Gestuet Graditz, Pferde stehen auf der Weide unter einer Linde
Gestuet Graditz, Pferde stehen auf der Weide unter einer Linde

Het afweersysteem van je paard

Nieuws

Als ziektekiemen een lichaam binnendringen, wordt groot alarm geslagen. Afweercellen worden geactiveerd om het gevaar te neutraliseren. We spreken van weerstand of immuniteit. Marco de Bruijn, specialist inwendige ziekten van het paard, legt het nog veel beter uit: “Je moet het zien als een leger.”


Het afweersysteem van een paard is erg interessant, vindt Marco de Bruijn. “Ik kan er wel dagen over praten. Het voornaamste onderdeel ervan zijn de witte bloedcellen, waarin we vijf hoofdgroepen onderscheiden. De ene soort coördineert vooral, de andere valt verkeerde cellen aan, weer een andere maakt antistoffen, de vierde is een ‘eerstelijns soldaat’ die de eerste klappen opvangt en je hebt heel gespecialiseerde exemplaren. Het is eigenlijk een compleet leger, met alle bijbehorende rangen en standen en zelfs een landmacht, een luchtmacht en een marine. Er zijn soldaten, officieren en verschillende soorten wapens met verschillende soorten munitie.” De Bruijn legt uit dat het afweersysteem van een paard niet wezenlijk verschilt van dat van ons. “Het is bij alle zoogdieren ongeveer hetzelfde. Het enige verschil is: hoe dichter bij de natuur, hoe degelijker het leger. Door selectief te fokken, verlies je diversiteit in het DNA. Om in de metafoor te blijven: je raakt bepaalde onderdelen van het leger kwijt. Kijk, je uitgangspositie is een paard uit de natuur, met alle onderdelen van zijn afweerleger intact. Bij selectie gaat niet alles mee, er wordt bezuinigd. Er gaat een kazerne dicht, er gaat een luchtmachtbasis dicht. Dus de afweer is minder sterk. Het paard is bevattelijker of het proces van een ziekte duurt langer.”

Lymfeknopen


De belangrijkste kweekvijver van witte bloedcellen is het beenmerg. Dat zit in de lange beenderen en wervels van de ruggengraat. Het bevat veel stamcellen, die de aanmaak van de ‘soldaten en officieren’ verzorgen. “Daarnaast heeft een lichaam een aantal ‘kazernes’, dat zijn de lymfeknopen”, legt De Bruijn uit. “Via het bloed en de lymfebanen is er uitwisseling tussen het beenmerg en die lymfeknopen.”

Als ergens schade optreedt in een lichaam, er ontstaat bijvoorbeeld een wond, dan komen ‘boodschappers’ in actie. “Aan de binnenkant van de bloedvaten zitten cellen die zulke boodschappers kunnen produceren. Daardoor worden witte bloedcellen en bloedplaatjes aangetrokken. Witte bloedcellen ruimen gevaarlijke indringers op die via de wond het lichaam in komen. Bloedplaatjes stollen de bloeding.” De Bruijn vindt een virusinfectie een nog mooier voorbeeld. “Stel, een paard loopt griep op. Het slijmvlies wordt geïnfecteerd. De cellen daarin verwerken het virus, waardoor onderdelen ervan aan de buitenkant van de cellen terug te vinden zijn. Daardoor worden ze herkend door T-lymfocyten, dat is één groep van witte bloedcellen. De geïnfecteerde cellen worden massaal aangevallen, kapot gemaakt en opgeruimd door de lymfocyten. Je hebt daarnaast ook B-lymfocyten. De T-cel presenteert de informatie over het virus na het verwerken aan de B-cel, zodat die specifieke antistoffen maakt op basis van die informatie. Antistoffen zorgen ervoor dat er bij een volgende infectie met hetzelfde virus meteen de juiste munitie klaarstaat voor de tegenaanval. Het produceren van antistoffen na een eerste infectie duurt immers een aantal weken. Er gaat tijd overheen, voordat de fabriek de munitie heeft gemaakt waarvoor opdracht is gegeven. Twee weken op zijn minst. Om de boel sneller te kunnen mobiliseren is een tweede infectie nodig. Dat bootsen we na met een boostervaccinatie. Als de informatie er al ligt, kan er snel worden geproduceerd. Consequentie is dat als er sprake is van een nieuw virus, waarmee een paard nog niet eerder in aanraking is gekomen. Hij wordt dus wel hij even flink ziek, voordat de afweer goed op gang komt. Droes is zo’n voorbeeld. Heeft het paard deze ziekte al eens gehad, dan zijn er witte bloedcellen die gespecialiseerd zijn in het kapot maken van die bacterie en is er een arsenaal aan antistoffen die hij zo kan inzetten. De blauwdruk ligt er dan al, er hoeft geen prototype meer te worden gemaakt. Er is nog steeds sprake van infectie, maar die wordt zo snel bestreden dat je als eigenaar soms niet eens iets in de gaten hebt.”

