
“Het mooiste compliment is als paarden bij je willen blijven”
Op zijn negentiende staat hij al op grote evenementen in Nederland en België. In vrijheid werkt hij niet met één paard, maar met hele groepen tegelijk. Het ziet er spectaculair uit, maar achter de shows van de Vlaamse Loïc Esterbecq zit een verhaal van vallen en opstaan, vertrouwen, geduld en een sterke band met paarden.
Interview & video: Susja de denerpont | Tekst: Redactie Bit & Cap | Foto's: Femke Ketelaar
Je bent pas negentien en je hebt al op grote evenementen gestaan zoals Horse Event, Flanders Horse Expo en Equiday. Hoe voelt dat?
“Het is eigenlijk allemaal heel snel gegaan. Het is echt een faamgevoel dat je ervan krijgt. Dat was vroeger als klein kind echt mijn grote droom. En om dat nu in zo’n korte tijd te doen, is echt heel speciaal.”
Neem ons eens mee terug naar vroeger. Was je als kind al altijd met paarden bezig?
“Ja, al van kleins af aan ben ik wel met paarden bezig geweest. Alleen was ik vroeger heel erg bang voor paarden. Ik ben een keer gevallen en daarna durfde ik eigenlijk niet meer goed te rijden. Ik wilde nog wel altijd naar manege om met de paarden bezig te zijn, maar rijden was niet helemaal mijn ding. Na een aantal jaren hebben we toen een kleine Shetlander gekocht. Daarmee ben ik opnieuw begonnen: gewoon poetsen, wandelen en met hem bezig zijn. Van daaruit is het verder gegroeid.”
Daar begon dus ook je interesse in werken in vrijheid?
“Klopt. Ik heb in die tijd heel veel video’s van andere mensen gekeken en aan de hand daarvan probeerde ik zelf dingen. Ook ging ik vaak naar de paardenshow Cavalluna, en dat inspireerde me enorm. In het begin was het dus vooral zelf uitproberen. Daarna kwam er een tweede pony bij en begon ik met twee pony’s samen te werken. En zo is het stap voor stap uitgebreid. In het begin lukte dat overigens nog niet zo best; ik wist ik zelf eigenlijk ook niet goed wat ik aan het doen was. De paarden renden weg en ik wist niet hoe ik ze bij me moest houden en hoe ik ervoor moest zorgen dat ook zij er plezier in hielden. Maar ik ben gewoon blijven proberen en kijken wat wel en niet werkt. Al vrij snel begon ik met werken met voedselbeloningen, en dat ging heel goed. En wat me ook erg geholpen heeft, was het kijken naar de methode van de Duitse Kenzie Dysli, die veel bij Cavalluna werkt met haar prachtige Spaanse hengsten. Zij is mijn grote voorbeeld.”
Wat vind jij het mooiste aan werken in vrijheid met paarden?
“De band die je krijgt met je paarden. Dat ze los bij je blijven. Natuurlijk gebeurt het weleens dat ze een keer weglopen. Maar ik denk dat dat ook net het mooie aan liberty is: dat de paarden – in tegenstelling tot wanneer je erop zit – de keuze hebben om weg te gaan. En dat ze er dan toch voor kiezen om bij jou te blijven, dat is eigenlijk het mooiste compliment dat je van een paard kan krijgen.”
Liberty is niet altijd écht vrijheid; soms lijkt het meer op onzichtbare controle. Hoe zie jij dat verschil?
“Het is voor mij heel belangrijk dat paarden de mogelijkheid hebben om weg te lopen. Dat gebeurt bij mij ook wel eens, tijdens een show of thuis tijdens de training. Als ze weglopen, dan weet je dat ze die keuze hebben. Ik straf ze daar ook niet voor; ik beloon ze juist als ze bij me terugkomen. Dan zie je vaak dat ze daarna weer gemotiveerd zijn om mee te werken. Ik heb ooit iemand horen zeggen: ‘Een ja betekent niks als een paard geen nee kan zeggen’, en daar ben ik het helemaal mee eens.”
En hoe werkt dat tijdens een show? Vertel je het publiek dat paarden kunnen weglopen?
“Ik ben niet echt iemand die veel spreekt voor een publiek. Dus ik zeg op voorhand meestal niet zo veel. Maar ik denk dat mensen vanzelf wel zien wat er gebeurt. Als een paard wegloopt en daarna weer terugkomt en alles weer goed gaat, dan begrijpen ze denk ik ook wel dat dat kan gebeuren. Paarden zijn geen machines, ze werken niet altijd precies volgens het boekje. En ik denk dat dat ook juist het mooie is. Veel mensen vinden dat ook wel leuk om te zien.”
Je werkt vaak met meerdere paarden tegelijk. Wat is het verschil tussen werken met één paard en met een groep?
“Sowieso werk ik altijd eerst individueel met mijn paarden voordat ik ze samen zet. Dat is wel heel belangrijk. Als je je paard niet individueel voorbereidt, dan weet je ook niet hoe hij in een groep gaat reageren en hoe goed hij de commando’s kent. Als die individuele basis goed zit en je zet ze daarna samen, dan gaat dat meestal vrij vloeiend. Ik zie mijn groep ook een beetje als één geheel. Dus als ze individueel goed weten wat ze moeten doen en je zet ze samen, dan voelt het voor mij eigenlijk helemaal niet alsof ik met vijf of tien paarden werk. Dan is het gewoon één groep die samen beweegt. Het is natuurlijk wel belangrijk dat paarden sociaal zijn en elkaar accepteren als ze naast elkaar lopen. Maar ik heb eigenlijk nog nooit een paard gehad dat daar niet geschikt voor was.”
Hebben paarden binnen zo’n groep ook verschillende rollen?
“Ik zet meestal het paard met de minste ervaring het dichtst bij mij. Dat maakt het gemakkelijker om commando’s te geven. Verder kijk ik vooral naar wat een paard zelf graag laat zien en waar het goed in is. Elk paard heeft zijn eigen talent: het ene paard doet liever rustige oefeningen, zoals gaan liggen, terwijl andere paarden het juist leuk vinden om meer explosieve dingen te doen, zoals steigeren of Spaanse passen.”
Toen ik je zag trainen viel op hoe rustig je paarden zijn. Hoe krijg je dat voor elkaar?
“Ik denk vooral door consistentie en herhaling. Dat paarden een routine hebben en weten wat ze kunnen verwachten. En ook door kleine stapjes te nemen. Als je te snel te ver wil gaan, dan werkt dat meestal niet; dan blokkeren ze of krijgen ze stress. Als je dingen rustig blijft herhalen, korte trainingssessies doet en een duidelijke routine hebt, dan zorgt dat voor rust bij die paarden. Voor de veiligheid is het ook belangrijk dat er duidelijke regels zijn. Ik wil dat mijn paarden plezier hebben in hun werk, maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat ze over je heen lopen of elkaar aanvallen als het tijd is om te werken. Dus ik probeer wel grenzen te stellen, zodat het voor iedereen leuk en veilig blijft.”
Hoe vaak train jij?
“Ik train mijn paarden niet altijd dagelijks. Dat hangt er een beetje vanaf of ik een show of een demo heb. Als er een show aankomt, doe ik met de paarden die de oefeningen al goed kennen vanaf een week voor de show dagelijks nog wat korte sessies met herhalingen. Met paarden die nog niet zo vaak op show zijn geweest of waarmee ik nieuwe dingen aanleer, begin ik daar natuurlijk veel eerder mee. Maar ook dan houd ik het altijd kort. Twintig of dertig minuten per sessie. Zo weet ik dat het niet te veel wordt voor hen en ook niet saai.”
Je studeert hiernaast ook agro- en biotechnologie. Lukt het om dat te combineren?
“Ja, het wordt elk jaar wel uitdagender. Maar tot nu toe lukt het goed. Het is vooral goed plannen. Kijken wanneer je voor school moet werken en wanneer je tijd hebt om met de paarden bezig te zijn. En zoveel shows zijn er ook niet in een jaar. Dus als er geen shows zijn, ben ik vooral met school bezig. En als er een show is, focus ik me daarop. Zo wissel ik dat af.”
Zie je jezelf in de toekomst fulltime paarden trainen en shows geven?
“Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik denk dat er misschien wel potentieel zit in de paarden, maar dat hangt er een beetje van af hoe het allemaal verder groeit. Ik ben ook heel geïnteresseerd in diergeneeskunde en zou dat graag willen gaan studeren. Dus voorlopig ligt mijn focus vooral op mijn studie. En als het met de paarden langzaam verder groeit, dan kan het misschien ooit iets worden waar ik meer mee doe. Maar op dit moment weet ik dat nog niet.”
Vorig jaar deed je mee aan de Mustang Makeover. Vertel …
“Een paar jaar geleden zag ik video’s van een Amerikaanse vrouw die meedeed aan de Mustang Makeover in Amerika. Toen ik hoorde dat er in Europa ook zo’n programma was, dacht ik: zodra ik achttien ben, schrijf ik me daarvoor in. Dus dat deed ik, en ik werd geselecteerd. In Amerika worden heel veel Mustangs gevangen en vaak hebben ze geen toekomst. Het zijn gewoon nummers, ze betekenen niet zo veel voor de mensen daar. Tijdens de Mustang Makeover heb je de kans een Mustang te trainen en wél een toekomst te geven, en dat wilde ik heel graag. In Amerika krijg je meestal negentig tot honderd dagen vanaf het moment dat je je paard ophaalt tot de presentatie. In Duitsland, waar ik heb meegedaan, is dat iets losser. Daar ligt de focus meer op de band met je paard en minder op wat je uiteindelijk tijdens de presentatie in Aken laat zien. Mijn Mustang van vorig jaar was Morango. Het was eigenlijk niet de bedoeling dat ik hem zou houden, maar het is echt een heel speciaal paard met veel aanleg voor vrijheidsdressuur, dus ik heb hem nog steeds.”
Nu is aan weinig te zien dat Morango ooit een wild paard was. Hoe was dat in het begin?
“Het was in het begin echt wel even een reality check: Mustangs zijn heel anders dan de gedomesticeerde
paarden die wij kennen. Ze zijn veel gevoeliger en hebben nog heel sterk hun survivalinstinct. De eerste weken waren echt wel moeilijk. Je merkt dat je met een wild paard werkt en niet met een paard dat al generatieslang met mensen leeft. Veel Mustangs hebben bijvoorbeeld problemen met aanraking rond hun hoofd. In het wild zijn hals, neus en oren precies de plekken waar een roofdier zou grijpen, dus dat was ook bij hem een groot probleem. Wat ik ook merkte was dat hij helemaal geen besef had van waar ik stond. Hij zou gewoon dwars door me heen lopen of tegen een hek knallen. Ze kunnen zichzelf echt pijn doen omdat hun survivalinstinct zo sterk is. Dat waren in het begin best heftige momenten. Maar ik zou het zeker nog eens willen doen. Alleen misschien zonder het paard daarna te houden, haha.”
Tot slot: vroeger was je bang om te rijden, maar nu zit je zonder zadel, halster of neckrope op een paard terwijl andere paarden los om je heen lopen. Hoe heb je dat vertrouwen opgebouwd?
“Ik denk dat dat vooral door mijn paard Finley komt. Die heb ik nu drie jaar en hij heeft echt een heel lief karakter. Al vanaf het begin wil hij altijd voor me blijven werken en hij zet nooit een stap verkeerd. Hij heeft mij echt het vertrouwen gegeven om dat te durven doen. En het is natuurlijk ook iets dat ik stap voor stap heb opgebouwd; ik ben niet vanaf dag één zonder zadel en halster op hem gaan zitten. Dat is echt iets dat langzaam gegroeid is, door steeds meer wederzijds vertrouwen op te bouwen.” P


























