-

De Noriker (Pinzgauer): een paardenras uit Oostenrijk

Arnd Bronkhorst

De Noriker behoort tot één van de oudste zware trekpaardenrassen van Europa. Het is een middelzwaar koudbloedras afkomstig uit het Alpengebied van Oostenrijk en Beieren. In Oostenrijk en Beieren is het ras dus heel bekend, maar in Nederland is dat nog niet het geval. Vandaar dat dit artikel meer uitleg geeft over de herkomst, de geschiedenis van de fokkerij, het exterieur, het karakter en het gebruik van de Noriker (Pinzgauer).

Herkomst van dit paardenras

Waarschijnlijk stamt de Noriker af van het prehistorische bospaard en het veronderstelde ponytype 2. Het paard ontleent zijn naam aan de oude provincie Noricum dat in het Romeinse Rijk lag. Qua omvang kwam die provincie ruwweg overeen met het moderne Oostenrijk ten zuiden van de Donau.

De bakermat van dit paardenras ligt echter heel ergens anders, want dat is het Pindusgebergte op het Noord-Griekse eiland Thessaloniki. Op dit eiland was het gras van betere kwaliteit en was de grond vruchtbaarder dan in de rest van Griekenland. Vandaar dat hier oorlogspaarden gefokt konden worden en dat hier in de Griekse Oudheid de meeste activiteiten met paarden plaatsvonden. De Grieken zelf waren veel betere ruiters en paardenfokkers dan de Romeinen. Het fokmateriaal wat hier vandaan kwam was sterk en kon ingezet worden als rij-, pak-, trek-, en oorlogspaard.

Fokken van dit ras door de tijd heen

Toen de Romeinen de Griekse oorlogspaarden, waaruit later de Noriker zich zou ontwikkelen, buitmaakten tijdens veroveringen namen ze deze mee over de Alpen naar het huidige Oostenrijk toe. Ze volgden het Griekse voorbeeld en stelden enkele systematische fokprogramma’s op. Hieruit is de Noriker voortgekomen. Een belangrijk centrum in die vroege fokkerij van de Noriker was de Romeinse stoeterij Juvavum. Deze lag in de buurt van het huidige Salzburg en die plek is nog steeds nauw verbonden met de Noriker.

In de Middeleeuwen was de Noriker een klein, compact en ongelooflijk sterk paard voor zijn formaat. Vanaf ongeveer 1565 fokten vooral monniken in kloosters rondom Salzburg. In 1574 richtte de aartsbisschop van Salzburg de eerste openbare stoeterij en het stamboek op. Daarna ontstonden er veel meer stoeterijen en werd er ook wat Spaans, Italiaans en Frans bloed aan het ras toegevoegd.

Noriker

Exterieur van de Noriker (Pinzgauer)

De stokmaat van de Noriker ligt tussen de 158 tot 163 centimeter. De bouw is zwaar, maar goed geproportioneerd en met een mooie aanzet van het hoofd. De achterhand is gespierd en de benen zijn uitzonderlijk sterk. De benen zijn van licht behang voorzien. Verder heeft de Noriker veel manen en een lange staart.

Qua kleur zijn er verschillende kleuren mogelijk bij dit paardenras. Van zwartbruin tot en met vos. Ook een gevlekte vacht is mogelijk. De gevlekte Norikers, die vooral in Pinzgau in overvloed voorkwamen, werden ook bekend als de Pinzgauers-Norikers. Nu worden ze meestal gewoon Pinzgauers genoemd. Deze paarden zijn in wezen precies hetzelfde als de Norikers, maar ze hebben dus die specifieke luipaardvlekken. Hun vachtkleur is in 1903 officieel erkend toen het stamboek van de Pinzgauer-Noriker werd opgericht.

Twee Pinzgauers met specifieke luipaardvlekken.

Karaktereigenschappen van de Noriker (Pinzgauer)

Het karakter van de Noriker is te omschrijven als: evenwichtig, tredzeker, wendbaar en taai. Het goedmoedige karakter en het werkwillige temperament ontstonden door eeuwenlange selectie tijdens het fokken op deze eigenschappen. Het fokken had ook effect op de tredzekerheid, want de stap is ruim en ook de draf is soepel. Er is veel vrijheid in de beweging.

Modern gebruik en folklore

In de streek van herkomst bestaan meerdere folkloristische tradities, waarin het paard een rol speelt. Zo is er in Feistritz an der Gail een jaarlijkse wedstrijd genaamd Kufenstechen, waarbij jongemannen in lokale klederdracht vanaf de rug van het ongezadelde paard een ton aan duigen moeten slaan. Na de rit worden jongedames, eveneens in klederdracht gestoken, ten dans gevraagd. Ze dansen dan op oude volksdeuntjes. Het gebruik bestaat al meerdere eeuwen en lijkt terug te gaan op oude inwijdingsrituelen.

Een ander folkloristisch spektakel is het samenvoegen van de dekhengsten, die in de zomermaanden in kuddeverband op de bergweiden zullen verblijven. Deze hengsten worden onder publieke belangstelling losgelaten in een ring, zodat zij hun krachten met elkaar kunnen meten. Onderling maken ze dan uit wat de (toekomstige) leider van de kudde gaat worden.

Het evenwichtige paard is verder geschikt voor vele vormen van recreatie en sport. Dit paardenras wordt gebruikt als tuigpaard voor de koets in de mensport, als betrouwbaar familiepaard of als krachtig trekpaard voor boomslepen in de bosbouw.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant