-

Paniekbeheersing bij het buiten rijden

Lonneke Ruesink

Tijdens een ontspannen bosrit springt ineens hond uit de bosjes, verspert een ronkende trekker het pad of racet een groep mountainbikers achter je de heuvel af. Een schrikreactie is misschien niet te voorkomen, maar paniek vaak wel. Hoe? Blijf rustig en lees verder.

Voordat je buiten gaat rijden, kun je het best oefenen op ‘enge’ situaties. Daardoor weet je ook hoe je paard hierop reageert.

Voordat je buiten gaat rijden, kun je het best oefenen op ‘enge’ situaties. Daardoor weet je ook hoe je paard hierop reageert.

Schrikken is niet te voorkomen. Zelfs een ervaren obstakelgetraind paard zal opzij springen als er ineens een eend uit de sloot omhoog vliegt. Hier kun je je slechts op voorbereiden. Je kunt wel oefenen hoe jij op dergelijke reacties reageert en dat doen de meeste ruiters niet. “Een paard dat Z-dressuur loopt in de rijbaan, hoeft buiten geen braaf paard te zijn”, zegt Monya Erb van educatief centrum ’t Balingehof. “Je weet namelijk pas hoe hij met ‘enge dingen’ omgaat als je hem test. Leg dus eens een zeil in de rijbaan, of een paraplu en laat iemand ineens ergens mee wapperen. Laat het paard thuis een keer schrikken, daar waar je nog enige controle hebt, en als je hem dan al niet in de hand hebt, kun je je buitenrit beter nog even uitstellen.”

Paniek

Een trekker kan inderdaad eng zijn, maar of de schrikreactie van het paard omslaat in paniek, hangt vooral van jou af. Hoe snel kun je handelen en hoe snel kun jij je ontspannen? Gedragsdeskundige dr. Machteld van Dierendonck zegt: “Er is eens een onderzoek gedaan met jonge merels. De ouders van deze vogeltjes kregen een roofvogel te zien en sloegen alarm. De jonge vogels konden hun ouders niet zien, alleen horen. Het enige wat zij zagen was een pak melk. Het duurde niet lang of de jonge vogels werden doodsbang voor een pak melk.” Zo werkt het bij je paard ook. Hij voelt jouw spanning en dat kan van een trekker iets verschrikkelijks maken. Als je rustig kunt blijven en je hartslag laag houdt, dan is een trekker gewoon een ding op wielen. haar tip: “Rijd eens met een hartslagmeter. Dan weet je echt hoe jij ergens op reageert en hoe het paard reageert. Meten is weten. het gedrag zegt namelijk niet alles. Politiepaarden zijn getraind om stil te blijven staan. Dat wil echter niet zeggen dat ze niets eng vinden. Dat kun je alleen zien aan hun hartslag.”

En let op, want ook kleine, onbewuste signalen kunnen angst opwekken en de stress verhogen. “Stappen aan de lange teugels staat over het algemeen voor ontspanning”, zegt Van Dierendonck. “Zodra jij de teugels oppakt, weet het paard dus al dat er iets gaat gebeuren. Eigenlijk kun je beter de tegenovergestelde signalen geven en de teugels wat losser maken als je denkt dat hij iets eng gaat vinden. Of omgekeerd, je teugels op maat maken, maar verder gewoon rustig doorstappen. Het komt erop neer dat je jouw gedrag, alleen wat dit betreft, wat minder voorspelbaar moet maken.”

Een jong paard aan een lijntje begeleiden is verstandig. Evenals moeilijke omstandigheden als het tegemoetkomende paard oefenen met een braaf ouder paard.

Een jong paard aan een lijntje begeleiden is verstandig. Evenals moeilijke omstandigheden als het tegemoetkomende paard oefenen met een braaf ouder paard.

Positief

Toch blijft het paard schrikken en wegrennen, ondanks een goede voorbereiding en ontspannen houding. Dat is namelijk zijn natuur. daar komt bij dat het paard veel ‘engs’ ziet, een beeld in 340 graden. En het oog zit zo in elkaar dat het snel reageert op bewegingen en direct een seintje naar de hersenen stuurt om te handelen: rennen! “Het paard zal schrikken als er ineens iets in de bosjes ritselt”, zegt Van Dierendonck. “Ervaring kan hem leren dat daar wat kippen scharrelen en er dus niets aan de hand is. De eerste keer dat een paard iets engs ziet, is het ook niet zo erg. Dan mag hij schrikken. De tweede keer is belangrijker. Dan kun je er alsnog een positieve ervaring van maken.” Straf het paard dus niet als hij van de trekker schrikt, maar zorg dat je hem weer onder controle krijgt, vraag de bestuurder het ding uit te zetten en rijd er rustig voorbij. Dat moment blijft hangen. “Kroel je paard ondertussen, krabbel met je vingertoppen net naast de schoft. Op die manier kun je het paard kalmeren. Onderzoek wijst uit dat dit kroelen de hoeveelheid stresshormonen verlaagt en de hartslag laat dalen.” Beloon het paard niet zolang hij zich angstig gedraagt. Veel ruiters geven het paard klopjes op de hals als hij dribbelt en met open neusgaten loopt te blazen, maar daarmee leer je angstgedrag juist aan.

Blijft je paard erg schrikachtig buiten, vraag dan een ruiter met een meer ervaren en rustiger paard met je mee te gaan. Paarden leren sneller met enge dingen om te gaan als er een ander paard bij is. “Je kunt ook een Shetlander aan een lijntje meenemen”, zegt Van Dierendonck. “Een paard is een sociaal dier, maak daar gebruik van.”

Ritselende blaadjes

Soms is een blaadje genoeg om je paard de stuipen op het lijf te jagen. Dit heeft weinig met angst te maken en meer met spanning. “Die paarden stonden hoogstwaarschijnlijk ook al gespannen op stal en waren nerveus tijdens het zadelen”, zegt Monya Erb van educatief centrum ‘t Balingehof. “Een oplettende ruiter had dat gezien en besloten om vandaag maar even niet naar buiten te gaan of het paard in ieder geval eerst te longeren.”

Misschien is het paard gewoon wat fris. Zeker na een koude nacht tijdens een verder warme periode zie je dat vaak. Het kan ook een andere oorzaak hebben. “Wanneer paarden onvoldoende sociale contacten hebben, onvoldoende beweging krijgen, te veel krachtvoer eten en niet genoeg kunnen foerageren kunnen ze te maken krijgen met chronische stress”, zegt Van Dierendonck. Een van de aanwijzingen: deze paarden reageren op alles en schrikken snel, zelfs van dingen die eerder niet eng waren. De kans dat deze paarden op hol slaan is ook groter en dat maakt buitenrijden een stuk minder veilig. Is je paard vaker gespannen, loop dan toch eens het welzijnslijstje na om te kijken wat er verbeterd kan worden.

Wil het paard niet langs of door een plas, stap dan eventueel af. Laat hem niet de hoeven in het zand steken of stuiteren, maar houd hem in beweging.

Wil het paard niet langs of door een plas, stap dan eventueel af. Laat hem niet de hoeven in het zand steken of stuiteren,
maar houd hem in beweging.

Dode-dierenbak

Niet alleen het formaat en de kleur van een dode-dierenbak vinden paarden eng. Het is ook de geur. Vele meters voor de bak verstijft het paard al en wil niet meer voorwaarts. Of hij wil er alleen met een heel grote boog omheen, wat lastig kan zijn als er verkeer voorbij rijdt. “Wees persistent en houd vol, maar op een koele manier”, zegt Erb. Zet geen druk op het paard, want dan versterk je het angstgevoel. Imiteer liever zijn eigen reactie. Als hij omdraait, draai je hem terug of je draait hem verder door, zodat hij toch weer de goede kant op staat. Laat hem dan weer rustig staan. Loopt hij achteruit, dan laat je het paard achteruit draaien en rijd je op die manier richting de bak. dreigt hij te gaan steigeren en staat hij op de plaats te hupsen, draai hem dan ook om en houd hem op die manier in beweging. Geef hem ondertussen steeds alle ruimte om voorwaarts te gaan en te ontspannen. “Een leeuw is eng”, zegt Erb. “En als iemand je onder druk zet om voorbij die leeuw te lopen, dan wordt je nog banger. Als iemand je uitlegt hoe je met die leeuw moet omgaan en je steun biedt, dan voel je je een stuk beter.”

Lukt het niet om voorbij de bak te rijden, stap dan af. Je wilt positieve ervaringen opbouwen en het helpt als het paard een leider heeft om te volgen; jij. Neem voor dit soort situaties altijd een halstertouw mee. Dat is prettiger dan het paard aan de teugels mee te moeten nemen. “Mocht het paard alsnog zijn hoeven in het zand steken, maak dan pompende bewegingen; trek hem zachtjes naar voren en laat los”, legt Erb uit. “En laat hem anders een pasje opzij zetten en dan weer voorwaarts. Houd hem in beweging.” Is het paard voorbij de bak en loopt hij weer rustig, beloon hem dan uitgebreid voor zijn heldhaftige gedrag. Gebruik deze aanpak ook bij moeilijkheden voor een waterplas, een kuil of bij het oversteken van een bruggetje.

Hond

Ineens komt een hond luid blaffend het erf afgestormd of er springt er eentje plotseling uit het groen in het bos. Logisch dat het paard schrikt. Jij schrikt waarschijnlijk ook. “Hij mag dus best een pasje opzij springen of even wegrennen”, zegt eventingamazone Alice Naber-Lozeman. “Dat is zijn natuurlijke reactie. Daar moet je hem niet voor straffen. Neem hem na een paar passen gewoon rustig terug en zet hem weer aan de hulpen.” Beloon hem als de rust terug is.

De meeste boerderijhonden blijven keurig achter een denkbeeldige grens. Ze blaffen wel, maar houden hun afstand. In het bos voelen honden zich minder beperkt en kunnen ze besluiten de aanval in te zetten of te volgen. Wat doe je dan? Draai het paard naar de hond toe. Honden vallen namelijk het liefst van achter aan en zullen een paard minder snel van voren benaderen. Een dapper paard kun je zelfs naar de hond toe laten lopen. De meeste honden vertrekken dan algauw. Als het ernaar uitziet dat de hond wil aanvallen, ga er dan vandoor. De kans is klein dat je het dier, bijvoorbeeld met een zweep, van je af kunt houden zonder het paard bang te maken. Vergelijkbare situaties: een eend komt niet achter je aan, maar kan wel ineens uit een sloot opvliegen. Ook daar mag het paard best van schrikken. Even.

opening (Large)-1Trekker

Een trekker met een rammelende giertank, vrachtwagens met flapperende zeilen en enorme landbouwmachines. Ze zijn vaak erg imposant en het is niet vreemd dat het paard ze eng vindt. Het is soms wel de vraag wie het enger vindt: het paard of de ruiter. Veel ruiters worden bang bij het zien van een bulldozer, omdat ze denken dat het paard bang wordt. Probeer jezelf te beheersen. Als het paard eerder geen vervelende ervaringen met zo’n ding heeft gehad, dan hoeft hij nu ook niet panisch te reageren. Tenzij jij panisch bent en hem bang maakt. Let dus heel goed op je ademhaling. Adem rustig in door je neus, uit door je mond en laat je buik daarbij omhoog en naar beneden gaan. Let ook op je houding en zit. Knijpende bovenbenen verraden je spanning alsnog en maken het paard gespannen. En dan? ‘ls je een zijpad in kunt of even ergens een erf op kunt rijden, doe dat dan”, zegt Van Dierendonck. “Je hoeft dit soort situaties niet op te zoeken. Laat het paard het gevaarte gewoon van een veilige afstand bekijken, zodat je hem, als hij netjes stil blijft staan, kunt belonen voor zijn goede gedrag.”

Is er geen ontsnappen aan, probeer dan met handsignalen de bestuurder duidelijk te maken dat hij wat rustiger moet rijden. Monya Erb zegt: “Als ik op een smalle weg rijd, dan ga ik meestal midden op de weg rijden zodat auto’s wel moeten stoppen. Pas dan ga ik aan de kant.” Komt het enge gevaarte rustig je kant op, vraag dan de aandacht van het paard door hem aan het werk te zetten. Oefen wat schoudervoor en doe verder alsof je neus bloedt. Beloon hem alleen voor de momenten waarop hij rustig is. “Ik maak het paard meestal even wat attenter op mijn been en geef een paar keer een halve ophouding om te laten weten dat ik er ook nog ben”, zegt eventingamazone Alice Naber-Lozeman. “En als er aan de rechterkant iets engs is, dan laat ik het paard zijn hals naar links buigen. ik buig hem echt om mijn linkerbeen en begrens de rechterkant.” Stap niet af, je hebt in deze situatie meer controle als je op je paard blijft zitten. “Stap nooit af als je afhankelijk bent van een ander, in dit geval de bestuurder, of als er een kans is dat het paard ineens schrikt en zich lostrekt”, vult Erb aan.

Je kunt de aandacht van je paard afleiden van zaken die hij eng vindt, door hem aan het werk te zetten. Door bijvoorbeeld een stukje schoudervoor te rijden richt hij zijn aandacht op jou.

Je kunt de aandacht van je paard afleiden van zaken die hij eng vindt, door hem aan het werk te zetten. Door bijvoorbeeld een stukje schoudervoor te rijden richt hij zijn aandacht op jou.

Mountainbikers

Mountainbikers hoor je niet aankomen. Die zijn er ineens en komen snel op je af. Als je paard niets in de gaten heeft, maar jij ze wel ziet aankomen, dan kun je hem aan het werk zetten en zijn aandacht vragen door wat dressuurmatige oefeningen te rijden, zoals schoudervoor of een paar pasjes wijken. “Als het paard gespannen raakt, dan wordt het lijf juist helemaal hard”, zegt Erb. “Laat hem dus zijn hals en lijf buigen, want dat werkt ontspannend. Je kunt in dit geval ook het hazenpad kiezen. Letterlijk. Ga van het bospad af, het kreupelhout door en slalom rond de bomen en tussen takken door. Ook hiermee houd je de aandacht van je paard vast.”

Als de fietsers achter je opduiken kun je je paard het beste even omdraaien, want hij kan alleen voor zich met diepte zien.

Let op: er zijn meer dingen die geen geluid maken en voor het paard heel vreemd kunnen zijn, vreemder dan jij misschien denkt. “Mijn merrie schrok nergens meer van”, zegt Van Dierendonck. “Tot ze een ligfiets zag. Ze wist echt niet hoe ze het had. Een ander altijd rustig paard dat ik lesgaf in het bos vond een rolstoel doodeng toen hij die voor de eerste keer zag.”

Heteluchtballon

Gevaar komt voor paarden zelden van boven. Daar zijn ze dan ook niet op bedacht. Een heteluchtballon die overdrijft zullen ze niet opmerken tot de brander ineens aangaat. En dan schrikken ze. “Deze reactie kun je meestal voorkomen, door het paard bewust naar de ballon te laten kijken en even zijn hoofd omhoog te halen”, zegt Van Dierendonck. Dezelfde aanpak geldt voor vliegers of overvliegende ganzen die wel of niet besluiten geluid te maken.

Tips

  • Ga niet buitenrijden als je paard in de rijbaan onvoldoende aan de hulpen staat of ongehoorzaam is;
  • Is je paard wat banger uitgevallen? ga dan niet alleen op pad, maar samen met een ervaren en rustiger paard;
  • Ga niet buitenrijden als je zelf gespannen bent. “Als je verdrietig bent kan een buitenrit heel fijn zijn”, zegt Monya Erb. “Die spanning is niet erg. Als je net bent ontslagen of een uitbrander van je baas hebt gehad, dan kun je beter niet gaan rijden.” Dit is geen goede spanning en je paard pakt dit meteen op;
  • Neem altijd een halstertouw mee. Je kunt het paard beter aan een touw leiden, dan aan de teugels;
  • Zorg dat je een noodrem hebt en leer het paard de ‘one rein stop‘. hierbij trek je aan één teugel. de rechterteugel is vaak het meest effectief, omdat de meeste mensen rechtshandig zijn en dus sterker met die hand. Zie die manier van stoppen als een noodrem en gebruik het ook als zodanig, spaarzaam dus;
  • Oefen de ‘stop’ thuis door in stap rustig het hoofd naar rechts te halen, waarbij je steeds kleine ophoudinkjes maakt. Oefen het hierna in draf en uiteindelijk in galop;
  • Als het paard flink is geschrokken, dan giert de adrenaline ook daarna nog even door zijn lijf. geef hem de tijd om te kalmeren en wees extra voorzichtig, want het paard staat op scherp;
  • Draag altijd een cap en neem een mobiele telefoon mee.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant