-

Project Paard. Red Madelief! Aflevering 4

Elke keer als het magazine Bit verschijnt, komt er ook een nieuwe aflevering online van het boek Project Paard. Red Madelief! In totaal zijn er tien afleveringen. Kun je niet wachten, dan kun je het boek ook bestellen in onze webshop. Vandaag aflevering 4!

Angel en Eefje mogen op de manege samen voor de kreupele Madelief zorgen. Ze zijn allebei dol op de superhaflinger, maar absoluut niet op elkaar. Nu hebben Angel en Eefje afgesproken op woensdagmiddag.

Woensdag

Mama is juf van groep drie op een basisschool, daarom is ze op woensdagmiddag vrij. Vanwege Goof komt dat goed uit; zo is ze niet afhankelijk van Vince of de buurvrouw. Thijs’ moeder werkt thuis en Goof is altijd welkom bij de buren. Mama is daar blij mee, maar ze wil er niet te vaak gebruik van maken. Ze doet het liefst alles zelf, zeker als het om Goof en mij gaat. Ik denk dat Vince daarom niet bij ons woont.

Toen jij mama ontmoette, zat ze nog op de pabo, papa. Ze heeft haar examens gemaakt terwijl ze zwanger was. Voor ze aan haar eerste baan begon, is ze een jaar thuisgebleven, bij mij. Sindsdien staat ze voor de klas. Eerst parttime, tegenwoordig fulltime. Ik ging naar de kinderopvang, voor mij kwam er geen oppas aan huis. Ze was — en is — er zelf zo vaak mogelijk. Vanmiddag was mijn broertje naar een verjaardagsfeestje en had mama alle tijd voor mij. Ze zat op me te wachten toen ik uit school kwam. De tafel was gedekt met een mand vol lekkere broodjes en een pot thee.

Mijn plan om een rijbroek aan te trekken en meteen naar de manege te gaan, ging in rook op. Mama was klaar voor een gezellige, uitgebreide lunch. Waarom heeft ze niet eerst gevraagd of het me uitkwam? Omdat ze me wilde verrassen? Hallo! Ik ben al dertien, ik heb een eigen leven. Ik weet het, het was lief bedoeld. Daarom heb ik niet moeilijk gedaan. Zonder tijd te verliezen met discussiëren ben ik aangeschoven. Aardig zijn en flink dooreten leek me de beste aanpak. In recordtempo werkte ik twee broodjes naar binnen. ‘Heb je haast?’ vroeg mama. ‘Eh…’ zei ik met volle mond, ‘… honger. We hadden gym en dat was hard werken.’

”Op woensdag is het druk met manegelessen’

Dat was het echt. Ik gaf geen antwoord op de vraag, maar ik heb niet gelogen. Ze schoof meteen nog een broodje naar me toe. Een met maanzaad, want die vind ik het lekkerst. Zoals ik al zei: ze is echt lief. Was één avond en nacht te kort om daarachter te komen? Je weet niet wat je mist, papa. Mama vertelde over school en iets grappigs over Goof. Ik luisterde half en dacht tegelijkertijd aan Madelief. Stond ze nog in de stal te wachten of was Eefje er al? Of iemand anders? Op woensdag is het druk met manegelessen. Madelief is erg geliefd en vandaag krijgt ze vast veel aandacht. Ik heb geoefend om op tijd te knikken, met mijn hoofd te schudden of te glimlachen zonder echt te weten waar het gesprek over gaat. Het werkt bijna altijd.

Na een kwartier aan tafel te hebben gezeten, begon ik een beetje moedeloos te worden. Hoe kwam ik hier weg zonder mama over de rooie te helpen? Ik werd gered door de telefoon. Mama heeft een ringtone met klassieke muziek, dus zal ik me nooit vergissen en denken dat de mijne gaat. Ze keek wie er belde. Ik zag het aan haar gezicht: ze wilde dolgraag opnemen. ‘Doe maar,’ zei ik liefjes. ‘Dat is Tirza,’ zei ze. ‘Die blijft uren kletsen.’

