-

Project Paard. Red Madelief! Aflevering 6

Elke keer als het magazine Bit verschijnt, komt er ook een nieuwe aflevering online van het boek Project Paard. Red Madelief! In totaal zijn er tien afleveringen. Kun je niet wachten, dan kun je het boek ook bestellen in onze webshop. Vandaag aflevering 6!

Madelief, de lievelingspony van Angel en Eefje, is al een poosje kreupel. De meiden doen hun best om zo vaak mogelijk op de manege bij de superhaflinger te zijn. Zij zijn niet de enigen die dol zijn op Madelief: Sem, de tinker die een stukje verderop in een weitje staat, breekt zelfs uit om naar Madelief toe te komen.

Donderdag

Pechdag! Heb jij ook weleens zo’n dag die je liever had overgeslagen, papa? Dit was er zo een. Het begon redelijk. Mijn hand deed wel pijn, maar het viel mee. Het verband had ik er afgehaald voor ik naar school ging. Anders moest ik de hele dag uitleggen wat het probleem was. De wond zat rechts en ik ben links, dus met schrijven had ik nergens last van. Toen ik uit school kwam, was mama nog niet thuis. Hoewel ze gisteren flink tekeerging, had ik geen huisarrest gekregen. Eigenlijk was ze meer ongerust dan kwaad. Ik kom wel vaker iets te laat thuis en dan doet ze niet zo moeilijk. Het zag er allemaal erger uit dan het was door het verband, en daar schrok ze van. Omdat mama me niks had verboden, ben ik weer vertrokken voor ze me kon tegenhouden. Voor de zekerheid had ik wel een briefje neergelegd.

Op de manege ging het echt mis. Madelief en Sjonnie stonden in de longeerbak. Cas hing over het hek naar hen te kijken met zijn telefoon tegen zijn oor. Zodra hij Eefje en mij zag, ging hij rechtop staan en maakte hij een eind aan het gesprek. Het leek alsof hij op ons stond te wachten. Waarom zou hij? Dat werd snel duidelijk: hij had slecht nieuws. Nadat hij Madelief gisteren had zien lopen, zag hij het somber in. Vanmorgen was het niet beter. Hij belde de dierenarts en mocht meteen naar de kliniek komen. Al na de eerste röntgenfoto’s had de arts zijn diagnose klaar. ‘Sorry, meiden.’ Cas klonk ernstig. ‘Madelief heeft versleten spronggewrichten.’ ‘

Komt het nog goed?’ vroeg ik, tegen beter weten in. ‘Nee,’ antwoordde Cas. ‘Versleten is versleten, dat wordt niet meer beter.’ ‘Is het zeker?’ vroeg Eefje. ‘Ik bedoel, een arts kan zich ook vergissen.’ ‘Ik heb de foto’s gezien en er is geen twijfel mogelijk,’ antwoordde Cas. Hij was vriendelijk, maar ook heel duidelijk: Madelief kan niet meer werken en moet zo snel mogelijk weg. Hij heeft haar stal nodig voor een nieuwe manegepony. Een die wel de kost kan verdienen. Zo bot zei hij het natuurlijk niet, maar daar kwam het wel op neer.

‘Even keken Eefje en ik Sjonnie na, daarna keken we elkaar aan… Tegelijkertijd barstten we in tranen uit.’

Ik slikte mijn tranen weg en vroeg: ‘Mogen wij voor haar zorgen tot ze weggaat?’ ‘Heel graag zelfs,’ zei Cas. ‘Daar zijn jullie goed in, heb ik gemerkt.’ ‘Mag ze wandelen?’ wilde Eefje weten. Dat mocht. Rustig, onbelast bewegen is goed voor haar. Van stilstaan gaat het sneller achteruit. Cas wees naar de lucht. ‘Vandaag kunnen jullie beter eerst gaan wandelen. Het gaat regenen.’ Boven ons hoofd pakten donkere wolken zich samen. Letterlijk en figuurlijk! Cas bracht Sjonnie naar zijn stal. Madelief liet hij bij ons achter.

Even keken Eefje en ik Sjonnie na, daarna keken we elkaar aan… Tegelijkertijd barstten we in tranen uit. We huilden met onze gezichten in Madeliefs manen. Ieder aan een kant. Madelief heeft een dubbele manenkam met een flinke bos haar aan beide kanten van haar nek, dus dat gaf geen problemen.

Het was goed dat het muisstil was op de manege; zelfs Bente en Annelotte waren niet aan het trainen. Er was niemand die ons zag. Ook Levi niet. Hij had me best mogen troosten. Hoewel… Wie had hij dan in zijn armen genomen? Eefje, mij, of ons allebei? Wilde ik dat wel? Misschien was het juist goed dat hij er niet was. We hadden alle tijd om zielig en verdrietig te zijn. Madeliefs manen waren kletsnat toen we eindelijk stopten met huilen. We gingen wandelen met onze arme super-haf. Om het allemaal nog erger te maken dacht Eefje aan dingen waaraan ik helemaal niet wilde denken. Ze begon weer over de slager. Ze had het niet zelf bedacht. Thuis aan tafel had ze verteld over Madelief. Haar jongste broer, hij heet Guus geloof ik, had gegrijnsd en gezegd: ‘Weer een voor in de frikandellen. Lekker.’ Eefje was heel boos geworden, maar ze kreeg het niet meer uit haar gedachten. Madelief bij de slager werd een nachtmerrie. Eerst alleen voor haar en nu voor ons allebei.

Ook op het zandpad was het stil. De koeien stonden aan de andere kant van hun wei en Sem was uit rijden. Dachten we… Tot Amy op de fiets het bos uit kwam! Eefje en ik hadden niet goed opgelet. De wei was wel leeg, maar het stroomdraad lag gebroken op de grond. Amy wilde het losse draadje oppakken. ‘Pas op! Je krijgt een schok,’ riep ik geschrokken uit. ‘Er staat niks op,’ zei Amy. ‘Ik hoor niks.’ Ze had gelijk. Waar het draad de grond raakte, zou de stroom moeten weglopen met korte, felle tikken.

Het was stil. De batterij van het stroomapparaat was leeg. Amy wist wel dat er een nieuwe in moest, maar ze dacht dat hij het nog wel een dagje zou volhouden. De nieuwe batterij zat in haar fietstas. Het draad was snel gerepareerd en de batterij zo vervangen. Sem was nog niet terug. ‘Willen jullie alsjeblieft helpen zoeken?’ vroeg Amy. ‘Hij kan overal zijn.’ ‘Niet op de manege, want dan hadden wij hem wel gezien,’ zei Eefje. Amy keek zo ongelukkig dat we geen nee konden zeggen. Voor Madelief zou het te veel zijn, dus lieten we haar achter in het weiland. Omdat er gras stond, maakte ze daar geen bezwaar tegen. Over de zoektocht kan ik kort zijn: een uur lang liepen we over rulle zandpaden, tussen bomen door en dwars door prikkende braamstruiken. Sem was en bleef onvindbaar. Toen het begon te regenen besloten we om het op te geven.

‘Hij is teruggekomen voor Madelief,’ zei Amy. ‘Als dat geen echte liefde is…’

Eenmaal terug bij het weiland hield het op met zachtjes regenen; het begon te plenzen. Madelief stond in de stal met Sem heel dicht tegen haar aan. Hij duwde zijn neus in haar manen en snoof. Ze roken vast nog naar zoute tranen. Waar Sem vandaan kwam, is ons een raadsel. En hoe hij binnen is gekomen ook. Het draad was nog heel en de stroom joeg er tikkend doorheen. Hij moet over het hek zijn gesprongen. Volgens Amy kan hij dat best. Sem was droog, wat betekent dat zo ongeveer de helft van onze zoektocht voor niks was geweest. Hij was al een hele tijd terug.

‘Hij is teruggekomen voor Madelief,’ zei Amy. ‘Als dat geen echte liefde is…’ Eefje was niet in de stemming voor liefdesverhalen. Zij zag alleen problemen. ‘Wat nu?’ vroeg ze. ‘Als we Madelief meenemen, komt Sem achter ons aan.’ De enige oplossing was om Sem in de stal op te sluiten. Hij mag alleen nog in de wei met Amy in de buurt. Het is niet leuk, maar Amy heeft alles geprobeerd en niks helpt. Sem heeft het aan zichzelf te danken. Afgelopen middag vond hij het vast niet erg. Het bleef gieten! Toen we terugkwamen in de manege droop het water van ons af. We zetten Madelief op de wasplaats en droogden haar zo goed mogelijk af met behulp van een zweetmes, bossen stro en handdoeken.

‘Toen ik eindelijk binnen was, was ik moe, chagrijnig en kletsnat’

Over de slager hadden we het niet meer. Maar ik weet zeker dat Eefje er net zo vaak aan moest denken als ik. In de binnenbak was een les bezig en in de kantine zaten een paar ouders te kijken. Verder was het uitgestorven. We vertrokken op tijd naar huis, normaal gezien tenminste. De terugweg duurde twee keer zo lang vanwege de harde tegenwind. Die blies de regen in mijn ogen en ik zag bijna niks. Vijf minuten te laat zette ik mijn fiets in de schuur. Niet veel, maar toch echt te laat. Jij had het vast begrepen, hè papa? Mama niet. Toen ik eindelijk binnen was, was ik moe, chagrijnig en kletsnat. Mijn humeur werd nog slechter toen ik Goof en Thijs betrapte met mijn laptop. Met slecht weer gamen ze vaak, maar daar waren ze niet mee bezig. Ze probeerden dit verslag te hacken! Ze hadden beter moeten weten: ik ben veel slimmer dan die twee snertjochies. Ze waren nieuwsgierig omdat ik het bestand had verborgen. Daarom konden ze niet geloven dat het echt over paarden gaat. Voor hun bestwil doen ze dat vanaf nu wel!

En toen kwam mama binnen. Een uitgebreid verslag van de ruzie die volgde, zal ik je besparen, papa. Ze had een paar verwijten die nergens op sloegen: 1. Ik was ‘zomaar’ weg. Hé, ik had een briefje neergelegd! 2. Ik was wéér te laat thuis. Ze moest blij zijn dat ik veilig thuiskwam met dit noodweer! 3. Ik maakte ruzie met de jongens. Wat deze keer echt hun schuld was!

Ik kreeg hulp uit onverwachte hoek: Vince nam het voor me op. Hij gaf Goof en Thijs een preek over privacy. Dat hadden ze driedubbeldik verdiend. Terwijl zij opgevoed werden, nam ik een warme douche. Aan tafel bood Goof zijn excuses aan. Of hij het meende of dat hij was gedwongen weet ik niet. Het hielp, al ben ik nog steeds lichtelijk kwaad. Om de ellende compleet te maken aten we spinazie. Die groene smurrie lust ik alleen geprakt met gekookt ei en veel mayonaise. Maar de mayo was natuurlijk op.

‘Gisteren zou ik nog blij zijn geweest als ze thuis moest blijven. Dan had ik Madelief lekker voor mezelf gehad. Nu zou ik het vreselijk vinden.’

Eenmaal boven op mijn kamer zag ik een berichtje van Eefje op mijn telefoon. Ze moet een verslag schrijven en het moet goed zijn, anders mag ze morgen niet naar de manege. Haar moeder controleert het morgenochtend voor ze naar school gaat en ze krijgt de zinnen niet opgeschreven. Tenminste niet zo dat iemand anders ze snapt. Gisteren zou ik nog blij zijn geweest als ze thuis moest blijven. Dan had ik Madelief lekker voor mezelf gehad. Nu zou ik het vreselijk vinden. Ik heb geen idee hoe ik zonder haar Madelief kan helpen. Ik heb haar nodig! Madelief heeft haar nodig! Daarom gaf ik haar mijn mailadres. Ze stuurde me haar opdracht en wat ze tot nu toe had bedacht. Ik heb het gemaakt volgens haar instructies: korte zinnen, geen moeilijke woorden en een paar opzettelijke spelfouten. Die heb ik overgenomen uit haar eigen tekst, want ze verzinnen lukte me niet. Ik ben geconditioneerd om géén fouten te maken. Het was niet moeilijk: binnen een half uur had ik het af. Voor haar was het uren werk geweest. Wat ben ik blij dat ik niet dyslectisch ben!

Nu lig ik in bed met mijn laptop. Mijn eigen huiswerk is ook klaar, het was niet veel. Morgen heb ik een proefwerk wiskunde, maar daar kan ik niet veel voor leren. Vandaag heb ik je echt gemist, papa. Zou je me hebben getroost? Had je een oplossing voor Madelief? Gewoon met je praten was al fijn geweest. Vince heeft het voor me opgenomen, maar ik wil jou! Waar ben je?

 

 

Het boek Project Paard – Red Madelief van Nicolle Christiaanse verschijnt in tien afleveringen op deze site. De grappige tekeningen zijn gemaakt door Marja Meijer. De volgende aflevering staat 27 oktober 2017 online. Kun je niet wachten bestel het boek dan via onze webshop.

Lees hier alle afleveringen!

 

 

 

 

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant