Afbeelding

Wie zorgt er voor Harry?

In deze rubriek geeft Wendy Bleekemolen raad bij relatieproblemen tussen paard en mens. Deze perikelen komen uit het ‘huwelijk’ tussen Annick en haar paard Harry, maar misschien herken je ze?

De koffers staan open op bed. Zonnecrème, slippers, een boek dat ze al drie maanden wil lezen. Annick vertrekt bijna op vakantie. Voor het eerst in lange tijd meer dan een paar dagen weg. Zon, rust, even niks moeten. Tenminste… dat dacht ze.

Want zodra de bestemming vastligt, dient zich een belangrijkere vraag aan dan het weerbericht: wie gaat er voor Harry zorgen? Water geven en hooi voeren, dat lukt wel. Op stal zijn er altijd helpende handen. Iemand die mest, iemand die de wei opendoet, iemand die even checkt of hij nog vier benen heeft. Praktisch is het allemaal geregeld. Maar zorg… dat is iets anders.

Al snel komen de goedbedoelde zinnen: "Mijn nichtje wil hem wel rijden hoor!", "Hij moet toch wel beweging krijgen?", "Zonde als hij twee weken stilstaat". Annick hoort zichzelf twijfelen. Want het klinkt logisch. Een paard moet toch gewerkt worden? Hij is fit, gezond, braaf. En toch knaagt er iets. Ze merkt dat ze het moeilijk vindt om zijn halster zomaar aan iemand anders te geven, laat staan zijn zadel.

We vinden het heel normaal om rijden te zien als onderdeel van de verzorging. Alsof het in hetzelfde rijtje hoort als voeren en uitmesten. Maar voor een paard is dat niet zo. Rijden is geen basisbehoefte. Het is een samenwerking. Een afspraak. Een gesprek tussen twee lichamen die elkaar kennen. Rijden is eigenlijk een privilege. We zouden toestemming moeten vragen aan het paard om zijn rug te bestijgen. Omdat het gebaseerd is op vertrouwen. Omdat je grenzen aftast. Omdat je de ruimte van de ander betreedt. Harry kent haar balans, haar ademhaling, haar spanning. Hij weet wanneer ze twijfelt nog vóór ze het zelf doorheeft. En zij kent hem ook. Wanneer zijn pas net anders voelt, wanneer zijn rug niet helemaal loslaat, wanneer hij iets spannend vindt nog vóór hij schrikt. Dat geef je niet zomaar door.

Want stel je voor: je gaat twee weken op vakantie en je partner gaat niet mee. Die besteed je toch ook niet uit, aan je beste vriendin? "Maak je geen zorgen," zegt ze, "ik neem je partner wel mee uit, dan heeft hij ook beweging." Het klinkt plots heel anders. Niet omdat die ander het slecht bedoelt, maar omdat nabijheid en intimiteit niet uitbesteed kunnen worden. Annick begint te beseffen dat zorgen voor Harry misschien niet betekent dat iemand hem rijdt. Misschien betekent het juist dat iemand hem gewoon paard laat zijn. Dat hij buiten kan staan, kan rollen, kan wandelen, kan kijken naar de horizon zonder verwachtingen. Dat hij even geen taak heeft.

Die avond staat ze naast hem in de weide. Geen halster, geen plan. Ze kriebelt zijn schoft en hij duwt zijn neus zacht tegen haar arm. En voor het eerst voelt ze geen schuld bij het idee dat hij twee weken niet bereden wordt. Misschien is rust ook zorg. Misschien is niets vragen soms het grootste cadeau. En misschien gaat vakantie niet alleen over loslaten voor haar… maar ook een beetje voor hem.

Wanneer ze vertrekt, kijkt ze nog één keer om. Harry staat niet te wachten op werk, niet op training, niet op prestatie. Hij staat gewoon te zijn. En dat blijkt precies genoeg. P

Afbeelding