Tante Tirza is mama’s twee jaar oudere zus. Ze is fotografe en heeft al drie keer de hele wereld rondgereisd. Zodra ze terug is van een reportage belt ze mama om te vertellen hoe het was. ‘Fijn, toch?’ zei ik. ‘Je klaagde laatst nog dat je al zo lang niks van haar had gehoord.’ Intussen dacht ik: neem op, dadelijk springt-ie op de voicemail.
Mama kon de verleiding niet weerstaan om bij te kletsen met haar zus. Ze nam op! Ik propte het maanzaadbroodje in mijn mond en dronk snel mijn theebeker leeg. Daarna stond ik op, gaf mama een kus op haar wang en verdween naar boven om me om te kleden.

‘Tot we bij Madeliefs stal waren, want die was leeg!’

Dank je wel, tante Tirza. Dankzij jou zette ik om twee uur mijn fiets in de stalling van de manege. Wie weet hoe laat het anders was geworden. Tegenvaller: Eefje was er ook. Haar moeder was tennissen en kon pas ’s avonds haar huiswerk checken. Hoe dan ook, Madelief delen is beter dan uren lunchen. Ik had het aardig zijn en glimlachen niet lang meer vol kunnen houden. Met Eefje is het tenminste duidelijk: we hebben een hekel aan elkaar en hoeven niet te doen alsof het niet zo is. Dat was niet aan ons te zien. We liepen samen naar de stallen; wie ons zag, zou zomaar kunnen denken dat we vriendinnen waren. We waren wel erg stil. Tot we bij Madeliefs stal waren, want die was leeg! ‘Zou Cas haar hebben weggebracht?’ vroeg Eefje. ‘Waarheen?’ wilde ik weten. Het ergste leek me naar de dierenkliniek. Eefje dacht aan iets veel ergers. Ze fluisterde: ‘Naar de slager?’

‘Natuurlijk niet! Hoe kom je daar nou bij?’ snauwde ik. ‘Zoiets doet Cas niet!’ Eefje keek verdrietig naar de lege stal. Ik wilde het niet horen! Waarom meteen het ergste denken? Een positieve instelling brengt je verder, zegt mama altijd. Dit was een goed moment om het te proberen. ‘Ze kan ook beter zijn en meelopen in de les,’ zei ik. Eefje keek meteen vrolijker. We gingen naar de binnenbak, waar de les van half drie aan het verzamelen was. Madelief was er niet bij. Waren er nog meer positieve opties? Ik dacht erover na, maar Eefje geloofde er al niet meer in. De les begon bijna en Nina stond met Spido op de middenlijn. Ze was aan het aansingelen. ‘Hoi, Nina,’ groette ik. ‘Afgelopen maandag heb ik op Spido gereden. Hij is echt leuk.’ ‘Ja, hè?’ Nina klopte Spido op zijn hals.

Ik kon goed zien hoe dol ze op hem is. ‘Je hoeft niet bang te zijn,’ zei ik snel. ‘Ik pik hem niet in, hoor.’ Hard genoeg voor Eefje om het te horen. Of ze het zich aantrok, weet ik niet, want ik zag alleen haar rug. Nina is niet bang voor mij. Ze is naar de woensdag geswitcht omdat ze het liefst buiten rijdt. De woensdagmiddaggroepen gaan het bos in zodra het weer het toelaat. Op maandagavond is het daar alleen in de zomermaanden licht genoeg voor. Wat haar betreft kan ik elke les op Spido. Tot Madelief beter is, en daarna ook nog als Eefje Madelief krijgt. Want ook al rijdt Astrid lekker, Eefje geeft Madelief echt niet op. Zeker niet nadat ze elke dag voor haar heeft gezorgd. Vandaag moesten we haar nog wel even vinden…

‘Bij mij vloog hij drie keer in galop’

Op dat moment kwam Annelotte binnen met Magic. Ze zou de groep begeleiden, ook al is haar paard veel groter dan de pony’s. Voor ik Annelotte naar Madelief ging vragen, greep ik Spido vast. Het schimmeltje had er zin in; hij kon niet stil blijven staan. ‘Hij rijdt heerlijk buiten,’ zei Nina, terwijl ze snel opsteeg. ‘Gaat hij er niet vandoor?’ vroeg ik. ‘Bij mij vloog hij drie keer in galop.’ ‘Buiten niet.’ Nina deed haar rechtervoet in de beugel. ‘Daar loopt hij lekker vlot, zonder weg te rennen.’ Nina en Spido waren er klaar voor. Tijdens het wachten op de rest gingen ze stappen op de hoefslag. Spido wilde niet gewoon lopen; hij maakte allemaal rare dribbelpasjes. Het was bijna niet te geloven dat hij buiten op zijn plek in de rij bleef.

Annelotte was ook opgestegen. Magic stond in het midden van de bak en was al net zo ongeduldig als Spido. Eefje stond naast hen. Ze was alweer de snelste van ons tweeën.
Annelotte schudde haar hoofd. Ik hoorde haar zeggen: ‘Geen idee. Als Madelief niet in haar stal staat, weet ik het ook niet.’ Daar hadden we niks aan. We moesten op zoek naar Cas.

Cas was in de eigen paarden-gang. Hij praatte met Bente en gebaarde ons te wachten tot ze klaar waren. Niet echt een straf, want in de stal was Levi Blacky aan het poetsen. Hoewel, poetsen is misschien te veel gezegd: hij stond met een borstel in zijn hand naast Blacky. Toen hij ons zag, kwam hij naar de deur. ‘Dag, dames.’ Hij glimlachte en keek me een paar tellen recht aan. Lang genoeg voor mij om visioenen van romantische paardrij­­tochten bij maanlicht te krijgen. ‘Hoi,’ piepte ik. Eefje deed het beter. Ze bloosde, maar haar stem klonk normaal: ‘Hi, Levi.’ ‘Jullie zijn vaak op de manege,’ zei Levi. ‘Hebben jullie elke dag les? Geen wonder dat jullie zo goed rijden.’

Hij heeft maandag dus vanuit de kantine naar onze les gekeken. In de ogen van een beginner rijdt iedereen waarschijnlijk goed, want zo geweldig ging mijn eerste keer op Spido nou ook weer niet. Verder wist hij helemaal niks over mij; mijn naam niet en ook niet dat ik geen vriendin van Eefje ben. ‘We zijn hier voor Madelief,’ legde Eefje uit. De groene ogen met bruine spikkels waren op haar gericht. Ik moest iets doen! ‘Ze is kreupel en heeft extra aandacht nodig,’ zei ik en ik dacht: net als ik, maar dan van jou. ‘Wat aardig van jullie,’ glimlachte Levi.

Ik kreeg het er warm van. Cas was uitgekletst met Bente en onderbrak ons gesprek. ‘Zoeken jullie Madelief?’ ‘Ja,’ antwoordde Eefje. ‘Haar stal is leeg.’ Ik was nog bezig met verdrinken in Levi’s groene ogen. Zodra ik boven water was, zei ik: ‘We hoopten dat ze beter was en meeliep met de les, maar ze was ook niet in de bak.’

‘Klopt. Wacht even.’ Cas draaide zich naar Bente. ‘Is het zo goed dan?’ ‘Ja, prima.’ Bente klonk kortaf. Ze ging Blacky’s stal in en trok de borstel uit Levi’s hand. Met een scheef glimlachje naar ons haalde Levi zijn schouders op. Er dansten vlinders in mijn buik. ‘Het gaat niet beter met Madelief,’ zei Cas tegen ons. Mijn geluksgevoel verdween onmiddellijk. ‘Ze is toch niet naar…’ Eefje brak haar zin af. Mooi, want ik wilde niet dat ze het s-woord nog een keer uitsprak.

‘Ze is nergens heen,’ bromde Cas. Begreep hij waar Eefje aan dacht? In elk geval zei hij er niks over, maar legde hij uit hoe het wel zat: Madelief werd helemaal onrustig van alle kinderen op de gang. Van de meeste kreeg ze wel een aai of iets lekkers, maar niemand kwam haar halen voor de les. Daar was ze het niet mee eens. Ze stampte en liep rondjes, wat natuurlijk slecht was voor haar zere benen. Daarom had Cas haar naar buiten gebracht en in de longeerbak gezet. Voor de gezelligheid had hij Sjonnie erbij gezet.

‘Een jong vosje, een grappige E-pony met slingerbenen en lange hippie-manen’

‘Sjonnie?’ vroeg ik. ‘Is die nieuw ?’ wilde Eefje weten. Bente bemoeide zich ermee: ‘Sjonnie is geen manegepony, hij staat sinds een paar maanden in de stal naast Blacky.’ De stal waar ze naar wees, was leeg. Ineens wist ik wie ze bedoelde: een jong vosje, een grappige E-pony met slingerbenen en lange hippie-manen. Bente zei: ‘Janine, zijn eigenaresse, is op vakantie en ik zorg een weekje voor hem. Sjonnie heeft een wondje precies waar de singel ligt, dus hij wordt op het moment ook niet bereden. Het leek Cas fijn voor hem om een tijdje met Madelief buiten te staan.’

Daar hadden ze het dus over daarnet. Wedden dat Cas niet had gevraagd of hij Sjonnie erbij kon zetten? Bente hoefde zich niet ongerust te maken: Madelief is zo lief, die kun je bij elk paard zetten. Ik zei het niet hardop, want met zulke dingen kan ik me beter niet bemoeien. ‘Kunnen we Madelief wel verzorgen dan?’ vroeg Eefje. ‘Of moeten we wachten?’ ‘Nou…’ Bente grijnsde. ‘Wat vinden jullie ervan om ze allebei te poetsen?’ Prima idee, natuurlijk! Bente gaf ons Sjonnies poetskist. Op het label stond Sonate en ik vroeg me af of het wel de goede kist was.

Dat was het wel. Sjonnies officiële naam is Sonate, al noemt niemand hem ooit zo. ‘Niet van het terrein af gaan vandaag,’ waarschuwde Cas. ‘Het pad naar het bos wordt gebruikt voor de lessen. Zo’n groep ponymaatjes zou Madelief weer van streek kunnen maken.’ Een goede reden om daar weg te blijven!

We pakten Madeliefs poetsspullen uit de zadelkamer. Elke manegepony heeft een emmertje met eigen borstels. Er zat niet zo veel in als in Sjonnies poetskist. Logisch, want eigen pony’s hebben vaak veel meer en mooiere spullen. We zetten alles klaar op de binnenplaats, in het zonnetje. Aan de muur van de binnenbak zitten ringen om de pony’s aan vast te zetten. Met mooi weer is het de ideale plek voor een uitgebreide verwenbeurt.

Daarna gingen we naar de longeerbak. Sjonnie liep weg, maar Madelief kwam meteen naar het hek. Het hielp dat ik een wortel in mijn hand had. Vlug klikte ik het halstertouw vast. Ik kan best snel zijn als ik wil. Sjonnie hoefde geen wortel, maar hij wilde ook niet alleen achterblijven. Madelief was nog niet helemaal uit de bak toen hij al kwam aanrennen. Zijn benen flapperden opzij in draf, wat erg schattig was.

Eefje klikte hem vast. Daarna liep hij braaf mee; hij leek me netjes opgevoed. Omdat we allebei het liefst Madelief poetsten, bedachten we een wisseltruc. Na het gebruik van elke borstel wisselden we niet alleen van borstel maar ook van pony.

Eefje roskamde Sjonnie en ik Madelief. Daarna gebruikte Eefje de harde borstel bij Madelief en ik bij Sjonnie. Sjonnie had moeite met stilstaan, verder was hij erg lief. Wat zou ik blij zijn met zo’n eigen pony! Jammer genoeg trapt mama daar niet in. Niet alleen vanwege de kosten, ook omdat ze niet inziet hoe leuk pony’s zijn. Alhoewel Sjonnie met zijn lange manen en prachtige Bambi-ogen best bij haar in de smaak zou vallen… Vanaf een veilige afstand van zo’n metertje of vijf. Eefje kletste de oren van mijn kop. Ze heeft, hou je vast, vier oudere broers!
Ze is een nakomertje; die broers zijn negentien, eenentwintig, en een tweeling van vijfentwintig.

Eén broertje is goed te doen, vier lijken me echt te veel van het goede. Weet je wat me wel leuk lijkt? Een zusje erbij. Loopt er ergens een halfzusje van me rond, papa? Of meerdere? Alles kan, echt jammer dat ik het nooit zal weten. Volgens Eefje zijn er meer voor- dan nadelen aan haar broers. Zo heeft Niek, de broer van eenentwintig, haar zijn oude smartphone gegeven, omdat haar ouders het nut van zo’n ding niet inzagen. Een simpel mobieltje leek hun goed genoeg. Hopeloos ouderwets, hè? Alsof je tegenwoordig zonder mobiel internet kunt.

Het boek Project Paard – Red Madelief van Nicolle Christiaanse verschijnt in tien afleveringen op deze site. De grappige tekeningen zijn gemaakt door Marja Meijer. De volgende aflevering staat 22 september 2017 online. Kun je niet wachten bestel het boek dan via onze webshop.

Lees hier alle afleveringen!

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant