Afbeelding
Foto: IStock

De buikspieren

In deze serie neemt dierenfysiotherapeut Francis Gommans van de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Dieren je mee langs vijf belangrijke spiergroepen van je paard. Bij elke spiergroep legt ze uit hoe je klachten hieraan kunt herkennen en wat je zelf voor je paard kunt doen. In deze aflevering komen de buikspieren aan bod.


Tekst: Francis Gommans, NVFD | Foto's: IStock, arnd.nl | Illustratie: Archief Bit & Cap

De onderste buikspier, die begint ter hoogte van het borstbeen en helemaal doorloopt tot de onderrand van het bekken, noemen we de rechte buikspier (M. rectus abdominis). Deze hangt als een soort hangmat tussen de voorhand en de achterhand van het paard, en is de onderste begrenzer van de romp. Hij heeft daarmee een belangrijke functie in het helpen dragen van alle organen die gelegen zijn in de romp. De dwarse buikspier heeft een redelijk verticaal verloop. Hij ligt in het gebied achter de ribben en voor het bekken. Hij start bij de lendenwervelkolom en loopt tot helemaal onder aan de buik, waar hij eindigt bij de rechte buikspier. Als een soort buideltas helpt ook hij mee met het dragen van de organen. Dan zijn er twee soorten schuine buikspieren, waarvan je het verloop kunt zien op het anatomieplaatje. De obliquus internus loopt vanaf de voorkant van het bekken schuin naar voor/onder richting de ribben, waar hij overgaat in de rechte buikspier. De andere schuine buikspier, de obliquus externus, loopt schuin in de andere richting; vanaf de ribben naar achter en onder, richting de rechte buikspier en het bekken.

Functie van de buikspieren

Ook de buikspieren hebben een aantal verschillende functies, afhankelijk van hoe de spieren worden gebruikt: concentrisch*, excentrisch* of isometrisch* (*zie begrippenlijst).

Concentrisch aanspannen:

Alle onderdelen van de buikspier helpen tijdens het aanspannen mee aan de ademhaling, het mesten, het dragen van organen inclusief een eventueel ongeboren veulen en het bol maken van de rug. Wanneer we het paard gaan berijden moeten deze spieren ook extra aanspannen om ons gewicht te dragen.

Afremmende functie (excentrische aanspanning*):

Stel: iemand 'ploft' op de rug van een paard tijdens het opstappen waarbij de rug doorzakt, dan helpen de buikspieren bij het afremmen/ het tegengaan van deze beweging.

Stabiliserende functie (isometrische aanspanning*):

De buikspieren helpen bij het stabiliseren van de romp. Met name in de richting van de holle en bolle rug. Dit doen ze zowel in stilstand als in beweging. Bij het belasten van de rug met het gewicht van ruiter en zadel moeten de spieren wat harder werken om de romp te stabiliseren. De schuine buikspieren kunnen in de zijgangen nog een extra handje helpen.

Blessures aan de buikspieren

Blessures aan buikspieren komen we niet vaak tegen binnen de dierfysiotherapie. Net als bij mensen is dit geen spier die je zomaar overrekt of scheurt. Toch kunnen ook de buikspieren wel eens zorgen voor klachten. Deze worden dan meestal veroorzaakt door een klap van buitenaf of door overmatige training die verzuringsklachten geeft. Ook kunnen inwendige problemen en ademhalingsklachten zich uiten in het gebied van de buikspieren.
Bij een blessure door trauma van buitenaf, kun je denken aan een trap van een ander paard of een landing op een paaltje of voerbak na steigeren. Ook zien we wel eens klachten door impact van een springbalk na in een hindernis te zijn beland. Meestal ontstaat dan op die plek een verdikking, een hematoom. Dat is een flinke blauwe plek door een bloeduitstorting, soms met oedeemvorming rondom.
De buikspieren moeten naast stabiliseren en dragen van de romp, ook het zadel- en ruitergewicht extra opvangen. Een paard dat voor het eerst bereden wordt of na lange tijd rust weer opgepakt wordt, heeft tijd nodig om de benodigde kracht en het uithoudingsvermogen van de spier (weer) op te bouwen. Bouw daarom de duur van je trainingssessies geleidelijk aan op. Overbelasting uit zich meestal in een verzuring van de spier waardoor aanraken (en aansingelen) gevoelig is. Ook kunnen triggerpoints en spierstrengen ontstaan door fysiologische veranderingen binnen de spiervezels.
Bij inwendige problemen, waaronder koliek of maagzweren, kunnen paarden ook gevoelig zijn bij aanraking van de buikspieren. Bij buikpijn kunnen ze hun buikspieren ook aanspannen, paarden staan dan met een opgetrokken buik. Een ontspannen, pijnvrij paard laat zijn buikspieren juist ontspannen, zijn buik lijkt dan iets dikker en ronder. Maar anders dan bij gaskoliek of sommige darmklachten waar ze juist een opgeblazen buik door kunnen hebben. Door te weten wat normaal is bij jouw paard kun je heel makkelijk en snel van de buitenkant herkennen of je paard signalen toont van ongemak. Wees bij verandering dan ook alert op andere signalen die het paard geeft en die kunnen wijzen op ziekte of pijn.
Ook ademhalingsproblemen kunnen zichtbaar worden via de buikspieren. Dampigheid is bijvoorbeeld een chronische aandoening aan het ademhalingsstelsel van je paard, vergelijkbaar met COPD bij mensen. Paarden die dampig zijn, spannen hun buikspieren aan in de laatste fase van hun uitademing om het laatste beetje lucht uit te persen. Op termijn kan een zogenaamde dampigheidsgroeve zichtbaar worden aan de onderkant van de romp, door het vele persen met de buikspieren.

Hoe herken je (pijn)klachten aan de buikspieren?

(Pijn)klachten aan de buikspieren kun je herkennen in de houding en in beweging. Ook tijdens de training en in de omgang kan het paard signalen laten zien die op dergelijke klachten wijzen.

Afwijkingen in houding

Zelden valt een afwijkende houding op bij klachten aan de buikspieren. Daarnaast zijn de houdingen die je kunt zien, ook gemakkelijk toe te schrijven aan andere klachten en dus niet specifiek voor buikspierklachten. Toch zijn er signalen mogelijk, met name indien ze samenhangen met pijnlijkheid bij aanraking en uitsluiting van andere oorzaken. Zo kan een paard dat klachten ervaart aan bijvoorbeeld de linker obliquus internus abdominis het prettiger vinden om het linkerachterbeen op rust te zetten. In deze houding zakt de linker bekkenhelft iets omlaag, waardoor er minder spanning staat op de linker M. obliquus internus abdominis.
Een ander mogelijk signaal kan zijn dat het paard zijn rechte buikspier ofwel zijn 'hangmat' wil helpen ontspannen. Door de beide voorbenen achter de loodlijn te plaatsen en de achterbenen ruim voor de loodlijn, wordt de rug als het ware passief iets boller gezet. Daardoor wordt de rechte buikspier mogelijk iets ontzien. Wanneer wij buikpijn hebben maken we onze rug ook liever wat bol om de spanning op onze buik te verminderen. Een ander signaal kan zijn dat je paard zijn buikspieren anders dan anders gebruikt. Een paard dat altijd met een ontspannen hangbuikje heeft gestaan en nu opeens vaak met een opgetrokken buik staat kan een signaal zijn van ongemak. En ook andersom; een paard dat altijd een vrij actieve houding heeft gehad met een bepaalde mate van basisspanning op de buikspieren en die nu opeens met een meer holle rug en hangbuikje staat, kan deze andere houding aannemen om iets te ontzien. Paarden zijn heel goed in het verbloemen van pijn, en daarom is het belangrijk je paard goed te kennen en veranderingen te signaleren.
Klachten aan de buikspieren zijn eigenlijk altijd mild en moeilijk waar te nemen. Duidelijke signalen van buikpijn zoals naar de flank kijken, trappen of bijten naar de buik en/of onrustig schrapen met de voorbenen passen niet bij pijn aan de buikspieren maar bij koliek, waarbij opgetrokken buikspieren wel een direct gevolg kunnen zijn van pijn en een opgezwollen buik een teken kan zijn van gaskoliek. Bel dan altijd direct je dierenarts.

Afwijking in beweging

Ook hier gaat het vaak maar om subtiele signalen die snel gemist worden. De signalen die je ziet zijn ook niet specifiek voor buikspieren, waardoor het moeilijk is op basis van de beweging te kunnen stellen dat een paard last kan hebben van zijn buikspieren. Het gaat altijd meer om het totaalplaatje van onderzoek, navoelen, gedrag, houding, beweging en uitsluiten van overige aandoeningen. Afwijkingen in beweging die zichtbaar zouden kunnen zijn, zijn verkorte paslengte, moeite hebben met de uitgestrekte draf, het niet willen opbollen van de rug, het juist 'overdreven' opbollen van de rug en moeite hebben met zijgangen.
Omdat de buikspieren helpen bij het stabiliseren en dragen van de romp, inclusief het gewicht van zadel en ruiter, moeten ze extra aanspannen wanneer de paslengte groter wordt, zoals bij de uitgestrekte draf. In deze diagonale beenzetting helpen de schuine buikspieren mee aan de balans en het roteren van de romp.
Indien het paard tijdens de zijgangen lengtebuiging neemt terwijl zijn achterhand en voorhand niet op één lijn vooruit bewegen, wordt hier ook een beroep gedaan op de rompstabiliteit. Wanneer een paard dit zwaar vindt voor zijn buikspieren, kan hij hier moeite mee hebben of proberen de beweging klein te houden.
Indien het aanspannen van de buikspieren onprettig is, kan het paard de voorkeur geven om zijn buikspieren niet aan te spannen tijdens het dragen van het extra gewicht van ruiter en zadel. Hij loopt dan mogelijk liever in een passieve houding met een holle rug. Dat zie je ook bij vermoeidheid van de buikspieren of zwakte van de buikspieren.
Hij kan echter ook proberen zijn pijnlijke buikspieren te ontzien door de rug juist extra bol te maken middels het achterover kantelen van het bekken, een lage hoofdhalshouding en kleine passen, waarbij hij de vier benen het liefst zo dicht mogelijk onder het zwaartepunt houdt.


Mogelijke uitingen van klachten/verzet tijdens rijden/trainen

Het paard kan moeite hebben met het accepteren van het been door gevoeligheid van de buik. Met name de obliquus externus abdominis bedekt een groot deel van de zijkant van de romp waar wij ons been tegenaan leggen bij het geven van beenhulpen op en achter de singel. Een beenhulp stimuleert bijna altijd activatie van buikspieren, en indien een paard liever niet zijn buikspieren wil aanspannen kan hij daarom onze beenhulp als onaangenaam beschouwen. Boven een sprong trekt een paard zijn buikspieren in om zijn rug goed te kunnen bollen. Indien dit pijnklachten veroorzaakt kan de techniek van het springen benadeeld worden of ziet het paard dit niet zo zitten, wat kan resulteren in weigeren. Ook bij cavalettiwerk vraag je niet alleen om meer knieactie maar ook om meer aanspanning van de buikspieren. Een paard dat last heeft van zijn buikspieren zou dit kunnen proberen te vermijden.

Mogelijke uitingen van klachten in de omgang

Borstelen onder de buik, op singelhoogte, bij het borstbeen en bij de flank kan onaangenaam zijn. Ook singelnijd kan een uiting zijn van pijn aan de rechte buikspier. Hoeven krabben kan met name voor de achterbenen vervelend zijn omdat de buikspieren hierbij ingeschakeld moeten worden om de romp te stabiliseren zolang het paard op drie benen staat. Hij houdt dit mogelijk minder lang vol.

Palpatie van de spier

Een spier is tijdens een blessure bijna altijd gevoelig bij aanraking, wat zich kan uiten in: bijten, de oren in de nek leggen bij aanraking of borstelen van de buikspierregio, en ongemak of verzet bij aansingelen. Je kunt met je hand zachtjes over de spiervezels bewegen om te zien of je paard daar pijnsignalen bij toont. P


Disclaimer

Dit artikel bespreekt regelmatig voorkomende praktische punten die wij als dierfysio`s in de dagelijkse praktijk tegenkomen, maar is zeker niet volledig. Doel van het artikel is bewustzijn te creëren en jou alert te maken op anders gemiste symptomen zodat tijdig deskundige hulp ingeschakeld kan worden van bijvoorbeeld je dierenarts of dierenfysiotherapeut. Maatwerk blijft altijd belangrijk.

Afbeelding
Afbeelding
In de aquatrainer kunnen de buikspieren versterkt worden
De rechte buikspier hangt als een soort hangmat tussen de voor- en achterhand van het paard’
De buikspieren moeten extra aanspannen wanneer de paslengte groter wordt, zoals bij de uitgestrekte draf
 Cavalettiwerk vraagt niet alleen om meer knieactie maar ook om meer aanspanning van de buikspieren
Afbeelding
In de aquatrainer kunnen de buikspieren versterkt worden
17.12.2021, Neuruppin, Brandenburg, GER - Pferd bewegt sich in einem Aquatrainer. Gesundheitszentrum fuer Pferde. (Aquatherapie, Aquatrainer, Aquatraining, Gesundheit, Pferd, Physiotherapie, Rekonvaleszenz, Wassertreten, trainieren, Training, Wasser, Wasserbecken, Pferdephysiotherapie, Container, Konditionstraining, Ausdauertraining, Ausdauer, Aquajogging) 211217D061NEURUPPIN.JPG [Copyright (c) Frank Sorge, Fotograf, Tel. 0049(0)3078705340, Mobil: 0049(0)178 788 5678, Fax: 0049(0)30 78705341, web: www.galoppfoto.de, e-mail: info@galoppfoto.de, Bankverbindung: BIC: BELADEBEXXX, IBAN: DE10 100500000620159286 - NO MODEL RELEASE - bei Verwendung des Fotos ausserhalb journalistischer Zwecke bitte Ruecksprache halten - Foto ist honorarpflichtig!]