-

Fiere Friese paarden: Hoe gaat een stamboekkeuring?

Fries paard Ingrid Truijens

Deze vraag en nog 14 andere vragen wist Sabien Zwaga moeiteloos te beantwoorden. Als Friezenliefhebster en inspecteur bij de Koninklijke Vereniging “Het Friesch Paarden-Stamboek” (KFPS) kan ze ons heel veel leren over keuringen van het stamboek. Het vragenvuur aan ervaringsdeskundige Sabien Zwaga tref je onder de Friezenquiz aan. Eerst is het namelijk jouw beurt om 15 vragen te beantwoorden over Friese paarden én stamboekkeuringen. Succes!

De Friese paardenquiz

Hoeveel weet jij al van het Friese paard? En, schuilt er een stamboekkenner in jou? Deze quiz is een mix aan vragen over het Fries paardenras. Eens kijken of jij ze alle 15 vragen weet!

15 vragen aan…. Sabien Zwaga

  1. Waar is jouw liefde voor het Friese paard begonnen en hoe kwam je bij het KFPS?

Sabien: “Dit begon als kind toen ik op het bekende Concours Hippique Rijs de merries Jelkje en Metsje van Franke Schuurmans uit Mantgum zag. Ik werd direct gevangen door het Friese paard. Op mijn twaalfde kwam ik terecht bij Jan de Wolff, een Friese paardenfokker. Daar verzorgde ik zijn Friese paarden en via hem kwam ik ook in aanraking met het KFPS”. Die kennismaking met het KFPS leidde tot een mooie staat van verdienste. Sabien: “Na het succesvol afronden van de cursussen Beoordelen I en II heb ik in 2005 meegedaan aan de selectiedag voor nieuwe juryleden. Ik werd geselecteerd en in 2007 ben ik daadwerkelijk als aspirant jurylid begonnen. Een jaar later mocht ik me, na afronding van de landelijke jurycursus van de Koepel Fokkerij, KFPS jurylid noemen. Tegenwoordig hanteren we een intensief intern opleidingstraject van drie jaar voor onze nieuwe juryleden”. Inmiddels heeft Sabien zich doorontwikkeld tot inspecteur, secretaris inspectie KFPS en lid van het dagelijks bestuur van de inspectie van het KFPS. In haar portefeuille heeft ze de opleidingen en is ze cursusleider Beoordelen I en II. Daarnaast is ze bestuurslid van de Friesian Talent Cup en is ze de oprichter van JongKFPS.

  1. Wat is volgens jou de charme van het Friese paard qua exterieur en karakter?

Het Friese paard is wereldwijd geliefd vanwege de specifieke raskenmerken. Sabien: “Het edele hoofd, de zwarte kleur, de fraaie opstaande hals en het weelderige behang (manen, staart en sokken) zijn de kenmerken die het exterieur zo bijzonder maken”. Het Friese paard roept emoties op bij mensen. Bovendien heeft het Friese paard een prettig karakter. Sabien: “Een Fries paard is mensgericht, betrouwbaar, meewerkend en vriendelijk”.

  1. Wat voor soort keuringen zijn er in Nederland?

Er zijn er verschillende. Sabien: “In Nederland loopt het keuringsseizoen van eind april tot medio oktober. Daarbinnen zijn er stamboekkeuringen, fokdagen, veulenkeuringen en veulenboekhengstenkeuringen. Jaarlijks is er in september de Centrale Keuring. Hier gaan de mooiste Friese merries van het keuringsseizoen op voor promotie naar de titel Kroon- of Model en wordt gestreden om het algemeen kampioenschap”.

  1. En, als je een Fries paard in het buitenland hebt. Door wie wordt deze dan gekeurd?

Sabien: “Friese paarden over de hele wereld worden uitsluitend door inspecteurs en juryleden uit Nederland gekeurd”.

  1. Door hoeveel juryleden worden Friese paarden beoordeeld bij een stamboekkeuring?

Sabien: “Tijdens een stamboekkeuring zijn er drie juryleden; de juryvoorzitter (een inspecteur), een jurylid en een lineair scoorder. Bij het KFPS zijn er in totaal 5 inspecteurs en 1 aspirant inspecteur actief en in het jurykorps zitten circa 20 juryleden”.

  1. Welke primeringen vallen er te behalen voor Friese paarden?

Sabien licht toe: “Een Fries paard kan tijdens stamboekkeuringen een 1ste premie, 2e premie, 3e premie of geen premie behalen. Paarden met een 1ste of 2e premie worden Ster verklaard. Alle paarden met een eerste premie mogen naar de Centrale Keuring. Promoveert een Friese merrie tijdens de Centrale Keuring dan krijgt ze het predikaat Kroon- of Model”.

  1. Op welke vlakken worden Friese paarden beoordeeld bij een stamboekkeuring?

Sinds dit keuringsjaar worden Friese veulens en Friese volwassen paarden op dezelfde punten beoordeeld. Sabien: “We beoordelen op vijf kenmerken; rastype, bouw, beenwerk, stap en draf. De bewegingsonderdelen tellen dubbel mee. We letten daarbij op het volgende:

  • Rastype: hoofd, hals, kleur, behang;
  • Bouw: totaalbeeld en afzonderlijke exterieuronderdelen; m.n. romprichting, bovenlijn, kruisligging (atletisch vermogen);
  • Beenwerk: kwaliteit beenwerk (hard of voos), beenstanden en hoeven;
  • Stap: tact en regelmaat, ruimte, kracht, lichaamsgebruik, correctheid;
  • Draf: tact en regelmaat, ruimte, kracht, lichaamshouding, souplesse, bewegingsvorm, bewegingsritme, schakelend vermogen”.
  1. Bij Friese veulens, moet de naam dan altijd in de Friese taal zijn om opgenomen te worden in het stamboek?

Sabien: “Elke fokker is vrij om een naam te kiezen voor zijn/haar Friese veulen, alleen de beginletters staan vast. Deze worden door het KFPS aangegeven. De namen van de veulens van dit jaar moeten bijvoorbeeld met een G, H of I beginnen. De Friese stamboekhengsten moeten wel een echte Friese naam dragen. Bij hun goedkeuring wordt er in overleg met de eigenaar een mooie Friese naam bedacht”. Met een knipoog zegt Sabien: “Natuurlijk past een Friese naam wel het beste bij een Fries paard”.

  1. Kun je uitleggen wat het veulenboek is?

“Alle Friese veulens die geboren worden, komen in het veulenboek. Hierbij krijgen ze een uniek levensnummer in het register, beginnend met het jaartal waarin ze zijn geboren. Vanaf driejarige leeftijd kunnen veulenboekpaarden (merries en ruinen) worden aangeboden voor stamboekopname en eventueel sterverklaring. Bij voldoende kwaliteit promoveren ze dan van veulenboek naar stamboek. Bij hengsten gaat het anders: zij kunnen vanaf deze leeftijd wel ster worden verklaard, maar blijven geregistreerd in het veulenboek. Uitsluitend de hengsten die goedgekeurd worden als dekhengst worden stamboekhengsten”.

  1. Wat moeten de veulens doen tijdens een veulenkeuring?

Sabien: “Bij een veulenkeuring komt het veulen aangelijnd binnen en wordt opgesteld door de jury. Op aanwijzing van de jury wordt een driehoek gestapt. Hierbij blijft het veulen aangelijnd. De voorbrenger houdt zowel merrie als veulen vast. Na de stap wordt het veulen losgelaten voor twee drafrondes, waarbij de hele keuringsbaan benut wordt. Hierna wordt het veulen gevangen en verlaten merrie en veulen de keuringsbaan”.

  1. Hoe gaan stamboekkeuringen voor merries, ruinen en hengsten?

“Paarden worden individueel beoordeeld in groepen van circa 8-10 paarden per rubriek. De paarden worden gekeurd in een driehoeksbaan, waarbij de jury in de ‘punt’ staat zodat het paard goed van achter, van opzij en van voren is te beoordelen. Ieder paard heeft de mogelijkheid om voor het opstellen één ronde te stappen in de keuringsbaan. Het paard wordt opgesteld voor de jury. Daarna stapt het paard één keer de driehoek. Hierbij is het belangrijk dat het paard zijn hals kan laten ‘vallen’. Na de stap overgaan in draf zodra het paard het punt waar de jury staat is gepasseerd, hierbij het paard voor de hoeken terugnemen en na de hoek weer aanzetten. Zo kan onder andere het schakelend vermogen worden beoordeeld. Ook het vertrekken geeft waardevolle informatie. De driehoek tweemaal draven. Na het draven stapt het paard nog eenmaal rond, wordt weer opgesteld voor de jury en verlaat daarna de baan op aanwijzing van de jury. Na elke rubriek worden de paarden op tal gezet: ze worden in kwaliteitsvolgorde geplaatst. Hierna geeft de juryvoorzitter een toelichting en maakt hij/zij het keuringsresultaat bekend”.

Een stamboekkeuring kan er als volgt uitzien:

 

Sabien: “De jury ziet het paard in beweging aan de hand het liefst zo dicht mogelijk bij het gebruiksdoel. De paarden worden bij voorkeur voorgesteld aan een los touwtje zodat het paard volledig op eigen benen loopt. Veel paarden hebben echter een lichte ondersteuning nodig. Dit houdt in dat het paard in verbinding kan gaan lopen door de voorwaartse hulp van de aanjager waarbij de voorbrenger dit licht opvangt in de mond. In het ideale geval spant het paard zijn bovenlijn aan op de goede manier, drukt zijn schoft omhoog , kantelt zijn bekken (gaat zitten) en komt tot oprichting. Het paard gaat in balans door de baan en toont schakelend vermogen”. Deze wijze van beoordelen is uniform, maar er zijn ook opnamerubrieken. Sabien: “Bij de opnamerubrieken werken we met een zogenaamde vooropstelling. Om de (jonge) paarden meer tot ontspanning te laten komen zodat de natuurlijke gangen beter te beoordelen zijn, stappen zij eerst in een groep rond in de keuringsbaan. Daarna worden ze op catalogusvolgorde gekeurd zoals hierboven beschreven”.

  1. Wanneer worden merries, ruinen en hengsten opgenomen in het stamboek?

“Merries en ruinen worden opgenomen in het stamboek als ze aan de minimale eisen voor exterieur en beweging voldoen”. Voor hengsten ligt het net even anders. Sabien licht toe: “hengsten kunnen alleen opgenomen worden in het stamboek als ze door een zware selectieprocedure komen dat afgesloten wordt met een Centraal verrichtingsonderzoek. Ze worden dan stamboekhengst en krijgen dan een uniek nummer achter hun naam”.

  1. Hoe ziet een juryrapport er uit voor Friese paarden met stamboekopname?

Juryrapport Friese paardenDit is een leeg juryrapport voor Friese paarden met stamboekopname (klik voor vergroting & zoom in op het formulier):

 

Sabien: “Er zijn dan scores (kruisjes) en cijfers ingevuld. Tevens staat het keuringsresultaat vermeld. Ieder paard krijgt dus vijf cijfers.

 

  1. Wanneer vallen Friese paarden buiten het stamboek?

Over het afvallen van Friese paarden geeft Sabien de volgende informatie: “Als jury dienen wij de kwaliteit van het Friese ras te bewaken. Zo moet het paard aan minimale eisen voor exterieur en beweging voldoen. Paarden met een 4 of twee vijven op één van de vijf kenmerken rastype, bouw, beenwerk, stap en draf worden niet in het stamboek opgenomen. Een 4 krijgt een paard bijvoorbeeld als deze niet rad is (vier op stap en/of draf), deze erg afwijkende beenstanden heeft, deze erg voos beenwerk heeft (bijvoorbeeld een bolspat), deze op jonge leeftijd al een heel matige bouw heeft (erg weke rug, heel matige aansluiting rug-lendenen-kruis, erg neerwaarts gebouwd is)”.

Een Fries paard moet uiteraard de moeder en vader opgenomen hebben in het stamboek. Verder moet het paard de minimale stokmaat hebben en mag het geen niet-toegestane aftekeningen hebben. Sabien: “Sommige Friese paarden zijn drager van de vosfactor, die afkomstig is van de voorouders van het Friese paard. Voor 1879 waren die namelijk soms bruin- of schimmelkleurig. Alleen als beide ouders drager zijn van de vosfactor, kan er een voskleurig veulen worden geboren (een kans van 25%). De voskleur is nu uniek, maar voskleurige veulens worden niet opgenomen in het stamboek”.

  1. Wat zijn voor 2018 de nieuwste richtlijnen bij stamboekkeuringen?

Sabien: “In 2018 zijn er voor drie gebieden nieuwe richtlijnen voor keuringen bijgekomen. Dit zijn:

  • Veulens aangelijnd laten stappen: De stap is aangelijnd beter te beoordelen en voorbrenger moet zowel merrie als veulen leiden tijdens het stappen en na het opstellen. Het veulen mag daarna pas los om de draf te laten zien.
  • Lineair scoren met app: Het jurykorps gaat dit jaar met een app werken voor het lineair scoren en het verwerken van keuringscijfers. Waar de lineair scores nu nog handmatig op het stamboekkantoor worden verwerkt, kunnen deze middels de app digitaal worden gekoppeld aan het systeem waardoor keuringsresultaten nog sneller beschikbaar zijn.
  • Correctheid beenstanden, met name de stand van het achterbeen: De beenstanden van het Friese paard moeten correct zijn. Een sabelbenig of krom achterbeen komt steeds vaker voor maar is ongewenst, want in gebruik kan het paard minder kracht ontwikkelen en ook de kans op slijtage neemt toe. In de puntentelling is de stand van het achterbeen dus belangrijker gemaakt en weegt het nu zwaarder mee voor het samengestelde cijfer voor beenwerk”.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant