-

Alles over het Groninger paard

Arnd Bronkhorst

Een typisch Nederlands ras, maar helaas nog steeds dichtbij het bedreigende randje van uitsterven: het Groninger paard. Wat ontzettend jammer is, omdat het fijne, veelzijdige en betrouwbare paarden zijn. Om op te stappen na een paar daagjes rust hoef je bij een Groninger paard niet levensmoe te zijn: daar draaien ze hun hoef niet voor om.

Dit maakt ze dan ook het ideale familiepaard. Het Groninger paard is in het bezit van drie goede basisgangen en kunnen veel aan: ze worden niet snel moe.

‘Een zwaar, lang gelijnd warmbloedpaard met een krachtige bouw, een sprekend hoofd, een gespierde middellange hals, voldoende schoft die soepel overgaat in een niet te lange sterke rug, een tamelijk schuine schouder, een brede en diepe zwaar gespierde romp, ronde welving der ribben, een zwaar ontwikkelde achterhand, massief beenwerk met platte pijpen en ruime harde voeten. Het temperament is gelijkmatig en toch voldoende levendig. Het paard is sober en werkwillig’

Vereniging Het Groninger Paard

Specificaties

Hengsten en ruinen dienen minimaal 1.60 meter te zijn. Merries mogen iets kleiner zijn; voor hun geldt een minimale stokmaat van 1.57. De kleuren die het meest voorkomen bij dit ras zijn bruin en zwart. Aftekeningen zijn toegestaan, maar het liefst zo min mogelijk.

Groninger paarden zijn veelzijdig in te zetten. Van oudsher werden ze vaak gebruikt voor de kar, maar tegenwoordig zie je ze ook terug in de dressuurring of in een springparcours. Tevens in de recreatie zijn ze op hun plaats; zelfs met een minder intensieve training is het een gewillig en fijn paard om mee te werken.

Van licht naar zwaar…

De geschiedenis van het Groninger paard gaat terug tot in 1870. Begin van de twintigste eeuw werd het Groninger paard licht en veelzijdig gefokt. Toentertijd werden de paarden veelal gebruikt voor de landbouw en het transport van mensen, maar ook voor veldartillerie.

Zoals veel andere rassen, had de Groninger het zwaar te verduren tijdens de industrialisatie. Onder andere de auto en de trein kwamen in beeld, dus de vraag naar lichte paarden voor transport werd veel kleiner. Echter in de landbouw was nog wel vraag naar zware paarden. Veelzijdige warmbloedpaarden waren daar minder geschikt voor, dus om te kunnen concurreren, moest het Groninger paard zich in een vlot tempo ontwikkelen naar een zwaarder type.

… En weer licht

Maar op den duur werd het zware werk steeds meer overgenomen door tractors. Na de Tweede Wereldoorlog groeide de ruitersport steeds meer en kwam er juist meer vraag naar de lichtere, veelzijdige rijpaarden voor voorheen. Door invloeden van Holsteiners, Engelse volbloeden en Trakehners werd de Groninger weer teruggefokt naar het oorspronkelijke veelzijdige, lichte paard.

Toch ging deze ontwikkeling niet snel genoeg en werd de veelzijdige Groninger steeds vaker weggeconcurreerd door gespecialiseerde rijpaarden. Eind jaren tachtig was er bijna geen zuiver Groningse paard meer te vinden in Nederland.

‘Eind jaren tachtig was er bijna geen zuiver Groningse paard meer te vinden in Nederland’

In 1978 werd de laatste Groninger hengst Baldewijn naar de slager gebracht. Gelukkig wisten een aantal vrijwillgers het paard te redden, waarna ze op zoek gingen naar zoveel mogelijk Groninger merries om het ras weer op de been te helpen. Dankzij een zorgvuldig fokprogramma is met slechts één hengst en twintig merries het bestand gegroeid naar momenteel circa 1500 Groninger paarden.

Bron: Vereniging het Groninger Paard

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant