-

Achtergrond van de Arabier

Achterkant Arabier Arnd Bronkhorst

Dit woestijnpaard kent een mysterieuze geschiedenis vol van mythen en romantiek. De Arabier beschikt over een betoverend uiterlijk en uitzonderlijke atletische kwaliteiten. Over dit interessante paardenras uit het Midden-Oosten lees je alles in onderstaand artikel.

Romantiek, mystiek en religie

De Arabier bestond mogelijk al ver voor de Christelijke jaartelling, maar de bakermat en vroege geschiedenis van dit paardenras zijn onbekend. Dit maakt ze onderwerp van discussie en dat leverde vele mythes en legendes op.

Voor romantici werd de Arabier gesmeed in het hart van goden, gevoed door de gloeiende kern van de aarde en gevormd naar het beeld van perfectie. Volgens een andere en meer mystieke overlevering wil het dat de Arabier al volledig ontwikkeld opdook uit het door de wind gegeselde zand van Saoedi-Arabië.



Door oude islamitische volken en de Berbernomaden uit de woestijnstreken werd de Arabier gezien als een geschenk van Allah. Het bolle voorhoofd, of jibbah, van het paard zou de zegening van Allah bevatten. Hoe groter de jibbah, hoe meer zegeningen het paard meedroeg. Ook was de gewelfde hals (en de hoek waarmee deze aansloot op het hoofd, de mitbah) een teken van moed. De hooggedragen staart was een teken van elan en vuur. Op deze met religieuze symboliek verbonden eigenschappen werd bij de Arabier dan ook al vanaf het begin doelgericht gefokt.

Aanzicht Arabier

De Vruchtbare Halve Maan

Men denkt nu dat de Arabier waarschijnlijk ten noorden van het Arabische Schiereiland ontstond in een groot gebied dat we nu de Vruchtbare Halve Maan noemen. Dit gebied bestrijkt delen van het huidige Syrië, Turkijke, Irak, Iran en Egypte. Het klimaat is daar milder en er is genoeg neerslag om paarden een geschikte leefomgeving te bieden.

In dit gebied evolueerden de woestijnpaarden, zoals: de Akhal-Teke en het Kaspische paard, zich uit de prehistorische paarden van typen 3 en 4. Hoewel deze woestijnpaarden zich allen iets anders ontwikkelden in hun verschillende leefgebieden hebben ze toch veel kenmerken gemeen. Denk hierbij aan: een dunne vacht en huid, het vermogen om op weinig water en voedsel te overleven, bestandheid tegen hitte en kou, een groot uithoudingsvermogen, intelligentie en een lichte bouw. Mogelijk was het Kaspische paard, gezien de vele uiterlijke overeenkomsten, van grote invloed op de ontwikkeling van de Arabier.

Zee en Arabier

Bedoeïenen en de Arabier

De geschiedenis van het Arabische paard is nauw verweven met die van de bedoeïen. Van oudsher vormde de kameel de spil van hun cultuur, maar rond 2500 v.C. kwam het Arabische paard in hun leven erbij. Ze namen deze paarden mee naar de binnenlanden van Saoedi-Arabië.

De bedoeïen bewaakten en koesterden hun paarden, want deze werden gezien als symbool van rijkdom en aanzien. De paarden waren voor de bedoeïen eveneens een cruciaal wapen in de strijd. Vooral merries waren waardevol als oorlogspaarden, omdat deze niet schreeuwden zoals de hengsten en ze in stilte bereden konden worden bij het uitvoeren van verrassingsaanvallen op de vijand. Merries droegen hun ruiters met grote loyaliteit in en uit de strijd en hadden een onwrikbare band met hun eigenaar. Het grootste geschenk dat je bedoeïen toen kon geven, was een goede merrie. In lijn van die traditie zouden Turkse heersers van het Ottomaanse Rijk uiteindelijk ook Arabische paarden schenken aan Europese vorsten.

Arabier in land van origine

De Arabier en andere volkeren

Niet alleen de bedoeïenen hielden toen al de Arabische paarden, want op Egyptische hiëroglyfen uit de 16e eeuw v.C. staan afbeeldingen van op Arabieren lijkende paarden. Ook zijn er beschrijvingen van dit soort paarden te vinden in het Oude Testament en in geschriften van de Griekse schrijver Xenophon. De oude Hurrianen, Hethieten, Kassieten, Assyriërs, Babyloniërs en Perzen gebruikten allen kleine, snelle woestijnpaarden. Dit zijn mogelijk Arabieren of hun voorouders geweest waar ze op reden.

Schimmel Arabier bij poort

Vijf oude hoofdlijnen

De bedoeïen worden, van alle volkeren die de Arabische paarden hielden, meestal wel gezien als de eersten die dit kostbare paardenras fokten en ze zo beschermde tegen uitsterving. De bedoeïen gaven de informatie over fokmateriaal en bloedlijnen mondeling door en handhaafden de raszuiverheid strikt. ze kochten en verkochten onderling paarden, maar hun geprezen oorlogsmerries wisselden slechts zelden van eigenaar.

De vijf oudste hoofdlijnen gaan terug op de merries van profeet Mohammed, die kleine fysieke onderlinge verschillen doorgaven aan hun nageslacht. Er wordt verschil gemaakt tussen: de Kuhaylan, de Ubayyah, de Saglaviyah, Dahmah en Suwaymah. In het Midden-Oosten is het fokken op stamkenmerken nog steeds gangbaar, met als drie moderne hoofdstammen de Kuhaylan, Saglawi en Muniqi. In het Westen zie je deze amper en hier zijn de oorspronkelijke stamkenmerken van de vijf oude hoofdlijnen grotendeels verloren gegaan.

Arabier in weide

Opkomst van de islam

Met de opkomst van de islam trad de Arabier uit z’n isolement in de woestijn en verspreidde het paardenras zich over de hele wereld. De verspreiding ging vanuit het Midden-Oosten over tot in Noord-Afrika, Europa, het Middellandse Zeegebied en oostwaarts tot in China.

Steeds als de Arabier in contact kwam met inheemse rassen van andere landen en culturen dan hadden ze hierop een positief effect. De kleine, slanke en snelle Arabische paarden waren namelijk de tegenhangers van stevige en zware Europese paardenrassen. Om de capaciteit om inheemse paardenrassen te veredelen werden de Arabische paarden al snel zeer gewild. Het enige paardenras dat ongeschikt bleek te zijn voor vermenging met Arabisch bloed, omdat dit niet zou zorgen voor een verbeterend effect, was wellicht het Andalusische paard

De 17e tot en met de 19e eeuw

Eind 17e en begin 18e eeuw had de Arabier grote invloed op de ontwikkeling van Britse paardenrassen, met name op de Volbloed. In de 18e en 19e eeuw won de Arabier in heel Europa aan populariteit. Vorsten lieten grote stoeterijen neerzetten in Polen, Duitsland, Hongarije, Oostenrijk, Groot-Brittannië, Rusland, Australië en de Verenigde Staten.

Stamboeken

De Arabier is nu een van de meest internationale en wijdverbreide paardenrassen ter wereld. Daarom zijn er bij de World Arabian Horse Organization (WAHO) momenteel leden uit maar liefst 82 verschillende landen aangesloten.

De eerste Arabier werd in 1924 vanuit Engeland naar Nederland geïmporteerd. Inmiddels kent ook Nederland sinds 1935 een stamboek voor de Arabier. Dit is stamboek heet nu het Arabisch Volbloed Stamboek (AVS).

Veulen Arabier zijkant close

Exterieur

De Arabier heeft een klein edel hoofd met grote ogen en alerte oren waarvan de punten naar binnen toe wijzen. Het hoofd van de Arabier is licht ‘geknikt’ (er is sprake van een hol oftewel een concaaf profiel), de deuk in de neus die hierdoor lijkt te ontstaan wordt de dish genoemd. Doordat het hoofd bovendien hoog op de hals gedragen wordt heeft het veel bewegingsvrijheid. De sierlijke lange en mooi aangezette hals sluit vervolgens aan op een duidelijke schoft, een korte rug en een brede diepe borst. De croupe is breed en vrij plat. De staart is hoog aangezet.

De stokmaat ligt tussen de 145 en 155 centimeter. Qua vachtkleuren komt schimmel, bruin, zwart, vos en soms roan voor.

Karakter

De Arabier combineert moeiteloos elegantie met vurigheid en energie. Paarden van dit ras zijn zeer intelligent en goed te beleren. Ze hebben namelijk een uitsteken geheugen. Anders dan andere paardenrassen hebben Arabieren ook een tastbaar gevoel voor loyaliteit en genegenheid voor zijn eigenaar.

Beweging en souplesse

Een Arabier beschikt van nature over een soepele en sierlijke beweging. De gracieuze bewegingen komen mede voort uit het feit dat onder het betoverende uiterlijk stalen spieren schuilgaan en doordat Arabische paarden beschikken over fijn beenwerk met kleine harde hoeven. Dit geeft zeer stabiele en snelle gangen. De elegantste gang is daarbij de draf, maar de beste gang van de Arabier is de galop.

Draf, vrije beweging Arabier

Modern gebruik als topatleet

Arabieren zijn heerlijke rijpaarden en fraaie showpaarden, maar het zijn ook echte topatleten. Dankzij hun een enorme uithoudingsvermogen behoren ze als paardenras zeker tot een van de beste endurancepaarden ter wereld. Ze blinken verder nagenoeg ook in elke andere moderne hippische sportdiscipline uit; van de rensport, springsport, eventing tot en met de dressuur of de westernsport.

Wil je meer lezen over de aard van de Arabier en ervaringen met het rijden, fokken en houden van dit paardenras? Lees dan het Bit-artikel, waarin Talitha Bakker dit uitlegt.

Bron: Bitmagazine.nl

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant