-

Energiek starten en finishen op een endurancewedstrijd

Endurancewedstrijden
Vanessa Teepe

Endurancewedstrijden gaan over het afleggen van routes tussen de 20 en 160 kilometer. Conditie, fitheid en het monitoren van het algemene welzijn vormen een belangrijk onderdeel. Helaas is er in de endurancewereld op dit moment veel te doen omtrent misstanden. Gelukkig is er op alle niveaus juist ook veel aandacht voor het welzijn van endurancepaarden. Wie zeker het welzijn van haar wedstrijdpaard Shadira en haar wedstrijdpony First Lady boven alles zet, is Bit-lezer Annette Lenos.

In dit artikel vertelt Bit-lezeres en endurance-amazone Annette Lenos dan ook hoe ze een endurancewedstrijd beleeft en hoe ze er als klasse I wedstrijdruiter voor zorgt dat ze met Shadira of met First Lady fris en blij over de finish komt.

Hoe heb je endurance ontdekt?

Annette: “Ik heb de endurance ontdekt toen First Lady minder plezier kreeg in het werk in de bak. Tijdens een buitenrit leefde ze helemaal op. Ik ging op zoek naar iets waar je buiten kon rijden met een wedstrijdelement en vond dat in de endurance.”

Welke wedstrijdklasse rijd jij?

“Met First Lady ben ik vroeger alleen in klasse I wedstrijden gestart. Ze was namelijk al een jaar of 19 toen we endurance ontdekten. De afstand van een klasse I wedstrijd ligt tussen de 20 tot 39 kilometer. Op zaterdag 20 april 2019 heb ik met mijn jongste paard Shadira voor het eerst deelgenomen aan een klasse I wedstrijd.”

Als instap bestaat er de impulsrubriek. Hogere wedstrijdklassen zijn klasse II, klasse III en klasse IV.

Zit het geheim van een goede wedstrijd bij jou in de voeding?

Annette: “Ik geef geen speciale voeding. Op een wedstrijd zorg ik altijd dat ik voldoende ruwvoer bij me heb en krijgt mijn paard het normale portie krachtvoer. Ter beloning gaat er ook een zak wortels mee. Water is ook erg belangrijk, zowel om te drinken als om te koelen.”

Hoe ziet jouw trainingsschema eruit en hoe breng je daar afwisseling in aan?

“Ik ga regelmatig naar het strand en naar het bos om te trainen. Voordeel vind ik dat je dan weinig te maken hebt met verkeer en makkelijker een lang stuk kan draven of galopperen. Daarnaast rijden we ook regelmatig in de polder, want dan hoef ik niet weg met de trailer. Ik zorg ervoor dat we één tot twee keer in de week een langere rit maken. Ook hebben we regelmatig dressuurles, waarbij we dan met name bezig zijn met gymnastiseren. Ik vind het belangrijk dat mijn paard leert haar lichaam goed te gebruiken, zodat ze mij makkelijker kan dragen. Verder longeer ik of ga ik een rondje wandelen. Mijn paarden zijn ook regelmatig een dagje vrij. Dat bekent niet dat ze de stal niet uitkomen! Ze gaan dan lekker op de wei en in de paddock.”

Annette geeft een voorbeeld van zo’n mogelijke trainingsweek: “Maandag een dag vrij, dinsdag longeren met balkjes, woensdag een rondje door de polder, donderdag vrij en vrijdag dressuurles. Longeren op zaterdag en een lange rit door het bos of over het strand op zondag. Dit schema wisselt en laat ik mede afhangen van het weer en de tijd die ik in de week beschikbaar heb.”

Na de training komt de wedstrijd, hoe ziet zo’n wedstrijddag eruit?

“Als je aankomt op het wedstrijdterrein meld je je eerst even aan. Je krijgt dan je vetkaart en startnummer. Daarna ga je met je paard, je vetkaart en je paspoort naar de voorkeuring. Hier wordt onder andere de hartslag gemeten. Deze moet onder de 60 slagen per minuut zijn. Daarnaast wordt er gekeken en geluisterd naar ademhaling, slijmvliezen/CRT, turgor, darmen en spierspanning. De rug, schoft en mondhoeken van het paard worden gecontroleerd op drukplekken en pijnlijkheden en de hoeven worden bekeken. Daarna moet het paard een stukje stappen en draven aan de hand. Eigenlijk is het een korte algehele check om te kijken of je paard fit is. Ook wordt hier het paspoort gecontroleerd, want je paard moet op tijd geënt zijn. Als alles op orde is mag je je paard gaan zadelen”, licht Annette toe.

Ze gaat verder: “Je zorgt ervoor dat je ongeveer 5 minuten van te voren bij de start bent. Bij de klasse I is er geen vetgate, bij hogere klassen wel. Dit is een soort tussenstation op de route, waarbij het paard even moet rusten en weer gecheckt wordt. Zodra je bij de finish komt heb je in een klasse I wedstrijd 10 minuten de tijd om je paard aan te bieden, want dan wordt weer de hartslag gemeten. Wederom moet deze onder de 60 slagen per minuut zijn. Daarna volgt er, een half uur later, nog een nakeuring. Hier worden dezelfde punten gecheckt als bij de voorkeuring.”

Waarom zijn er zoveel keuringen?

Annette legt uit: “De keuring vooraf zorgt ervoor dat alleen fitte paarden aan de wedstrijd mogen beginnen. Bij de keuring achteraf wordt er gecheckt of de paarden na afloop van de rit nog steeds fit zijn. Je paard moet ‘fit to continue’ zijn.”

Endurancewedstrijden
First Lady tijdens het wachten op een keuring
(foto gemaakt door Annette van Oudheusden)

Is een hartslagmeter nodig?

“Een hartslagmeter is niet nodig, maar wel handig. Zelf rijd ik zonder hartslagmeter. In de toekomst wil ik er wel graag eentje aanschaffen. Je kunt er veel informatie uithalen bij het trainen. Het is ook handig dat je bij de finish van een wedstrijd al meteen weet hoe hoog de hartslag is. Zo weet je of je je paard meteen kunt aanbieden.”

Hartslag van Shadira is bij de finish goedgekeurd

Hoe weet je dan nu welke snelheid je moet aanhouden?

“Ik maak gebruik van een sporthorloge. Deze houdt tijdens de rit bij hoeveel kilometer je al hebt afgelegd en hoe lang je onderweg bent. Deze gebruik ik zowel in de training als op een wedstrijd.”

Verkeerd rijden geeft dan wel een vertekend beeld. Annette: “Je moet er rekening mee houden dat de gemiddelde snelheid niet meer klopt als je ergens in de route verkeerd rijdt. De tijd die je er van start tot finish over gedaan hebt wordt namelijk vergeleken met de route van de wedstrijd.”

Endurancewedstrijden
Bij endurancewedstrijden mag je in kleine groepjes starten en samen de wedstrijd uitrijden.

Hoe win je een endurancewedstrijd?

“In de impulsklasse en de klasse I wordt de uitslag opgemaakt aan de hand van de behaalde wedstrijdpunten. Bij de finish kunnen 10 wedstrijdpunten worden behaald. Voor iedere minuut die je na de finish wacht om je paard aan te bieden gaat er een punt af. Daarnaast krijg je punten voor de gemiddelde snelheid, waarmee je de rit hebt gereden. In de klasse I levert een gemiddelde snelheid van 10-11 km per uur bijvoorbeeld 6 wedstrijdpunten op. De combinatie met het hoogste aantal punten wint de wedstrijd.”

En, wat als het nu gelijkspel is? Annette verduidelijkt dit: “Bij een gelijk aantal punten wordt er eerst naar de snelheid gekeken, de combinatie die het dichtst bij de 13 km per uur komt wordt dan als eerste geplaatst. In klasse I levert een goed uitgereden wedstrijd 1 winstpunt op. Bij 3 winstpunten mag je door naar klasse II. Leuk om nog te vermelden is dat promotie naar een volgende klasse niet verplicht is, je mag oneindig starten in dezelfde klasse. Dat vond ikzelf heel fijn, want zo hebben First Lady en ik lekker lang kunnen genieten van de klasse I wedstrijden.”

Maar waar draait het in elke endurancewedstrijd nu echt om?

“Het gaat in de endurance bij wedstrijden niet zozeer om de eerste plaats. Als je met een gezond paard over de finish komt dan heb je al gewonnen! Het plezier moet voorop staan, bij ruiter & paard!”

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant