-

6 tips voor knotjes om trots op te zijn

Arnd Bronkhorst

Een mooie rij knotjes maken is een hele kunst. Je hebt niet alleen vlugge vingers nodig, maar ook een hoop geduld. En dat is nog best lastig, zo vlak voor een wedstrijd. Met deze zes tips maak jij voortaan knotjes waar je trots op mag zijn.

1. Een goede voorbereiding is het halve werk

Knotjes worden niet alleen mooier wanneer de manen van je paard schoon zijn, maar het scheelt ook zwarte vingers. Zorg er wel voor dat je geen producten gebruikt die de manen glad maken! Springen de manen van je paard alle kanten op, dan kun je jouw paard de nacht voor de wedstrijd zo’n hippe ‘sleazy’ om doen. Daardoor blijven de manen mooi plat op de hals liggen, wat het vlechten makkelijker maakt.

Zorg er ook voor dat de manen de juiste lengte hebben – ongeveer een handbreedte – en overal even dik zijn. Als je de manen regelmatig knipt en uitdunt, bespaar je jezelf een hoop stress op de ochtend voor je wedstrijd. Niet alleen bij jou, maar ook bij je paard!

Eigenwijze manen die aan weerszijde van de hals vallen kun je trouwens ook ‘trainen’ door vlechtjes te maken en die een aantal dagen te laten zitten. Doe je dat regelmatig, dan blijven de manen met een beetje geluk voortaan netjes aan één kant hangen.

2. Heb alle spulletjes bij de hand

Zorg ervoor dat je alle spulletjes bij de hand hebt, voordat je op je krukje klimt om te beginnen aan je vlechtjes. Denk aan een kleine manenkam, voldoende elastiekjes, naald en draad, een schaar en een vochtige spons. Bewaar je attributen in een heuptasje of een trommeltje, zodat alles netjes bij elkaar blijft.

3. Gebruik haarspray of gel

Niet alle paarden hebben zijdezachte, steile manen. Gelukkig biedt haarspray, gel, mouse of speciale manenspray uitkomst. Kies je voor gewone haarproducten van de drogist – da’s wel het goedkoopste – dan moet je de manen na afloop wel even wassen, zodat het niet gaat jeuken.

4. Verdeel de manen evenredig

Knotjes worden alleen mooi wanneer ze allemaal even dik zijn. Gebruik daarom een goede manenkam: die kleine kammetjes van metaal zijn vaak het beste. De lengte van zo’n kammetje is vaak precies goed voor mooie dressuurknotjes. Voor springknotjes pak je ongeveer de helft van het kammetje. Maak een rechte, scherpe scheiding, doe een elastiekje om het plukje en meet daarna het volgende plukje manen af. Begin pas met vlechten nadat je de manen in plukken hebt verdeeld, zodat je in één oogopslag kunt zien of alles nog ’n beetje gelijk is.

5. Gebruik platte elastiekjes

Vroeger had je van die stugge, rubberen elastiekjes die bij het minste van het geringste klapten. De techniek staat gelukkig voor niets: de platte, siliconen elastiekjes van tegenwoordig zijn super stretchy en vrijwel onbreekbaar! Wil je jouw vlechtplezier vergroten, neem dan bij je volgende bezoekje aan de ruitersportzaak zeker zo’n zakje nieuwe elastiekjes mee.

Ben je die ouderwetse naald en draad trouwens ook beu? Of weet je stiekem niet zo goed hoe je daar mee om moet gaan, maar wil je wel van die mooie roosjes? Probeer dan eens ‘Quick Knots’ uit. Dit zijn kleine metalen speldjes waarmee je in een handomdraai een knotje kunt vastzetten. Het knotje zit niet alleen stevig, maar is ook nog eens heel makkelijk los te maken.

6. Haal de knotjes los met een tornmesje

Over knotjes los maken gesproken: laat de schaar achterwege en pak voortaan een tornmesje (zo’n dingetje om stiksels mee los te maken). Hiermee kun je elastiekjes en draadjes losfriemelen zonder dat je per ongeluk een pluk manen afknipt.

Bron: Horse & Hound, Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant