Waar kun je zelf rekening mee houden?
Indien jouw paard zijn voorbenen flink intrekt boven de sprong, kan een springsingel met buikflap extra bescherming bieden voor de rechte buikspier. Zeker wanneer je paard ijzers of stollen draagt kan hij hiermee onbewust wondjes of kneuzingen veroorzaken onder zijn buik. Deze kneuzingen zijn voor ons meestal niet zichtbaar, omdat we vanwege de haren geen blauwe plekken kunnen waarnemen.
Net zoals je zelf ook niet zomaar ongetraind een uur lang buikspiertraining vol kan houden, kan een paard dit ook niet. Dus bij jonge paarden en paarden die weer opgepakt worden na een rustperiode is een geleidelijke opbouw van training essentieel. Afhankelijk van de bouw en conditie van het paard kun je bijvoorbeeld starten met tien of vijftien minuten, twee of drie keer per week. Dit kun je dan geleidelijk opbouwen met vijf of tien minuten zodra je paard daar klaar voor is. Een fysiotherapeut kan jou helpen om een opbouwschema te maken dat past bij de individuele situatie van jouw paard.
Bij jonge paarden kun je daarbij ook denken aan buikspiertraining middels grondwerk en werken aan de hand, als voorbereiding op de extra belasting van ruiter en zadel. Cavalettiwerk kan hierin bijvoorbeeld meegenomen worden. Net als achterwaarts gaan, door een laagje water lopen aan de rand van een meertje of de zee of middels de aquatrainer. Wanneer het jonge paard al wat sterker is geworden in zijn buikspieren voordat hij zadelmak gemaakt wordt, heeft hij meer kracht om het gewicht van zadel en ruiter te dragen. Daarmee is hij ook al eerder in staat 'over de rug te lopen' onder de man. Want daar is buikspierkracht voor nodig.
Wanneer buikspieren lange tijd een statische houding moeten geven aan de romp, zullen ze sneller verzuren dan wanneer de houding afgewisseld kan worden. Jij houdt planken waarschijnlijk ook geen vijftien minuten aan één stuk vol, maar je kan bijvoorbeeld wel (als je zou willen) vijf herhalingen van drie minuten volhouden. Door even te veranderen van houding is het daarna weer mogelijk om door te gaan. Wissel daarom voor je paard ook de houding af gedurende je training, even voorwaarts-neerwaarts tussendoor of even stappen, en af en toe lange teugel. Door variatie in de houding kun je verzuring en spierpijn vermijden.
Houd ook het gewicht van je paard op peil. Meer buikvet betekent meer rompgewicht en dus een grotere belasting voor de buikspieren die dit pakketje moeten dragen zoals een hangmat en buideltas.
Herken jij bepaalde symptomen bij je paard? Vraag dan advies aan je dierenarts of dierenfysiotherapeut. Je kunt een dierenfysiotherapeut ook preventief inschakelen. Zo kun je (toename van) klachten voorkomen.