170606059_ABFweb
170606059_ABFweb

Beter rijden door minder te denken

Training Mental Coaching Opvallend

Analyseren kan best goed voelen. De details van een probleem helemaal uit elkaar trekken geeft een gevoel van controle en als mens zijnde houden we van dat gevoel van controle. Ruiters houden er nog net iets meer van. Analyseren kan echter een donkere zijde hebben en sportpsycholoog April Clay legt uit waarom.

“Het moet iets te maken hebben met onze uitdagende sport en het feit dat onze teamgenoten (lees: het paard) het soms leuk vinden om wat van die controle over te nemen”, begint April haar verhaal. “Maar analyseren heeft ook een donkere kant. Het kan leiden tot het ‘teveel denken’-syndroom.”

Heel veel ruiters zijn in die val gelopen. Je begint met de beste bedoelingen, je probeert het zo erg, maar dan laten je arme, overbelastte hersenen je gewoon in de steek. Je stopt met rijden, je bevriest, slikt en probeert die glazige blik die je instructeur echt niet wil zien te verbergen. Waarom gebeurt dit? En wat kun je eraan doen? Wat is de juiste hoeveelheid van gedachten?

Wanneer denken goed is

Dingen doordenken is waardevol als je aan het leren bent. Weet je nog toen je voor het eerst van hand leerde veranderen op de diagonaal? Je instructeur moest je het stap voor stap uitleggen, inclusief het kijken naar de schouder van je paard. En nu doe je het nog: tijdens het leren van de travers heb je elke stap goed doordacht en voorgekauwd.

Denken en analyseren kan goed passen binnen een training. Je loopt de stappen na tot je bij de stap komt waar het mis ging en die pas je vervolgens aan. De linkerhelft van je hersenen helpt je met het uitpluizen, hij wordt soms ook wel de ‘analyseerder’ genoemd.

Wanneer denken niet goed is

Heel veel denken is niet zo goed voor je prestaties. Hoewel de linkerhelft van je hersenen helpt met analyseren, is het de rechterhelft die alles bij elkaar zet. Daarom wordt de rechterhelft soms de ‘integrator’ genoemd. Soms moet je dingen gewoon laten gebeuren. Prestaties hebben veel te doen met vertrouwen en je moet jezelf vertrouwen in je training en het gewoon laten gaan. Je rechterhersenhelft helpt je hierbij en zorgt ervoor dat je instincten en spiergeheugen weten wat ze moeten doen.

Niemand zal ooit weten welke deuntjes erin jouw hoofd afspelen, maar ze zien de lach op je gezicht en het vertrouwen in je rit.

Het is niet moeilijk om het verschil te merken. Probeer deze makkelijke oefening: de volgende keer dat je een fout maakt in je training maak je twee verschillende benaderingen. Stop eerst en analyseer je rit. Haal hem stukje bij beetje uit elkaar en loop door je correctie. Praat tegen jezelf, het mag zelfs overdreven. Verwissel de tweede keer het foute plaatje in je hoofd met het goede, zoals het eruit moet zien, en doe het dan zonder nadenken. Als je deze twee benaderingen vergelijkt zul je de kracht van de rechterhersenhelft merken. Hij zet het allemaal samen, zonder de afleidende innerlijke dialoog, die je rit onderbreekt of je afremt.

Teveel denken en zenuwen

Teveel denken gebeurt meestal als we zenuwachtig zijn. Dat is helaas een deel van het vlucht- of vechtsyndroom. Iets in je schreeuwt ‘gevaar!’ en je lichaam en geest reageren daar direct op. Het gevaar kan een grote hindernis zijn, een jurylid of je ouders die aan de kant staan te kijken. Je lichaam pompt meer bloed in je hoofdspieren voor het geval dat je een vijand moet bevechten. Het bloed gaat weg van je spijsverteringsstelsel, waardoor je dus die vlinders voelt. 

En je hersenen? De linkerhelft is veel te fanatiek en begint op je in te praten. Het zegt: ‘ik heb het geanalyseerd en het ziet er niet goed voor je uit... wat als dit gebeurt... en wat als dat gebeurt? Oh, je zit in grote problemen! Misschien moet je nu gewoon stoppen.’ En dat gaat zo maar door, je focust verplaatst zich ondertussen naar een donkere tunnel. Je kunt de vitale informatie die je nodig hebt voor een goede rit niet meer tot je nemen want al snel wordt dat stemmetje realiteit en sla je dicht. Dat heb je dus aan je linkerhersenhelft te danken.

Maar: don’t blame him. Je linkerhersenhelft doet echt zijn best en het is een harde werker, je moet hem gewoon de goede taken geven.

Vijf manieren om minder te denken en beter te rijden

  1. Leg je focus op fysieke sensaties. Leg je focus op het gevoel van je paard of de beweging van je lichaam. Hoe meer je je geest richt op wat je voelt, hoe rustiger je wordt in je hoofd. Je hersenen willen je foppen, ze zeggen je dat je moet luisteren en dat er vitale informatie is die je veilig houdt. Trap daar niet in. Je moet hier en nu zijn, met je paard. Er is geen snellere route dan door je zintuigen.
  2. Maak een plaatje. Wat voor ritje wil je bereiken? Is het een zachte dressuurrit? Dan kan het helpen te denken aan marshmallows, verenkussens of zachte wolken. Als je iets agressiever wilt rijden, denk dan aan een boze neushoorn, een trotse leeuw of Rambo. En als je stoer moet zijn helpt het wellicht te denken aan de leeuw van de Wizard of Oz.
  3. Speel een muziekje. Als er een soundtrack was die perfect paste bij jouw stemming tijdens een fijne rit, wat zou die dan zijn? Hoor wat je wilt horen in je hoofd, niemand hoort dat je stiekem keihard aan het meezingen bent met Waterloo.
  4. Ontwikkel een slagzin. Ken je Muhammad Ali’s bekende zin ‘float like a butterfly, sting like a bee’? Het hielp hem in de mood te komen voor een goed gevecht. Wat zou jouw zin kunnen zijn? Je moet dit niet verwarren met veel geklets van je linkerhersenhelft. Het is gewoon een klein zinnetje die veel emoties samenpakt.
  5. Creëer nieuwe gewoonten. Thuis is het vaak de gewoonte om te stoppen bij een fout en na te denken over waar het mis ging. Dit wordt al snel een gewoonte. Als je in de proef bent moet je echter snel handelen. Dat betekent dat je soms de verkeerde beslissing neemt. Maar op de langere termijn zal het je training wat sneller maken en je paard zal het fijn vinden dat je sneller knopen doorhakt.

Het grote verhaal is dat je weg moet van twijfel. Net zoals Nike zegt: doe het gewoon.

Bron: Horse Journals