-

11 keer stress onder het zadel & de oplossingen

Frank Sorge

“Mijn paard was altijd hartstikke braaf, maar ineens lag ik ernaast! Ik begrijp er niets van!” Stress bij het paardrijden is onderschat. Wat we niet zien is er niet lijkt het. Maar is dat zo? Hoe vaak gebeurt het dat ongewenst gedrag uit het niets lijkt te komen? Trainer en docent aan de Gelukkige Ruiter Academie Monya Spijkhoven gaat in dit artikel dieper in op het onderwerp stress.

“Stress komt veel voor. Soms heel duidelijk. Denk aan Spaanse paarden, die gaan voor je uit denken en worden hectisch in hun bewegingen. Een warmbloed, zoals een KWPN-er, gaat steeds harder lopen, of gaat aan de haal, draaien ineens om of geven een bok. Koudbloeden worden sterk of zijn niet meer te stoppen. Je hebt ook paarden die imploderen. Ze uiten zich niet, maar door de stress lijken ze een lange tijd meegaand, tot ze ontploffen. Dat zijn vaak de paarden waarvan de ruiter zegt “dat doet ie anders nooit!””

“Wetenschappelijke testen met een hartslagvariabiliteitsmeter hebben aangetoond dat sommige paarden uiterlijk heel erg reageren op bijvoorbeeld een eng voorwerp, maar dat de hartslag niet zo veel stijgt als je zou denken. Ze uiten van alles, maar van binnen valt de stress mee. Er zijn echter ook paarden die uiterlijk onbewogen blijven, terwijl hun hartslag enorm stijgt.”

“Dit zijn de paarden die ‘imploderen’. Deze paarden moet je goed leren lezen, anders kom je voor ongewenst gedrag te staan. Kijk naar de neusgaten, ogen, oren, mond, spierspanning. Een goede paardentrainer ziet alle kleine signalen en zal altijd aan de vertrouwensband werken.”

“Er zijn veel paarden die hun werk braaf doen maar net de neusgaten te ver open hebben, of de lippen niet op elkaar, zodat je hun tong ziet. Of ze hebben zo’n zwiepje in de staart. Ogen die afwezig lijken of juist op steeltjes staan. Dat is interne stress. Je hoort dan vaak ‘zo is mijn paard nu eenmaal’, maar dat is het niet. Het is een verkeerde basis.”

Wat kun je doen? Werken aan de basis. Eerst op de grond, daarna in het zadel.

11 keer stress onder het zadel en de oplossingen

1 – Paard krijgt te veel prikkels
Advies ruiter: verminder en doseer prikkels.


“Stress tijdens het rijden wil bijna altijd zeggen dat het paard te veel prikkels ineens krijgt. Vaak geeft de ruiter te veel (onbewuste) signalen. Of het is een combinatie: de ruiter geeft te veel signalen én er zijn prikkels uit de omgeving, zoals een hond, een vrachtauto of een paraplu. Als je paard veel last heeft van prikkels van de omgeving dan is desensibiliseren de eerste stap.”

“Wen hem aan alles in de omgeving wat hij tegen kan komen. Een  kwestie van oefenen en langzaam opbouwen. Begin maar eens te trainen met een paraplu in de hoek van de bak. En bouw dat uit. Het paard moet jouw wereld leren kennen en begrijpen. Dat is namelijk een mensenwereld, in de paardenwereld komen geen paraplu’s voor.”

2 – Paard krijgt tegenstrijdige hulpen
Advies ruiter: doe zelfonderzoek. Hoe duidelijk en gedoseerd zijn je hulpen?


“Vaak denken we als ruiter dat we iets vragen, maar we vragen het niet correct. Het paard snapt het niet. De hand zegt ho, het been zegt voorwaarts en de zit duwt mee. Dat zijn tegenstrijdige hulpen.” Vaak zitten ruiters ook onbewust iets tegen de bewegingen van het paard in. Je wilt een uitgestrekte draf, en je geeft been, maar je werkt tegen met je zit of hand, dus hij kan dat wat jij wilt niet uitvoeren. Dat geeft een paard stress.”

“Werk aan je lichaamsbewustzijn en motoriek. Dat kan bijvoorbeeld door te trainen op de flexchair, simulator oid., maar ook door aan yoga of pilates te doen. Dan leer je beter te voelen wat je eigenlijk allemaal doet tijdens het rijden. Ook als je instructeur niet duidelijk is in zijn of haar uitleg over de juiste hulpen: durf te vragen! Bijvoorbeeld wat is ‘ga dieper zitten’ precies? Iedereen doet namelijk wat anders.”

3 – Paard krijgt te veel hulpen
Advies ruiter: minder, minder, minder.


“Hand-, been en zithulpen tegelijk zijn teveel signalen in een keer voor een paard. Breng de hoeveelheid hulpen terug. Aangezien hij niet doet wat je wilt, geef je de hulpen steeds sterker. Het is alsof iemand Chinees tegen je praat en als je het niet begrijpt, steeds harder gaat schreeuwen. Omdat het niet duidelijk is wat de ruiter bedoelt, gaat het paard kiezen wat volgens hem de gewenste reactie is. Als hij pech heeft, en het verkeerde kiest, krijgt ie nog op z’n donder ook. Ga zitten, doe eens niks en pas als hij wat moet doen, dan geef je een klein hulpje. Schroef verwachtingen en eisen terug. (je kunt alleen maar teleurgesteld zijn als je verwachtingen koestert).”

4 – Paard snapt nog niet wat je bedoelt
Advies ruiter: wees voorspelbaar.


“Vraag in het rijden alles altijd op dezelfde manier aan je paard. Leg iets aan je paard uit, en zorg dat het bevestigd is. Je vraagt iets en als hij het doet, dan is hij braaf. Je herhaalt het, op dezelfde manier, en als hij het doet is hij weer braaf. Hartstikke mooi, braaf paard! Vraag dan niks nieuws meer. De dag erna vraag je de nieuwe oefening nog een keer. Hij doet het weer goed. Hartstikke braaf. Hij wil het zo graag goed doen! Jij moet laten weten dat hij doet wat jij wilt. Dat is afronden. Hij heeft je gesnapt en is dolblij! Niet te vaak trainen en niet te lang trainen. Doordat jij het iedere keer op dezelfde manier vraagt, ben je voorspelbaar voor hem en dat geeft hem duidelijkheid en rust.”

5 – Paard zit al in de stress
Advies ruiter: neem de leiding en doe een stapje terug.


“En wat als je rijdt en hij raakt gestresst? Bij stress moet je de leiding nemen, één ding vragen dat ie al goed kent en direct belonen door te stoppen met je vraag. Ga terug naar het punt waar het nog wel goed ging. En sluit de rijsessie af. Hou een training kort, kalm, gedoseerd, goed uitgevoerd en goed bevestigd. En ga dan pas verder. Als een paard hectisch beweegt is jouw lichaam nog belangrijker. Door zelf al je bewegingen kleiner te maken, te absorberen, kun je het paard aanleuning bieden en dat geeft steun.”

6 – Paard neemt jouw stress over
Advies ruiter: ontspan voordat je naar de stal gaat.


“Ben je ontspannen? Of nog gestrest door je werk? Als je op paard zit, ben je in het rijden met je hoofd bij hem of zit je nog aan je werk te denken? Word kalm in jezelf. Adem laag. En zorg dat je lichaam zekerheid en rust uitstraalt, zodat je paard het gevoel heeft dat hij het goed doet. Als je je stress meeneemt naar stal ben je niet volledig aanwezig voor je paard. Je bent met jezelf bezig. Dat is geen leiderschap. Het paard heeft duidelijkheid nodig en dat kan je alleen geven als je volledig voor je paard aanwezig bent.” 

7 – Paard is getraumatiseerd
Advies ruiter: leef je in en blijf bij jouw eigen gevoel!


“Neem de leiding. En voel aan wat voor paard je hebt. Wat kan hij, hoe moet ik mijn hulpen doseren voor dit paard? Moet ik meer aanleuning bieden? Moet ik andere hulpen geven? Moet ik druk toevoegen of druk weghalen? Sommige paarden willen graag wat losser worden gelaten. Je moet niet zo los worden dat je flapperend op je paard zit, dan heb je de spierspanning van een dronkenman, je moet die van een balletdanser hebben. Een balletdanser kan het paard fysiek sturen en heeft controle over zijn eigen lichaam. Daardoor kan hij zich aan het paard aanpassen en dit geeft een paard rust. Klem je wellicht teveel je benen, misschien zouden de teugels letterlijk wat losser kunnen. Kom je wel voldoende mee in de bewegingen van het paard. Iets actiever rijden of juist niet. Een getraumatiseerd paard vergt voortdurend begeleiding, afstemming, inzicht en liefde.”

8 – Paard is nog jong
Advies ruiter: neem de tijd.


“Een jong paard leert stap voor stap. Alle bovengenoemde punten komen aan bod: bied nieuwe indrukken, hulpen, oefeningen aan in fases. Beloon positieve pogingen van het paard je te begrijpen. En stop met vragen zodra het paard de gewenste reactie geeft. Bij een jong paard werk je stapje voor stapje. Elke stap is gedoseerd en bevestigd. Ga niet te snel.  Herhaal, beloon, bevestig. Dan pas ga je een stap verder. Zo voorkom je stress! Geef het jonge paard voldoende verwerkingstijd, dan kan hij zelf zaken onderzoeken en over dingen nadenken.”

9 – Paard heeft korte concentratiespanne
Advies ruiter: train vaker maar kortere sessies.

“Een ruiter kan vooraf bedenken wat de training in gaat houden en werkt gericht naar dat doel. Een doel moet klein genoeg zijn om haalbaar te zijn in de korte tijd die je hebt en groot genoeg om uitdaging te bieden. Die vergt dus voorbereiding vooraf. Zo kun je stress voorkomen omdat je in korte tijd een haalbaar resultaat krijgt. En paard dat snel is afgeleid, is gebaat bij een goede balans tussen inspanning en ontspanning.”

10 – Paard is moe
Advies ruiter: bouw je training beter op en af.


“Je rijdt los, begint met oefeningen en aan het einde van de trainingssessie gooi je de zware oefeningen er nog eens in. En je herhaalt, herhaalt en herhaalt. Je paard krijgt stress want de herhaling van de zware oefening gaat zeer doen en dat levert stress op. In een goed op- en afgebouwde training doe je de zware oefeningen niet aan het einde en je stopt zodra ze goed gaan. Bouw ook wat rustmomenten in de training. Anders krijg je paard aversie tegen een oefening. Als je merkt dat je paard moe wordt (fysiek of mentaal), vraag dan een andere oefening en doe een stapje terug. Even halsstrekken, of voorwaarts neerwaarts. Hoe bepaal jij eigenlijk wat een goede training is? Denk je er wel eens over na? De reguliere opbouw stap/draf/galop is geen regel, jouw paard bepaalt de regels.”

11 – Paard heeft pijn
Advies ruiter: check je paard dagelijks op pijn!


“Pijn is een veroorzaker van stress bij je paard. Hij heeft last van zijn (ge)bit, zijn rug of hij heeft ergens een blessure. Ook je zadel kan niet goed passen of de singel zit te strak. Pijn kun je leren lezen. Neem niet aan dat je paard nou eenmaal het paard is dat je ziet. Dat het normaal is dat ie altijd zijn staart scheef heeft, of ermee zwiept. Of dat zijn tong zichtbaar is, of dat bokje geeft bij het aangalopperen. Dat wij het niet zo ervaren of zien wil niet zeggen dat het er niet is. We spreken namelijk niet dezelfde taal. Een paard zal vanuit de evolutie zich altijd willen aanpassen aan de omgeving en aan het gevraagde. Hij zal zijn uiterste best doen. Dat heet een overlevingsstrategie. Paarden laten pijn niet makkelijk zien. Hun brein zegt bij pijn: jij bent kwetsbaar en dus een makkelijke prooi. Wij zijn verantwoordelijk voor onze paarden. Elk klein signaal is niet omdat ‘ie je wil pesten, of dat ie dat nu eenmaal altijd doet, het hoort er niet bij. Dat zijn menselijke interpretaties, menselijke gedachten. Het paard praat tegen je.”

Monya: “Zo werken de goede trainers met hun paarden. Ze monitoren eerst zichzelf en ze bereiden een training voor. Ook kijken ze goed naar hun paarden en houden grenzen in de gaten. We zijn allemaal mensen, dus we maken ook wel eens een foutje. Maar foutjes op basis van goede intenties kan het paard je makkelijk vergeven. Vertrouwen opbouwen op basis van gelijkwaardigheid, dat kan iedereen!”

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant