-

Effectieve doelen voor ruiters

Arnd Bronkhorst

Menig serieuze ruiter weet dat het stellen van doelen je een behoorlijke zet in de goede richting kan geven. Doelen maken dromen concreet, motiveren, creëren zelfvertrouwen en stimuleren je doorzettingsvermogen. Maar het ene doel is het andere niet. Een slechte formulering kan het positieve effect van doelen stellen geweld aandoen. Hoe je wel doelen met effect stelt? Dat vertelt sportpsycholoog Maaike Bierstekers van MB Sportpsychologie.  

Stel jij de juiste doelen? Test het hier!

SMART

Zelf werkt sportpsycholoog Maaike Bierstekers graag met de beproefde SMART-methode. “SMART staat voor Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden”, vertelt ze. “Een specifiek doel is concreet en helder uitgekristalliseerd. ‘Mijn paard moet beter lopen’ is geen specifiek doel. ‘Mijn paard moet gedurende de hele proef actief blijven’ wel. Specificeer je doel net zolang tot je echt iets concreets waarmee je direct aan de slag kunt over hebt.” Meetbaarheid is een lastige in de dressuur. “In de springsport is dit gemakkelijk. Een balk is een balk. Maar in de dressuur ben je afhankelijk van juryresultaten en aangezien je niet steeds dezelfde jury hebt, maakt dit een proef in tot op zekere hoogte lastig te meten. Film je proef daarom en laat deze altijd door dezelfde persoon beoordelen. Je kunt dit ook zelf doen, maar steeds dezelfde persoon een oordeel laten vellen kan helpen.”  De A van Acceptabel betekent dat je doel draagkracht krijgt. In je team, of in dit geval, bij jezelf. Maak je doelen bovendien realistisch. “Heb je je wissels niet onder de knie, verwacht dan niet dat ze plotseling goed zullen gaan als je Z2 start. Als iets thuis in de training al niet lukt, maak hier dan ook geen wedstrijddoel van. Ga niet te snel door naar de volgende klasse en durf reëel naar jezelf te kijken. Een realistisch doel vind ik 80% rijden van wat je thuis rijdt.” Tot slot staat de T voor Tijdsgebonden. Een goed doel kun je in tijd plaatsen. “Koppel er een tijd of periode aan. Maar maak ook een volgorde in de doelen die je jezelf stelt. Vraag jezelf af wat op dit moment het belangrijkst voor je is. Jezelf meerdere doelen tegelijk stellen werkt niet. Plaats je doelen in tijd, stel prioriteiten en accepteer dat een ander doel dan nog even moet wachten.”

‘Specificeer je doel net zolang tot je echt iets concreets over hebt waarmee je direct aan de slag kunt’

Anderen

Behalve de punten uit de SMART-methode tipt Maaike: “Stem je trainingsdoelen en je wedstrijddoelen op elkaar af. Liggen deze ver uit elkaar, dan kun je je afvragen of je wel aan wedstrijden moet beginnen. Ik tref regelmatig mensen die in de training aan het ene en tijdens een wedstrijd aan een ander doel werken. Als je doel verandert, dan verander jij ook. En je paard merkt dit.” Koppel het behalen van je doelen los van anderen. “Een doel als ‘ik wil bij de beste drie zitten’, maakt je volledig afhankelijk van anderen. Stel dit is je doel en Anky, Edward en Hans Peter doen mee, waardoor je als vierde eindigt. Ben je dan ontevreden? En ben je wel tevreden als je als tweede eindigt terwijl er maar twee deelnemers zijn? Maar houd je tevredenheid ook bij jezelf. Als jij tevreden bent over hoe een proef is verlopen, dan hoeft dit niet te veranderen zodra je het juryrapport krijgt.” Een ander persoon die je wel prima bij je doelen kunt betrekken is je instructeur. “Laat hem het doel dat jij jezelf stelt mee beoordelen. Hij kan je helpen om realistische doelen te stellen.”

‘Koppel je doelen los van anderen. Een doel als ‘ik wil bij de beste drie zitten’, maakt je volledig afhankelijk van anderen’

Prioriteiten

Maak een seizoenslijstje met doelen. Waar sta je nu? Wat moet je doen om je proef te verbeteren, of om M1 te kunnen starten, of een extra winstpunt te kunnen halen? Met welk doel wil je beginnen? “Ga vervolgens met procesdoelen aan de slag door je doel op te knippen in stappen. Moet de schouderbinnenwaarts beter? Ga je dit dan tien keer achter elkaar oefenen, of ga je werken aan je buiging door slangenvoltes te rijden en te wijken en dergelijke? “Bij voorkeur stel je jezelf een doel waarmee je gedurende de hele proef bezig kunt zijn. ‘Je paard actief houden bijvoorbeeld’ houdt je in het hier en nu, terwijl een doel dat pas op punt 10 in de proef aan bod komt je aandacht van tevoren al te sterk afleidt. “Spanning ontstaat wanneer mensen een verkeerd doel hebben gesteld. Stel jezelf een doel dat je in de training kunt halen. Ga je met meer dan één doel tegelijk aan de slag, dan leid je jezelf af met het tweede doel als je met het eerste bezig bent. Je verliest je focus. Eén helder doel is genoeg.”

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant