed of trager reageren op de neus.”

Imke: “Wij rijden hier regelmatig met teugeldrukmeter. Ik heb gezien welke druk er op de neus komt met een bitloos hoofdstel. Dan schrik je je helemaal te pletter. Bij een jong paard heb ik ook nog wel meer druk en een langere ophouding nodig, maar dat wordt steeds minder naarmate je paard beter is afgericht, totdat je een heel lichte, snelle ophouding kunt maken.”

Rieky: “Een paard moet naar school. Naarmate hij hoger geschoold wordt, heb je minder nodig om tot hetzelfde resultaat te komen. De hulpen worden steeds kleiner en de fijne afstemming beter.”

Eva: “Dus jullie gebruiken het bit als communicatie- en trainingsmiddel. Het is niet bedoeld om een paard onnodig in de mond te zitten of pijn te doen.”

Imke: “Natuurlijk niet. We rijden een jong paard ook niet meteen met stang en trens. Dat komt pas verder in de opleiding.”

Bianca: “De springsport is misschien net iets anders. Een springpaard moet zelf willen. Je kan hem niet over een parcours van 1,60 meter dwingen. Er moet dus temperament in zitten. Maar dat temperament moet je wel kunnen sturen, daarom hebben springruiters er vaker een speciaal bit in hangen.”

Imke: “Dat vind ik best bijzonder: in de dressuur wordt er heel moeilijk gedaan over stang en trens, terwijl je bij het springen nooit iemand hoort over de bitten.”

Bianca: “Het is gewoon niet te vergelijken. Onlangs is de eerste hunterwedstrijd geweest in Ermelo. Daarbij gaat het om rijstijl en zo mooi mogelijk over het parcours gaan. Maar dat zijn sprongen van 1,20 meter. Daar kom ik ook op mijn sloffen overheen. Als je een hindernis van 1,60 meter voor je hebt, moet er wel even wat meer gebeuren.”

Imke: “Dan heb ik een kritische vraag: moet het per se 1,60 meter hoog zijn? Twintig centimeter lager kan toch ook? Waarom moet het zo hoog?”

Bianca: “Omdat er anders te veel mensen in de top komen en foutloos blijven. Nu al zijn er veel meer ruiters die een dik parcours kunnen winnen dan vroeger. De paarden zijn ook stukken beter geworden. De parcoursen technischer maken is ook niet mogelijk, ze zijn al zo technisch. Op de Olympische Spelen zijn de balken zo licht: als je er iets overheen veegt, rollen ze er al af. Nog technischer zou te gevaarlijk zijn voor de paarden.”

Imke: “Aha. In de dressuur zijn de paarden ook steeds beter geworden, al rijden wij altijd dezelfde oefeningen. De scores zijn wel erg omhoog gegaan. Te veel, op een gegeven moment was het zelfs zo dat met hoe meer spektakel er werd gereden, hoe hoger de punten waren. Gelukkig zijn ze daar weer wat van teruggekomen. Ook omdat het welzijn van paarden daaronder lijdt. En ik vind het zelf ook veel mooier: niet te spectaculair, maar juist harmonieus en alsof het vanzelf gaat.”

Bianca: “Zo heb ik, springruiter, op Indoor Brabant twee dagen dressuur zitten kijken. Isabell Werth won, gewéldig was dat, zo mooi.”

Imke: “Inderdaad. Het is ook niet verkeerd dat er discussie is, dat is soms nodig om zaken te veranderen. Kijk naar de eventing. Daar was enorm veel kritiek op, het zou dieronvriendelijk zijn. Toen zijn de hindernissen aangepast en is de nadruk meer op de dressuur komen te liggen. Dat hebben ze heel goed gedaan. In de dressuur is die omschakeling ook bezig, gelukkig.”

Het hele verhaal met Eva, Jesse, Imke, Bianca en Rieky lezen? Bestel het Bit Vlogazine vrijdag in onze webshop of koop dit printmagazine in de winkel!

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant