
Paarden leren je
positief te denken"
Al meer dan twintig jaar werkt Daniëlle Meyboom van Amable Paard en Inzicht met clickertraining, vrijheidsdressuur en Natural Horsemanship – lang voordat deze trainingsmethodes populair werden. In haar werk staan paardenwelzijn, communicatie en de connectie met het paard centraal. Bit & Cap sprak haar over paardenwelzijn, connectie en de kracht van positief trainen.
Interview: Susja de Senerpont | Tekst: redactie Bit & Cap | Foto's: Marijke Beens - Viewmotion
Je bent inmiddels al zo’n twintig jaar bezig met clickertraining, vrijheidsdressuur en Natural Horsemanship. Dat was toen nog helemaal niet zo populair. Waarom koos je daar toen al voor?
“Dat begon eigenlijk toen ik de opleiding paraveterinair deed in Barneveld. Daar stonden ook pony’s en een vriendin en ik vroegen of we die mochten verzorgen. Haar zus was al bezig met Natural Horsemanship, dus zo kwam ik er voor het eerst mee in aanraking. Dat is inmiddels bijna dertig jaar geleden, dus toen was het echt nog heel nieuw. Later kreeg ik een verzorgpaard en via Bokt kwam ik vrijheidsdressuur tegen. Ik dacht meteen: hoe gaaf zou het zijn als je je paard naast je kan laten knielen of liggen? Dus ik ben me daarin gaan verdiepen en kwam ook clickertraining tegen. Mijn eerste poging ging overigens totaal mis. Ik had een hondenvoerbakje als target neergezet en stond ernaast met mijn clicker en voer. Dat paard keek in dat bakje, zag dat het leeg was en dacht vervolgens: prima, dan ga ik wel even staan soezen. Ik stond daar met mijn clicker te wachten en dacht: wat is dit voor methode? Die clicker heb ik toen weer aan de kant gegooid. Maar later merkte ik dat ik eigenlijk al aan het ‘clickeren’ was zonder dat ik het wist. Ik riep altijd enthousiast ‘goed zo!’ vlak voordat ik een koekje gaf. Mijn paard had dat al gekoppeld aan de beloning; één keer stond ze zelfs plotseling stil vanuit een galop onder het zadel om haar koekje te incasseren na zo’n ‘goed zo’. Daar lag ik dan, op haar nek. Toen viel het kwartje en ben ik me er opnieuw in gaan verdiepen.”
Je hebt inmiddels veel shows gegeven met je paarden in vrijheid, onder andere op Horse Event. Vind je dat nog spannend?
“Nee, eigenlijk niet meer. Omdat ik weet dat mijn paarden er staan en dat we het echt samen doen. Afgelopen Horse Event was ik bijvoorbeeld hartstikke ziek. Mijn energie was heel laag en ik merkte dat ik moeilijk door mijn verhaal kwam. Maar mijn paarden hebben mijn demo eigenlijk gered. Die hadden zoiets van: kom, we doen het wel even! Ik weet ook dat mijn paarden het leuk vinden om te doen. Natuurlijk, op gras kan het soms lastig zijn. Maar mijn Fries Jauke is echt mijn rots in de branding. Die is er altijd.”
Wat hoop je anderen mee te geven met zo’n show?
“Ik hoop vooral dat mensen anders naar hun paard gaan kijken. Meer als individu, als persoonlijkheid. In de paardenwereld zijn we vaak heel erg bezig met beweging: hoe ziet de bovenlijn eruit, hoe beweegt het achterbeen, hoe gespierd is de hals? Maar we kijken naar mijn gevoel te weinig naar het ‘persoontje’ in het paard. Wat vindt hij leuk? Waar wordt hij blij van? Beweging blijft belangrijk, maar ik denk dat we daarnaast ook veel meer naar het paard als individu mogen kijken.”
Tegelijk train je met veel oog voor biomechanica. Waarom vind je dat zo belangrijk?
“Omdat we op een paard willen zitten. Dan moeten we hem ook helpen om goed te bewegen. Soms hoor ik mensen zeggen dat een paard zelf wel weet hoe hij moet bewegen. Maar wij mensen moeten ook leren hoe we iets zwaars optillen: door onze knieën en met een rechte rug. Als wij dat al moeten leren, waarom zou een paard dan vanzelf weten hoe hij een mens correct moet dragen? Een paard moet vanuit zijn achterhand dragen en niet vanuit zijn rug. Dat moet hij dus ook leren. Daar zit voor mij wel een ethisch dilemma. Hoeveel paarden zouden uit zichzelf vragen om een mens te dragen? Tegelijk willen miljoenen mensen dat wel. Dus als we dat doen, moeten we hem ook helpen om zijn lichaam correct te gebruiken. In die zin zie ik mezelf eigenlijk als een soort personal trainer van mijn paard.”
Hoe kijk jij naar paardenwelzijn in de huidige paardenwereld?
“Ik denk dat het heel goed is dat er steeds meer aandacht is voor paardenwelzijn. Voor mij draait welzijn vooral om rechtvaardigheid. Een paard moet begrijpen wat je van hem vraagt en een manier hebben om het goed te doen. Onbegrijpelijke druk of straf is nooit eerlijk voor een paard. Maar welzijn betekent voor mij ook dat je duidelijk mag zijn en grenzen mag stellen. Dat hoort ook bij een veilige en eerlijke relatie. Ik ben daarom ook niet tegen het gebruik van een zweep. Paarden hebben ook behoefte aan heldere communicatie. Soms moet je gewoon zeggen: hé, ik wil wel een reactie. Dat is een beetje zoals een personal trainer die zegt: kom op, nog tien. Het mooie is dat mijn paarden niet bang zijn voor de zweep. Ze komen enthousiast naar me toe, parkeren zichzelf bij het opstapblok en nemen hun bit aan. Als ik klaar ben met het ene paard, staat het andere vaak al klaar van: nu ben ik aan de beurt. Dat laat voor mij zien dat ze het werk echt leuk vinden.”
Je hebt sinds kort een nieuwe locatie. Hoe wil je daar paardenwelzijn vormgeven?
“Op dit moment staan de paarden nog redelijk traditioneel: ’s nachts op stal en overdag de wei op. Dat was zo bij de vorige eigenaar. Maar het plan is wel om een Paddock Paradise te bouwen. Met water, natuurlijke foerageermogelijkheden, hoogteverschillen en een inloopstal. Daar komt alleen veel bij kijken, ook qua vergunningen en aanleg. Dus we zijn nu eerst veel aan het opruimen en opknappen. Maar dat is wel de richting waar we naartoe willen.”
Nog even over clickertraining: waarom zou je daarmee beginnen?
“Het mooie van clickertraining is dat je heel precies kunt aangeven welk moment goed was. Stel dat je een paard leert steigeren. Het mooiste moment is het hoogste punt. Maar op dat moment kun je hem geen koekje geven. Met een click kun je precies dát moment markeren. Daarna kan hij rustig weer op vier benen komen staan en krijgt hij zijn beloning. Timing is daarbij cruciaal. Dat is ook meteen het moeilijkste: in een split second beslissen dat dit het juiste moment is. Clickertraining verandert ook je mindset: het leert je om te kijken naar wat er wél goed gaat. Je bent voortdurend op zoek naar dat ene moment dat je kunt belonen. Daar-
door ga je automatisch minder focussen op fouten en meer op succes. Die manier van kijken neem ik inmiddels eigenlijk overal mee naartoe.”
Je bent geen volledige R+-trainer. Hoe kijk jij naar verschillende trainingsmethodes?
“Ik kijk graag naar het leerkwadrant. Dat bestaat uit vier manieren waarop dieren leren: positief belonen, negatief belonen, positief straffen en negatief straffen. Positief belonen betekent dat je iets toevoegt wat het paard prettig vindt, zoals voer of een kriebel. Negatief belonen betekent dat je iets wegneemt wat onprettig is, bijvoorbeeld druk die verdwijnt zodra het paard het goede antwoord geeft. Positief straffen betekent dat je iets toevoegt wat het paard niet prettig vindt, en negatief straffen betekent dat je iets wegneemt wat het paard graag wil. Dat zijn de vier bouwstenen van leren. In de praktijk gebruiken we ze vaak allemaal, soms bewust en soms onbewust. Voor mij is het belangrijk om dat hele systeem te begrijpen. Dan kun je bewust kiezen hoe je met je paard communiceert. Ik probeer zelf zoveel mogelijk positief te belonen, omdat dat motivatie en plezier vergroot. Maar ik denk ook dat het waardevol is om het hele leerkwadrant te begrijpen en zorgvuldig toe te passen.”
Waar ben je het meest trots op?
“Op de connectie met mijn paarden. Als ik achter op het terrein kom en ze zien me, gaan meteen die zwarte oren omhoog: hé, mijn mens is er. En als ik ze roep, staan ze er meteen. Dat vind ik eigenlijk het grootste compliment dat je kunt krijgen.”
Wat is de grootste les die paarden jou hebben geleerd?
“Om te kijken naar wat wél goed gaat. Als mens zijn we vaak foutenkijkers. 'Dat ging niet goed, dat kan beter'. Maar paarden – en zeker clickertraining – leren je om te kijken naar wat er wél lukt. Om positief te denken. Misschien was hij vandaag niet los op rechts. Maar hij was wel los op links. Je kon wel opstappen en jullie hebben wel samen gewerkt. Kijk naar wat er wel goed gaat.”
Als je één boodschap mocht meegeven aan paardeneigenaren, welke zou dat zijn?
“Verplaats je eens in je paard. Ik hoor nog te vaak mensen zeggen: hij doet dat om mij te pesten. Maar een paard is helemaal niet bezig met jou. Hij is bezig met zichzelf en met wat hij ervaart. Als je probeert te kijken hoe jouw paard de wereld ervaart, ga je automatisch beter samenwerken. Dan begrijp je wat er bij hem speelt.”
Over Danielle Meyboom
Daniëlle Meyboom geeft binnen haar bedrijf Amable lessen in grondwerk, clickertraining, dressuur en vrijheidsdressuur. Naast paardentrainster is ze ook coach voor mensen met hulp van paarden. Sinds kort heeft ze haar eigen locatie in het Noord Brabantse Someren waar ze paarden in training neemt, lessen en workshops verzorgt, pensionstalling biedt en een camping runt. Ook staat er een equi-simulator. Het is dus mogelijk om met of zonder paard op vakantie te komen! Je zou Daniëlle kunnen kennen van haar YouTube kanaal met ruim 15.000 abonnees of je hebt haar wellicht eens gezien tijdens een optreden met haar paarden Jauke en Llevado.
Daniëlles geboden
We vroegen Daniëlle om drie van de tien geboden van het paard (opgesteld door het Keurmerk Paard & Welzijn in 2015) te kiezen die haar speciaal aan het hart gaan, en die toe te lichten. Hieronder Daniëlles keuze:
Zorg ervoor dat ik zo min mogelijk stress heb
Zorg voor mijn veiligheid
Zorg voor mijn gezondheid
“In deze drie zit eigenlijk alles”, licht Daniëlle toe. “Zo min mogelijk stress betekent: contact met soortgenoten, vrije beweging en voldoende ruwvoer. En ‘zorg voor mijn gezondheid’ betekent óók: voldoende ruwvoer, en ruwvoer vóór krachtvoer. Een paard met weinig stress is bovendien vaak ook een gezonder paard. Ik denk dat het heel belangrijk is dat, op het moment dat wij dieren houden, we er goed voor zorgen. Dat je je verdiept in: wie is je dier en wat heeft het nodig?” Volgens Daniëlle is het daarbij essentieel om naar het individu te blijven kijken. “Ik ben groot voorstander van paarden 24/7 buiten, maar er zijn ook paarden die dat gewoon niet zo fijn vinden. Die echt baat hebben bij een eigen, rustige plek waar even geen andere paarden bij kunnen. Dus: kijk naar jouw
paard. Wat heeft híj nodig? In algemene zin is 24/7 buiten, in een groep, vaak het beste – daar kunnen we duidelijk over zijn. Maar op individueel niveau kunnen er verschillen zijn. Zolang jij echt durft te kijken naar wat jouw paard nodig heeft, en niet alleen naar wat voor jou handig is, dan denk ik dat je het goed doet. P













