Joëlle (links), Kyra (midden) en Anne (rechts)
Joëlle (links), Kyra (midden) en Anne (rechts)

Joëlle Melis

Tijdens de Educatie Dag van The Dutch Masters in ’s-Hertogenbosch zijn onlangs drie afgestudeerde studenten van de opleiding Toegepaste Biologie van HAS green academy bekroond met de jaarlijkse hippische hbo-scriptieprijs van Stichting HIP. Joëlle Melis, één van de prijswinnende studenten, vertelt over hun onderzoek naar stalgedrag als indicator voor paardenwelzijn.

Tekst: Chantal Emans | Foto: Anneke van Uden

Wat houdt jullie onderzoek precies in?

Veel paarden brengen een groot deel van hun tijd door op stal, vaak individueel gehuisvest met beperkte bewegingsvrijheid, wat kan leiden tot afwijkend gedrag. Samen met mede-scriptieschrijvers Anne Wijnands en Kyra de Visser onderzocht ik het gedrag dat paarden ‘s nachts op stal vertonen en wat dat mogelijk zegt over hun welzijn. Het analyseren van het beeldmateriaal kostte veel tijd en het coderen van alle gedragingen in Noldus Observer XT was een nauwkeurig werk, maar ons onderzoek biedt veel aanknopingspunten voor vervolgonderzoek. Met camera’s en sensoren kun je namelijk gedrag vastleggen en daarmee subtiele veranderingen in tijdsbesteding of activiteit detecteren. Op termijn kan zo’n systeem paardeneigenaren helpen om beslissingen te nemen over huisvesting, voeding en management, waardoor paardenwelzijn structureel wordt verbeterd. 

Welke slechte gedragingen zijn typerend? 

Luchtzuigen en weven worden vaak gezien als slechte gewoontes of ondeugend gedrag, terwijl het vaak copingmechanismen zijn die kunnen wijzen op verminderd welzijn. Daarentegen wordt gedrag zoals staartzwiepen vaak afgedaan als onbelangrijk of enkel bedoeld om insecten weg te jagen, hoewel dit in werkelijkheid juist een signaal kan zijn van spanning, irritatie of verminderd welzijn. We ontdekten tijdens ons onderzoek dat je veel meer leert door te kijken naar het totaalplaatje: hoe lang een paard eet, ligt, beweegt en sociaal contact zoekt. 

Worden subtiele gedragingen doorgaans onderschat?

Ja en hierdoor kunnen misverstanden ontstaan. Hoewel storend gedrag wordt gezien als ondeugd of nutteloos, is subtiel gedrag vaak moeilijk te observeren en daardoor minder opvallend. Bijvoorbeeld: een paard wordt onrustig, hinnikt of bonkt op de deur als het iets wil en dit gedrag wordt meteen bekrachtigd met aandacht of voer, terwijl het eigenlijk een signaal van spanning of frustratie is. Hierdoor wordt dit gedrag versterkt waardoor de werkelijke behoeften onopgemerkt blijven en de échte oorzaken blijven bestaan. Dit kan leiden tot chronische stress, gedrags- of gezondheidsproblemen zoals maagzweren.

Hoe kun je gezond gedrag bevorderen?

Door het verbeteren van de stalomgeving en dagelijkse routines: meer sociaal contact, meer beweging en meer ruwvoer verspreid over de dag. Dit helpt om stereotypieën te verminderen en stimuleert positief welzijn. Daarnaast helpen kleine aanpassingen, zoals open luiken, bij stressvermindering. Helaas vormen praktische factoren vaak een belemmering voor veranderingen, omdat veel stallen zijn ontworpen voor individuele huisvesting. Daarnaast spelen tijd, geld en traditie een belangrijke rol. Veel mensen denken nog steeds dat een paard op stal hoort, maar als we dit niet veranderen dan lopen we het risico om afwijkend gedrag als ‘normaal’ te zien, terwijl het wijst op een probleem.

Wat hebben jullie geleerd van dit onderzoek?

Dat welzijn veel breder is dan alleen de afwezigheid van negatief gedrag, maar dat de aanwezigheid van positief en natuurlijk gedrag tevens een grote rol speelt. Daarnaast realiseren we ons hoe krachtig technologie kan zijn bij het verzamelen van gedragsdata, omdat camera’s en software signalen registreren die inzicht geven in hoe een paard zich voelt. Iets wat met handmatige observatie veel moeilijker en tijdsintensiever is. Dat maakt ons onderzoek naar stalgedrag als indicator voor paardenwelzijn écht relevant voor de paardensector. P