-

Project Paard. Red Madelief! Aflevering 3

Marja Meijer

Elke keer als het magazine Bit verschijnt, komt er ook een nieuwe aflevering online van het boek Project Paard. Red Madelief! In totaal zijn er tien afleveringen. Kun je niet wachten, dan kun je het boek ook bestellen in onze webshop. Vandaag aflevering 3!

Angels lievelingspony is Madelief. Zij is de liefste en mooiste haflinger ooit. Maar Madelief  is kreupel. Ze mag niet meerijden in de les. Angel vindt het zielig als de pony altijd in haar box moet blijven, daarom heeft ze gevraagd of ze met Madelief mag wandelen. Dat mag… maar dan moet Angel dat wel samen met Eefje doen.

Dinsdag

Mijn afspraak met Eefje kwam toch van pas. Mama vond het onzin dat ik weer naar de manege wilde. ‘Voor Madelief zorgen is geen goede reden,’ beweerde ze. ‘De paarden verzorgen kunnen ze bij de manege zelf wel.’ Ik zei het al: ze snapt niks van paarden, daar kan ze ook niks aan doen.

Wat zou jij hebben gezegd, papa? Ik hoop: ‘Heel goed, Angel. Een kreupel paard heeft veel liefde en aandacht nodig. Het is fijn dat je meer wilt doen dan alleen rijden.’ Mama ziet me liever spelen op het grasveldje tegenover ons huis, samen met Goof en Thijs. Daar kan ze ons in de gaten houden.

Thijs is onze buurjongen en Goofs beste vriend. Ze zijn even oud, zitten in dezelfde klas en doen bijna alles samen. Met goed weer voetballen ze op het veldje, met slecht weer gaan ze meestal gamen. Toen ik acht was, speelde ik ook op het veldje, nu liggen mijn interesses echt ergens anders. Mama weet dat wel, maar ze hoopt tegen beter weten in dat ik klein blijf.

Zwaar teleurgesteld drong ik aan: ‘Mama, ik heb afgesproken met Eefje.’ Het hielp! Dankzij Eefje mocht ik wel. Mama hamert er altijd op dat je vriendinnen nooit in de steek mag laten. Weet zij veel dat Eefje mijn vriendin niet is.

‘Mag ze wel lopen met haar zere benen?’



Eefjes moeder vond het blijkbaar ook goed, want om vier uur trof ik Eefje bij Madeliefs stal. Madelief was superblij om ons te zien. Ze stond al de hele dag te niksen en verveelde zich te pletter. ‘Wat gaan we doen?’ vroeg Eefje. Daar had ik al over nagedacht. ‘Eerst borstelen en daarna rustig stappen,’ antwoordde ik. ‘We kunnen met haar over de strook gras langs het pad naar het bos wandelen. Daar kan ze uitrusten en een beetje grazen.’ ‘Mag ze wel lopen met haar zere benen?’ vroeg Eefje.

Daar had ze een goed punt. We moesten toestemming vragen aan Cas. Wie weet, werd het wel erger van beweging. Omdat ik Eefje niet alleen bij Madelief wilde achterlaten, en zij mij ook niet, gingen we samen op zoek naar Cas. Madelief keek heel zielig toen we weer wegliepen.  ‘We zijn zo terug,’ beloofde ik. ‘Echt waar.’ Ze liet haar hoofd toch hangen. ‘Arme Madelief,’ zei Eefje. ‘Laten we opschieten.’ Daar was ik het mee eens.

‘Hij kan megagrote galopsprongen maken en supergoed springen’

Cas was er niet, Annelotte wel. Ze was in de longeerbak haar paard Magic aan het trainen. Magic is een bruine KWPN-er. Hij is pas zes jaar en Annelotte heeft hem zelf ingereden en opgeleid. In zijn stal ziet hij er heel gewoontjes uit, maar zodra hij begint te bewegen is hij ineens elegant en vurig. Hij kan megagrote galopsprongen maken en supergoed springen.

Magic begon ondeugend te bokken, terwijl Annelotte naar ons luisterde. ‘Een beetje beweging kan geen kwaad,’ zei Annelotte, ‘en met grazen doe je haar een groot plezier.’ Goed plan van mij, dus.

Annelotte richtte haar aandacht weer op Magic. Die had zich omgedraaid en zat in de knoop met de longeerlijn. In plaats van stil te staan zodat Annelotte hem kon bevrijden, sprong hij met vier benen in de lucht.

Ik wachtte even om te kijken of Annelotte hulp nodig had. Het was mooi om te zien hoe goed Magic haar vertrouwde. Ze kalmeerde hem, maakte hem los en al gauw liep hij weer keurig zijn rondjes.

