
Plezier
In het openingsinterview op pagina 18-26 vertelt springruiter Wesley Mulder vol lof over zijn speciale, zelfgefokte paard Treasure of the Lowlands WM. Hij doet altijd alles, iedereen kan met hem rijden en “als ik met hem rijd en het terugzie, denk ik: zo hoort het”, aldus Wesley. Getriggerd door die uitspraak ben ik meteen een aantal filmpjes van Wesley en Treasure gaan bekijken. Wat ik zag, was een paard dat schijnbaar moeiteloos over de hindernissen vliegt. Zijn oren afwisselend gefocust op zijn ruiter en op de hindernis. Het geheel ziet er energiek en krachtig, maar tegelijkertijd licht en ontspannen uit. En, misschien nog wel het allerbelangrijkst: het paard heeft er plezier in, dat straalt ervan af. Zo hoort het – dat was ook wat ik dacht bij het zien van deze filmpjes.
En het is voor mij heel wat om dat te denken. Want als ik ook maar het lichtste vermoeden heb dat het paard het vervelend vindt of dat zijn lichaam eronder lijdt, gaat er precies het tegenovergestelde door me heen. Ik heb het nu niet alleen over ‘andere mensen’; toen ik onlangs mijn eigen rijfilmpjes van de loop der jaren terugkeek, was het alsof ik Pandora’s box opende. Ik zag de Friese merrie waar ik zo dol op was vet achter de loodlijn lopen, zwaaiend met haar staart van irritatie. Mijn paard Syam was overduidelijk in de vluchtmodus in het filmpje dat ik apetrots op Facebook postte met het commentaar ‘kijk eens wat een energie hij heeft’. Het paard van een vriendin waar ik een keer op reed had er duidelijk helemáál geen zin in, en zelfs Scout was overduidelijk ‘zoned out’ tijdens een zadelpassessie waarvan ik me alleen nog herinner dat de zadelpasser zei dat ik ‘zo’n goede zit had’. Kijk mij eens zonder beugels galopperen. Maar wie kijkt er naar zíjn gezicht?
Nu denk ik heus niet dat ieder paard waar ik ooit op heb gereden miserabel was – gelukkig niet. Ik heb ook foto's en filmpjes van ontspannen en blije bos- en strandritten, en van Scout die vol enthousiasme met mij op zijn rug over hindernissen springt. Maar ik ben in de loop der jaren wel veel meer gaan zien en de lat steeds hoger gaan leggen. Dat komt ook omdat ik in mijn werk voor Bit & Cap – gelukkig – zo veel zie van hoe het ook kan: fijn, gezond en eerlijk voor het paard. Neem nou het artikel op pagina 52-60 waarin Karin Leibbrandt en Debbie van der Aar laten zien hoe je de bovenlijn van je paard verbetert. Hier wordt het paard niet slechter van, maar sterker, gezonder en blijer.
Paarden kunnen beter worden van rijden, maar dit kost heel veel tijd, training en toewijding en er is een hele hoop kennis voor nodig. Voor (dubbel) plezier zijn vooral een veilig gevoel, twee gezonde lichamen, voldoende afwisseling en uitdaging en een goede match nodig. Voor mij persoonlijk voelt rijden alleen nog écht goed als ik het gevoel heb dat het paard zich er fysiek en mentaal goed bij voelt. Dat is waarom ik me voorlopig beperk tot kriebelen, wandelen, R+ grondwerk en speuren. Met Scout van vijfentwintig, die rondjes in de bak allang niet meer nodig vindt en springbalken al een tijd vooral als jeukpalen beschouwt. En met Brynja, die de buitenwereld beter aankan als ik naast haar loop – en ik ook.
Of ik dat jammer vind? Natuurlijk vind ik rijden leuk, maar voor mij gaat de relatie boven het rijden. Tot voor kort voelde ik me de hele dag alsof ik vloog nadat ik fijn had gereden. Nu voel ik me alsof ik vlieg als ik het gevoel heb dat er verbinding was vanaf de grond. Uit die verbinding, al is het maar een minuut lang, haal ik het meeste plezier. P


