Regelgeving in beweging: minder vergunningen nodig, maar strengere handhaving


Dit voorjaar versoepelde de Vlaamse decreetgever enerzijds het Vrijstellingsbesluit en zorgde hij anderzijds tegelijk voor een verstrenging van de handhavingsregels. Op deze pagina bespreken we enkele van deze wijzigingen.


1. Vrijstellingsbesluit

Als vuistregel moeten we hanteren: “Alles is vergunningsplichtig”. Al is het maar om niet voor verrassingen te staan. Er is echter een besluit dat bepaalde handelingen vrijstelt van vergunningsplicht genaamd het Vrijstellingsbesluit (Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is). Sinds 1 maart 2026 zijn er héél wat versoepelingen in werking getreden. De wijzigingen aan het Vrijstellingsbesluit tellen vanaf 1 maart 2026.
Interessant voor de paardenhouders zijn de wijzigingen voor de schuilhokken (zie kader), de reliëfwijzigingen en het uitvoeren van structurele werken aan bestaande gebouwen.
Opgelet: deze vrijstellingen tellen niet in ruimtelijk kwetsbaar gebied zoals natuurgebied, bosgebieden, vallei- en brongebieden, noch in beschermde erfgoedzones. Daarnaast mogen deze niet in strijd zijn met reeds afgeleverde vergunningen of lokale regelgeving,

2. Handhaving

De handhavingsregels worden vanaf 1 april 2026 strenger en meer uniform gemaakt, met een sterke focus op centrale digitalisering via het Vlaams Handhavingsplatform. Dit platform maakt handhavingsdocumenten, processen-verbaal en sanctiedossiers digitaal toegankelijk voor inspectiediensten, parket, politie en administraties. Voor paardenhouders zijn vooral de nieuwe regels rond verjaring en minnelijke schikking van belang.

Verjaring: pas na twintig jaar

Wat verjaring betreft, verdwijnen de verschillende termijnen naargelang het type gebied. Voorheen gold een verjaring van vijf jaar in woongebied en tien jaar in agrarisch gebied. In de nieuwe regeling geldt een uniforme termijn van vijf jaar voor alle vorderingen. De startdatum wordt echter gekoppeld aan het moment waarop de herstelinstantie via een proces-verbaal of vaststellingsverslag kennis krijgt van de schade. Indien er nooit zo’n document wordt opgesteld, verjaart de vordering pas twintig jaar na de overtreding. Hierdoor krijgt de overheid aanzienlijk meer tijd om op te treden.

Minnelijke schikking

De klassieke minnelijke schikking wordt vervangen door de “herstelschikking”. Dit is een formele regeling, vastgelegd in een notariële akte, waarin bepaald wordt hoe de schade wordt hersteld. Deze kan bestaan uit werken, herstel of een financiële compensatie. De regeling moet worden goedgekeurd door de Vlaamse Herstelraad of een bevoegde ambtenaar. De bedragen liggen hoger, maar kortingen tot 50% blijven mogelijk. P

Het volledige artikel, incl. de nieuwe regelgeving omtrent reliefwerken en structurele wijzigingen, vind je op bitmagazine.nl