Niet helemaal keurig, trouwens, af en toe gaf hij een bokje. Maar een jong paard mag dat, toch? Die twee hadden mij niet nodig.

Eefje had niet gewacht. Ik moest rennen om haar in te halen. Ze mocht niet beginnen zonder mij!

Madelief vond het heerlijk om te worden geborsteld. Eefje zei geen woord, dus kon ik al mijn aandacht aan Madelief schenken. Ze stond met haar ogen half gesloten te genieten.

Toegegeven, Eefje was lief voor haar. Ze hield de achterste hoeven bij het uitkrabben zo dicht mogelijk bij de grond en ondersteunde het been zo goed als ze kon. Madelief toonde geen pijn. Wat niks zegt, want ze is tenslotte een stoere haflinger. Na de poetsbeurt gingen we wandelen. Eefje hield het halstertouw vast; ze was gewoon te snel voor mij.

‘De manege heeft helemaal geen grond waarop de paarden vrij buiten kunnen lopen’

Zo kon ik wel goed zien hoe Madelief liep. Op het erf ging het nog wel, maar op het zandpad liep ze duidelijk slechter. Ze maakte korte pasjes, alsof ze haar hoeven steeds zo snel mogelijk weer wilde neerzetten. Het zandpad begint aan de rand van het manegeterrein en loopt tussen een aantal weilanden door naar het bos. Die weilanden horen niet bij de manege. De manege heeft helemaal geen grond waarop de paarden vrij buiten kunnen lopen.

De manegepaarden krijgen hun beweging tijdens de lessen of in de stapmolen, verder staan ze de hele dag op stal. De eigen paarden laten ze weleens los in de springweide, de longeerbak of de buitenbak.

Tijdens de wandeling hoorde ik Eefje uit over school. Ze zit op het vmbo, net als ik in de eerste klas. Het grote verschil is dat zij moeite heeft met leren. Ze is dyslectisch, waardoor ze langzaam leest en schrijft. Haar huiswerk kost haar veel tijd en daar heeft ze helemaal geen zin in. Snap ik! Haar moeder niet, die wil goede cijfers zien. Met een beetje geluk mag Eefje niet elke dag naar Madelief, omdat ze huiswerk moet maken. Het is niet aardig van mij, toch is het zo. Ik zei het al: ik ben geen engeltje!

We liepen langs het eerste weiland. Madelief begon te dribbelen en te snuiven vanwege de koeien die daarin stonden. Rust leek ons beter voor haar, dus liepen we door tot we tussen een paar lege weilanden waren.

‘Die werd toch onrustig van Madelief!’

Daar ging Madelief op haar gemakje staan eten. Haar hoeven zette ze heel voorzichtig neer en het leek of ze zo veel mogelijk naar voren leunde om haar achterbenen te ontlasten. Misschien was het niet zo, maar het voelde wel zo. Eefje dacht hetzelfde en wat ik ook van haar vind, ze is wel goed met paarden. Vooral met Madelief. In het laatste weiland, tegen de bosrand aan, stond een bonte tinker. Die werd toch onrustig van Madelief!

Hij galoppeerde heen en weer langs het hek. In de hoek remde hij op het laatste moment, draaide zich om en ging weer terug. Hij leek wel een volbloed arabier, zo snel was hij. Intussen hinnikte hij zo hard als een misthoorn.

Madelief trok zich niks van hem aan; ze vond het gras denk ik te lekker om zich af te laten leiden.

Een paar keer rende de tinker het houten stalletje in dat in zijn weiland stond. Na twee tellen kwam hij zo hard weer naar buiten gestormd dat ik bang was dat hij dwars door het draad zou gaan. Hij deed het niet, maar het scheelde niet veel.

Net toen ik dacht dat we beter konden gaan, kwam er een meisje uit het bos gefietst. Ze kende de tinker, want ze riep meteen: ‘Sem! Stel je niet zo aan!’

De tinker heet dus Sem, weet ik dat ook weer.

Sem draaide zich om naar haar, steigerde en knalde hard met een voorbeen tegen een weidepaal. Madelief stopte met grazen om te kijken wat er aan de hand was. Sem keek naar Madelief en hinnikte. Madelief gaf antwoord. De hinnik kwam diep uit haar buik en haar hele lijf schudde. Mijn oren deden er zeer van!

Het meisje stopte bij het hek. Uit haar fietstas haalde ze een zak lekkers. Het leken me boterhammen en wortelen, maar het was te ver weg om het goed te kunnen zien. Sem verdeelde zijn aandacht tussen Madelief en het meisje. Hij bleef onrustig en Madelief deed mee. Ze trok aan het touw en probeerde Eefje naar Sems weiland te trekken.

‘Na elk rondje stopte hij om naar Madelief te hinniken’

Eerder zag Madelief de tinker niet staan, maar ineens moest en zou ze naar hem toe. Ik greep het touw en samen waren we net in staat om haar tegen te houden. Het meisje liep met de zak naar de stal. Sem draafde om haar heen. Hij had genoeg ontzag voor haar om het lekkers niet af te pakken en bleef op een eerbiedige afstand. Na elk rondje stopte hij om naar Madelief te hinniken.

Gelukkig bleef Madelief beschaafd. Haar antwoorden bestonden uit lieve briesjes.

‘Het lijkt wel of ze verliefd zijn,’ vond Eefje. ‘Echt wel,’ zei ik. We wisten allebei niet zeker of het kon, maar ze gedroegen zich wel zo.

Ik hoorde het meisje tegen Sem praten, maar verstaan kon ik haar niet. Bij de stal maakte ze een halstertouw vast aan Sems halster. Toen ze hem een wortel gaf, kalmeerde hij eindelijk echt. Madelief snoof, daarna stak ze haar hoofd omlaag en at door alsof er niks was gebeurd.

Een kwartiertje later had het meisje Sem geborsteld en gezadeld en reed ze het bos in. De tinker zag er goed uit. We besloten terug te gaan. Ik leidde Madelief aan het touw, zodat Eefje kon zien hoe ze liep. Ze kwam tot dezelfde conclusie: Madelief loopt moeilijk, op een zachte ondergrond nog erger dan op een harde.

Zodra we bij de buitenbak kwamen, keek Eefje niet meer naar Madelief. Op het hek zat Levi.

Eefje begon zich meteen aan te stellen en ze bloosde nog ook. Levi glimlachte naar haar en zei: ‘Hoi, Eefje.’

Het zal niet waar zijn! Ze valt niet alleen op dezelfde paarden als ik, maar ook op dezelfde jongens. En ik sta mijlenver achter, want Levi kent mijn naam niet eens.

Levi keek naar Bente en haar paard Blacky. Blacky is alle aandacht waard: het is een prachtig zwart paard. Hij heeft een bles en vier witte sokken en — heel bijzonder — het bovenste stukje van zijn staart is ook wit.

Bente ken ik amper. Ze is veel ouder dan ik, een jaar of negentien. Bovendien staan de eigen paarden op een andere gang dan de manegepaarden. Daar kom ik bijna nooit, dus kom ik haar weinig tegen.

Levi kent haar wel goed. Bente is zijn nichtje, vertelde hij, en af en toe mag hij haar helpen met haar paard. Hij hoopt dat hij op Blacky mag rijden zodra hij genoeg lessen heeft gehad.

Bente was aan het dressuren en deed het goed ook. Eefje ging naast Levi staan en deed alsof ze naar Blacky keek. Of het echt zo was, weet ik niet. Ik stond achter hen met Madelief aan het halstertouw. Op de tweede rang…

‘Ze valt meer op tinkers, denk ik’

Madeliefs oortjes stonden naar voren. Zo te zien vond ze Blacky ook mooi. Toch reageerde ze lang niet zo heftig als eerder op Sem. Ze valt meer op tinkers, denk ik. Toen Levi zijn hand op Eefjes schouder legde, was ik er klaar mee. Ik trok Madelief mee, terug naar haar stal. Toekijken hoe Eefje Levi versierde, ging me echt te ver.

Madelief stond al hooi te eten toen Eefje kwam opdagen. Haar wangen waren nog rood en ze hijgde. ‘Waarom was je nou ineens weg?’ vroeg ze. Ja hallo, ik ging haar echt niet vertellen dat ik Levi ook leuk vind. ‘Madelief wilde niet meer,’ loog ik. Een leugentje om bestwil moet kunnen af en toe, toch?

‘Je had best even kunnen zeggen dat je doorliep,’ zei Eefje. Ik haalde mijn schouders op. Het was haar eigen schuld, moest ze Levi maar met rust laten. Ik zei het niet hardop, want ik wilde geen ruzie uitlokken. Koude  oorlog is genoeg, ik moet het nog dagen met haar uithouden.

In principe hebben we afgesproken voor morgenmiddag. Op mijn school doen ze hun best om de eersteklassers op woensdagmiddag vrij te roosteren. Ik ben al om één uur uit. Eefje ook, jammer genoeg. Ik zit morgen weer de hele middag met haar opgescheept. Tenzij haar moeder haar thuishoudt. Hoop doet leven, nietwaar?

Project Paard, Red Madelief

Het boek Project Paard – Red Madelief van Nicolle Christiaanse verschijnt in tien afleveringen op deze site. De grappige tekeningen zijn gemaakt door Marja Meijer. De volgende aflevering staat 27 mei 2017 online. Kun je niet wachten bestel het boek dan via onze webshop.

Lees hier alle afleveringen!

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!