-

De jacht: een uitdaging voor paard, hond en ruiter

Wybrich

Vanuit de verte kan je ze al horen aankomen, de honden die luid laten weten dat ze op het goede spoor zijn. Gevolgd door een grote groep paarden en ruiters die op een gecontroleerde wijze de honden volgen door het terrein. Pascal van Moort (47), een doorgewinterde jachtruiter, vertelt meer over dit fenomeen.

“Het is al heel wat jaren geleden dat ik begonnen ben met het rijden van jachten. Onder leiding van mijn vader reed ik met een leeftijd van acht jaar al de eerste jacht met mijn toenmalige pony. Ik ben er een tijdje tussenuit geweest, maar ik rijd op het moment zo’n 20 tot 30 jachten per seizoen.”

Oorsprong ligt bij de cavalerie

“De oorsprong van de Koninklijke Nederlandsche Jachtvereeniging (KNJV) ligt bij de bereden cavalerie. Die van 1919 tot de Tweede Wereldoorlog de jachten gebruikten als oefening om zo snel mogelijk van A naar B te rijden over verschillende terreinen. Van oorsprong is de jacht dus helemaal niet om het vangen van een vos, zoals dat in Engeland en Ierland wel het geval is.”

“Tijdens de oorlog werden de jachten tijdelijk stilgelegd, maar in 1949 werd het jagen, mede dankzij Prins Bernard, weer opgepakt. Vanaf toen was het geen vereniging meer voor alleen militairen, maar meer voor de particulier. Inmiddels telt onze vereniging ongeveer 150 rijdende leden.”

De hedendaagse jacht

“Tijdens de jacht vandaag de dag is het doel om een mooie terreinrit te maken, waarbij de honden leidend zijn. Een jacht is 20 tot 25 kilometer lang, verdeeld over drie runs. Na elke run is er een pauze waarin de honden en paarden, maar ook ruiters even tot rust en op adem kunnen komen.”

“Na de pauze rijden we weer verder. Een groep van ongeveer 40 honden volgt een slipspoor met vossengeur dat van tevoren te voet door het terrein wordt getrokken. Deze geur zit aan stinkende lappen die op een plek hebben gelegen waar een vos veel komt en zijn behoeftes doet.”

“Aan het joelende geluid kun je precies horen dat de honden op het juiste spoor zitten. Daarnaast gebruiken de honden het joelen om onderling met elkaar te communiceren.”

Geordende rit

“Van oktober tot en met april organiseren we in totaal zo’n 35 tot 40 jachten. Om elke jacht goed te laten verlopen zijn de taken onderling verdeeld tussen de ruiters en mag niet iedereen zomaar mee rijden. Dit moet ook wel, anders krijg je met 30 tot 40 ruiters een grote chaos.”

“Voorop in de groep rijdt de Equipage, dat bestaat uit de Master Houndsman en twee Whippers-in. Alleen de Equipage mag zich bemoeien met de honden en zijn te herkennen aan de lange zwepen die gebruikt worden om de honden aanwijzingen te geven.”

“De Equipage wordt op gepaste afstand gevolgd door de rest van de groep paarden en ruiters. Voorop in deze groep rijden de Fieldmasters, dit zijn twee tot drie ruiters die de route van de jacht kennen en aanwijzingen geven aan de andere ruiters. Naar de Fieldmasters moet echt geluisterd worden, ze mogen dan ook ruiters naar huis sturen als er gevaarlijk gereden of niet geluisterd wordt.”

“Dan zijn er nog de Jointmasters, dat zijn leden van de KNJV die meerijden. Tijdens de jacht is iedereen verantwoordelijk voor een geordend verloop en er wordt onderling op een sympathieke wijze goed samengewerkt.”

“Als laatste kunnen er ook nog wat overige ruiters meerijden, zoals beginnende jachtruiters of andere ruiters die een verband hebben met de vereniging. Zonder uitnodiging mag er niet mee gereden worden. Nieuwe ruiters krijgen altijd twee mentoren binnen de vereniging, deze mentoren begeleiden de nieuwe ruiter.”

Gekleurde jachtrokken

“De felgekleurde rode jachtrokken zijn veel gebruikte jassen tijdens de jacht. Maar je mag niet zomaar met een rode jachtrok mee rijden, deze moet je namelijk verdienen. Pas als je minimaal een aantal jachten hebt mee gereden, voldoende ervaring hebt en het spelletje begrijpt. Dan kun je de rode jachtrok verdienen.”

“Daarvoor wordt er verwacht dat beginnende mannelijke ruiters met een zwart jas rijden. Op deze manier kunnen wij herkennen dat jij een beginnende jachtruiter bent, houden we je beter in de gaten en geven extra aanwijzingen wanneer nodig.”

“Vrouwen rijden niet in rode jachtrokken, maar in zwarte of blauwe jassen. Ze mogen dat zelf kiezen. Wel is het kenmerkend voor onze vereniging dat de gedragen jas een grijze kraag heeft.”

Het jachtpaard

“Niet elk paard is geschikt om mee te doen aan de slipjacht. Aangezien het een zware rit is, hebben wij de voorkeur voor een wat zwaarder gebouwd paard. Verder is het heel belangrijk dat het paard controleerbaar blijft als je met een grote groep door het land galoppeert. Onze voorkeur gaat vaak uit naar Ierse paarden, deze zijn namelijk wat grover qua bouw en hebben een goed hanteerbaar temperament.”

“Terwijl in principe elk paard wel geschikt zou moeten zijn. Hebben veel warmbloed paarden een te fel temperament, dit kan gevaarlijk zijn als er met zo’n grote groep ruiters wordt gereden.”

Voorbereiden op de jacht

“Mijn paarden krijgen na het jachtseizoen een lekkere vakantie op de wei. Ze worden dan voornamelijk lekker vertroeteld en we maken af en toe buitenritten.”

“Vlak voordat het jachtseizoen begint gaan we weer wat meer rijden. Dit is zowel dressuurmatig om ze soepel en gehoorzaam te krijgen, maar we werken ook aan het uithoudingsvermogen. Daarnaast is het ook mogelijk om aan het begin van het seizoen oefenjachten te rijden. Dit is vooral geschikt voor jonge paarden en honden. De paarden hebben dan rustig de tijd om te wennen aan de honden en wij kunnen de jonge honden even extra goed in de gaten houden.”

“Ook de honden worden getraind voor de jacht. We laten ze dagelijks uit en hierbij leren we de honden om naar de zweepsignalen te luisteren. Vaak begrijpen de honden snel wat de bedoeling is, doordat de oudere honden het goede voorbeeld geven aan de jonge honden. Het uitlaten doen we te voet of op de fiets, maar vaak ook te paard.”

Veiligheid boven alles

“Om de jacht veilig te laten verlopen, wordt de jacht van te voren verkend door de Equipage en Fieldmasters, samen met het organiserende jachtcomité. Hierbij wordt gekeken of de hindernissen, sloten, maar ook de route veilig is.”

“Verder is het niet toegestaan om met kalkoenen te rijden. Dit klinkt misschien een beetje gek, maar je wilt niet weten hoe gevaarlijk het kan zijn als een paard trapt met kalkoenen in en je rijdt middenin een groep. Wel gebruiken we speciale ijzers waar iets een puntje aan zit voor meer grip”

“Peesbeschermers zijn niet altijd aan te raden, eigenlijk alleen wanneer het paard ze echt nodig heeft. Vaak scheren we de benen van de paarden niet, want op deze manier biedt het haar bescherming aan de benen. Peesbeschermers kunnen daarnaast irritatie veroorzaken als er vuil ophopingen ontstaan.”

“Officieel mogen kinderen pas vanaf 14 jaar mee rijden, soms ook al jonger als het kind al erg goed kan rijden. Wel vinden wij het erg belangrijk dat zowel kinderen als beginnende jachtruiters goed worden begeleid en veiligheid staat altijd voorop.”

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant