Do's en don'ts
Do’s
Werken vanuit het lichaam:
Vraag nageeflijkheid vanuit het lichaam van het paard, niet vanuit de hand.
Zorgen voor verticaal evenwicht:
Alleen vanuit balans kan een paard de bovenlijn correct ontwikkelen.
De romp organiseren:
Laat de hals op lengte komen door de romp te sluiten.
Aandacht besteden aan core stability, symmetrie en rechtrichten:
Zonder deze basis kan het paard zichzelf niet dragen.
Grondwerk gebruiken als basis:
Train balans, buiging en lichaamsbewustzijn eerst zonder ruitergewicht.
Het paard (vrij) laten bewegen met ‘positive tension’:
Zorg voor functionele, gezonde spierspanning.
Gericht trainen met voldoende herstel:
Het lichaam moet tijd krijgen om zich aan te passen.
Het totaalplaatje meenemen:
Denk aan voeding, hoefbalans, zadel, huisvesting, gebit en ruiter.
Zorgen voor goede voeding:
Dit ondersteunt spieropbouw en voorkomt fysiek ongemak.
Don’ts
Het paard te kort in de hals rijden:
Dit verstoort de balans en belemmert de bovenlijn.
Nageeflijkheid vanuit de hand vragen:
Dit leidt tot een verkeerde lichaamshouding.
Hard naar voren rijden zonder balans:
Het paard valt daardoor extra in de voorhand.
Het paard vasthouden aan de voorkant:
Hierdoor kan het niet op eigen benen lopen.
Core stability en rechtrichten verwaarlozen:
Zonder deze basis kan het paard niet dragen.
Alleen op uiterlijk trainen:
Een ‘gespierde’ bovenlijn kan functioneel tekortschieten.
Signalen van spanning of ongemak negeren:
Dit kan leiden tot gedragsproblemen en blessures.
Te veel trainen zonder rust:
Het lichaam krijgt dan geen kans om te herstellen.
Fysieke oorzaken zoals maag- of darmproblemen negeren:
Dit belemmert een correcte aanspanning van de onderlijn. P