Opening (Large)
Opening (Large)

Tineke Bartels geeft tips voor een blij paard

Nieuws

Toptrainer Tineke Bartels legt uit hoe zij haar paarden happy houdt en geeft tips voor management, gezondheid en training.



Managament


Welzijnsdeskundigen hebben uitgevonden dat voor paarden drie dingen heel belangrijk zijn: voldoende vrije beweging, sociaal contact en nagenoeg onbeperkt beschikking over ruwvoer om op te kauwen. Tineke Bartels is daar goed van doordrongen. “Bij ons komen alle paarden iedere dag buiten. Ook de toppers en ook bij slecht weer. Hoelang ze naar buiten gaan varieert. Minimaal anderhalf uur, liever langer. Het hangt ervan af wat we verder nog allemaal met de paarden doen op een dag. Ze komen allemaal meerdere keren per dag uit hun box. We hebben een aantal weilanden en paddocks. De paarden die zich wild gedragen gaan in de paddocks. Die zijn wat kleiner, waardoor ze minder vaart kunnen maken. We zetten de paarden niet bij elkaar, om het risico op blessures te verkleinen. Maar ze kunnen elkaar wel zien.”

[row][four]

Als het weer het toelaat, hebben de paarden geen deken op, want Tineke is voorstander van zon op hun lijf. Helaas zijn in de zomer vliegendekens onontbeerlijk. En als het weer slechter wordt, gaan de paarden met een regen- of winterdek op naar buiten. “Soms zien de paarden eruit als smeerpoetsen. Dat hoort erbij. Kwestie van goed borstelen. Of dat bijdraagt aan hun gevoel van welzijn weet ik niet. Sommige paarden vinden een poetsbeurt heerlijk, maar niet allemaal. Toch heeft een poetsbeurt een belangrijke functie. Niet alleen dat de paarden schoon worden, maar je controleert ondertussen ook iedere centimeter van hun lichaam op wondjes en bultjes.”

[/four][eight]

[panel]

Managementtips van Tineke



  • Laat je paard iedere dag in de wei lopen. Gedraagt hij zich wild, zet hem dan in paddock.

  • Na een blessure weer voor het eerst los in de wei? Rijd je paard eerst om de overtollige energie kwijt te raken.

  • Natte wei? Wees creatief. Misschien kun je met drainage of extra zand een droge hoek creëren.

  • Een stapmolen is niet echt een alternatief voor los in de wei of paddock, maar het is beter dan in de box houden.

  • Steekvliegen of slecht weer? Zet je paard niet op stal, maar doe hem een beschermende deken op.

  • Zoek een stal met grote boxen, liefst met tralies aan de zijkanten, zodat je paard zijn soortgenoten ziet en ruikt.

  • Voer het paard meerdere keren per dag ruwvoer zodat hij altijd wat te kauwen heeft. Het is nodig voor zijn spijsvertering en het voorkomt verveling. Wordt hij snel dik, dan kan een plakje stro of geweekt oud hooi ook.


[/panel]

[/eight][/row]

De stallen van Academy Bartels zijn in kuddevorm, zodat de paarden elkaar kunnen zien. De boxen zijn aan de zijkant voorzien van tralies, zodat de paarden daar doorheen aan elkaar kunnen snuffelen. Ter hoogte van de voerbakken zijn de zijkanten wel dicht, om voernijd tegen te gaan. De hengsten hebben alleen een luikje naar de stal van hun buurman, om te voorkomen dat ze elkaar uitdagen. De bovendeuren van alle stallen zijn open. Veel ruimte vindt Tineke belangrijk, vandaar dat de wedstrijdpaarden zelfs boxen van vier bij vijf meter hebben.

Ook wat ruwvoer betreft hebben de paarden bij Bartels het fijn. Er wordt veel hooi gevoerd en de paarden staan op stro, zodat ze daaraan kunnen knabbelen als ze meer kauwbehoefte hebben. “We hebben er ook wel eens eentje gehad die om een bepaalde reden niet op stro kon, die kreeg dan alleen een plakje stro om op te kauwen.” Paarden met een stofallergie krijgen bij Bartels speciaal stofvrij hooi, geen kuil.

[row][eight]

[panel]

Gezondheidstips van Tineke



  • Controleer je paard elke dag op wondjes, bultjes, zwellingen of warme plekken. Behandel zo nodig en neem gas terug als je iets vindt.

  • Bel bij twijfel altijd de dierenarts.

  • Is je paard geblesseerd en moet hij op rust? Vraag de dierenarts of je ermee mag stappen. Doe dat minstens twee keer per dag, liefst vaker.

  • Geef een geblesseerd paard veel aandacht. Zorg dat hij op een plek staat waar hij veel kan zien.

  • Laat de hoefsmid ongeveer eens per zes weken komen en de gebitsverzorger minimaal eens per jaar.

  • Een erkend fysiotherapeut kan de lenigheid van je paard verbeteren.

  • Ontworm op tijd.


[/panel]

[/eight][four]

Gezondheid


Tineke Bartels kan zien of een paard goed in zijn vel zit. “Als je bijna je hele leven tussen de paarden loopt, merk je het meteen. Een gezond paard heeft van die fonkelende ogen en reageert op jou en op de omgeving. Je ziet het ook aan de vacht, die is glad en glanzend. Tijdens het rijden voel je het als ervaren ruiter meteen als iets anders is dan normaal. Hoewel dat niet altijd betekent dat er iets mis is. Je hebt zelf ook wel eens een dag dat je lijf niet zo lekker voelt. Als je een ondeugend paard hard hebt laten werken en hij is de dag erna braaf, wil dat niet meteen zeggen dat hij ziek is.”

[/four][/row]

Net als de mens heeft een paard ook wel eens zijn dag niet. Wanneer wordt de dierenarts gewaarschuwd? “Bij twijfel moet je altijd bellen, hoewel je natuurlijk ook weer niet voor iedere zucht de telefoon hoeft te grijpen. Als je het niet zeker weet, kun je beter even overleggen met iemand die verstand van zaken heeft. En liever onnodig gebeld dan te laat.”

Bij topsportstallen is het normaal dat de dierenarts regelmatig langskomt voor een preventieve check. Dat voert misschien wat ver voor de gemiddelde paardenhouder. Maar het is natuurlijk wel belangrijk dat de vacci- naties in orde zijn, de hoefsmid ongeveer eens per zes weken komt en je paard minstens één keer per jaar door een gebitsverzorger wordt gecontroleerd. Bij Bartels komt met enige regelmaat een fysiotherapeut langs. “Wat ik wil bereiken aan lenigheid met mijn trainingen, wil hij ook. Dus dat kan elkaar versterken.”

Wegens een blessure kan het soms nodig zijn dat een paard op stal blijft. Of toch niet? “Ik ben geen voorstander van boxrust. Als het enigszins kan laten wij paarden dan aan de hand stappen of grazen. Dat hebben we bijvoorbeeld ook met Sunrise gedaan tijdens haar blessure. Zijn paarden te ongecontroleerd om te wandelen, dan kun je er vaak nog beter op gaan zitten. Je kunt in stap allerlei oefeningen doen die niet zo belastend zijn en de paarden toch afleiding bieden. Bijvoorbeeld de hals inbuigen of harder en zachter stappen.” Het is belang-rijk dat geblesseerde paarden veel aandacht krijgen. “Laat ze niet verpieteren in een hoekje. Wij hebben een gezellige stal waar altijd veel voor ze is te zien. Als ze echt niet mogen bewegen, haal ze dan alleen uit de box voor een flinke poetsbeurt. Zijn ze er toch even uit.”

Training


Veel paarden vinden het leuk om te werken, maar om een niveau hoger te gaan moet je soms naar de grenzen van hun kunnen. Zolang je dat op een correcte manier doet, zonder harde of onduidelijke hulpen, gaat dat niet ten koste van het plezier. Tineke waarschuwt dat je vooral met jonge paarden niet te veel moet doen. “In de beginjaren werken wij vooral aan gehoorzaamheid en de communicatie. Pas als ze een jaar of zes zijn, begint bij ons de echte arbeid en gaan we een paard meer verzamelen. Dan kom je soms wel even iets tegen dat niet helemaal lekker gaat. Daar moet je doorheen kneden. Deskundige hulp is belangrijk, om te voorkomen dat je een paard overvraagt. Heb je die niet direct bij de hand, ga er dan vanuit dat je de dag na een zware training een lichtere doet, om je paard tijd te geven om te herstellen. Probeer je steeds in te denken hoe je jezelf zou voelen als je bijvoorbeeld naar de sportschool bent geweest en handel daarnaar.”

[row][four]

Forceren en hardhandigheid zorgt ervoor dat een paard een hekel krijgt aan rijden. Je be- reikt er dus niets mee. Maar dat geldt volgens Tineke net zo goed voor het constant herhalen van hulpen. “Daar stompt een paard volledig op af. Het is voor hem zelf ook leuker als hij op een minimum aan hulpen meteen reageert. Werken aan de gehoorzaamheid is dus om meerdere redenen goed. En dat begint al aan de hand.”

[/four][eight]

[panel]

Trainingstips van Tineke



  • Doe de dag na een zware training een rustige sessie.

  • Wees duidelijk: geef één (lichte) hulp en zorg dat je reactie krijgt.

  • Ruwe of constant herhaalde hulpen zorgen ervoor dat een paard een hekel krijgt aan het rijden.

  • Lukt iets niet? Forceer niets en ga niet zelf prutsen. Vraag een deskundige trai- ner om hulp.

  • Stap je paard buiten uit als je in de bin- nenbak hebt gereden.

  • Zorg voor veel afwisseling. Oefen met balkjes, maak een sprongetje of een buitenrit.

  • Gaat het op een wedstrijd niet naar wens? Word niet boos, maar train thuis verder.


[/panel]

[/eight][four]

 

Van dag in dag uit dezelfde oefeningen in dezelfde bak wordt geen enkel paard blij. Bij Bartels worden iedere zaterdag alle paar- den zeker een uur buiten gereden, in het bos of op de renbaan. En als het mogelijk is komen ze tussendoor ook buiten onder het zadel, bijvoorbeeld voor het uitstappen na de training. “Springen kan ook voor dressuurpaarden een goede afwisseling zijn. Je hoeft niet gelijk over 1,50 meter, cavaletti zijn ook al leuk. En het heeft nut, want je leert je paard nog beter kennen en controle- ren. Veel ruiters zijn bang, maar door veel verschillende dingen met je paard te doen kan dat verbeteren. Wij proberen ook ge- woon door te rijden als hier tenten worden opgezet voor een evenement. Dat is een prachtige oefening.”

De meeste paarden vinden wedstrijden leuk, omdat ze daar veel soortgenoten tegenkomen. Bovendien is het baasje de hele dag met ze bezig en het is anders dan anders. Reageer je gefrustreerd door de spanning, dan bestaat het risico dat je paard witte hekjes gaat associëren met iets onaangenaams. Tineke: “Reageer nooit af op je paard. Gaat het niet naar wens, oefen dan thuis verder.”

Tweede foto (Large)
blij paard extra foto (Large)