Kindsoldaten


Ieder zoogdier komt ter wereld met alle ingrediënten voor een afweersysteem, maar het leger wordt pas na de geboorte verder opgebouwd. Hoe goed dat gebeurt is genetisch bepaald. In je DNA zit de informatie om antistoffen te maken. Voor de techneuten: het ligt op je MHC complex. De Bruijn: “Bij zoogdieren waarbij er in de baarmoeder veel bloeduitwisseling tussen moeder en foetus is, wordt al een deel van de afweer geïnstalleerd. Dat is bijvoorbeeld bij mensen zo en daarom kunnen baby’s ook goed opgroeien met flessenmelk. Bij een paard is die uitwisseling gering. Een veulen wordt geboren met een nauwelijks ontwikkeld immuniteitssysteem en krijgt dan via de biest, de eerste moedermelk, de eerste afweerstoffen binnen. Die moeten via de darm worden opgenomen en dat kan alleen de eerste vierentwintig uur. Dat is een ontzettend belangrijke periode. Anders heeft hij alleen een legertje ongetrainde kindsoldaten, waar de eerste de beste bacterie zo overheen kan.”

Na de eerste opbouw via de biest is het zaak dat het afweersysteem geprikkeld wordt. Dat kost tijd. Als een veulen in aanraking komt met ziektekiemen vóór de immuniteit genoeg is opgebouwd, wordt hij erg ziek. “Tegen de tijd dat het leger dan iets gaat proberen, heeft het veulen vaak te lang niet kunnen eten of drinken of bijkomende infecties opgelopen, waardoor het fout afloopt. Daarom ben ik er voorstander van om veulens die naar de opfok gaan te vaccineren tegen droes. Dat werkt tijdelijk, maar dan krijgen ze het niet voordat hun afweer enigszins is opgebouwd.”

Afweer op hol


Waar houdt het afweersysteem zich precies op, welke organen spelen daar een rol in? De Bruijn legt uit dat de productie van ‘soldaten’ in het beenmerg gebeurt, maar dat het lymfestelsel en de lymfeknopen in het lichaam de plek is waar de antigenen oftewel onderdelen van virussen en bacteriën worden verwerkt. Daar vindt de herkenning plaats en worden de signalen ontvangen van wat er gemaakt moet worden aan antistoffen. “Het lymfestelsel is het netwerk van het leger. Je hebt overal, dus ook in alle organen, lymfoïde cellen. Wachtposten, zo kun je dat zien. Als de lymfeknopen kazernes zijn, dan heb je verkenners door de rest van het lichaam. Ieder orgaan heeft zijn eigen lymfoïde weefsel. In de darm zit bijvoorbeeld het galt, het ‘gut associated lymphoid tissue’. Dat is georganiseerd in bepaalde, ronde plekken, Peyerse Platen genaamd. In de longen heb je het balt, het ‘bronchial associated lymphoid tissue’. Iedere provincie heeft zijn eigen kazerne.”

Met de huid is nog iets bijzonders aan de hand. Daar zitten hele bijzondere verkenners, de dendritische cellen. Die zijn extreem goed in het oppikken en verwerken van vreemde eiwitten. “Die laten ze meteen zien aan de eerste de beste lymfocyt die voorbij komt in een bloedvaatje, waarna de afweerreactie op grotere schaal op gang komt. Daarmee gaat het helaas weleens mis. Soms laten die cellen iets zien wat niet de bedoeling is en dan krijgen we een allergie, bijvoorbeeld zomereczeem, waarbij extreem wordt gereageerd op het speeksel van een bepaald mugje. Zo’n overreactie van het afweersysteem kan ook andere allergieën veroorzaken. Reactie op schimmelsporen uit hooi geeft bijvoorbeeld astma.”

Leger op oefening


Voor de opbouw van een goed afweersysteem zijn een aantal stoffen nodig die een paard alleen via de voeding binnenkrijgt. Een uitgebalanceerd rantsoen is belangrijk, met vitaminen en mineralen, maar wel in de juiste verhoudingen. B vitaminen zijn nodig voor de aanmaak van rode en witte bloedcellen. “Bij ondervoeding gaat het om een eiwittekort en dat heeft direct invloed.”

Hebben vitamineshots of andere supplementen een nuttig effect op het versterken van het immuniteitssysteem? “Als een paard gewoon goed wordt gevoerd, is dat niet nodig. Een overdosis helpt niet. Veel belangrijker is het dat het leger op oefening gaat. Het afweersysteem moet worden getriggerd. Dat kun je doen met vaccinaties of immuno stimulantia. Er zijn bijvoorbeeld een schapenpokvaccins of onderdelen van bacteriën. Die kun je injecteren, zelfs in een ziek dier, zodat de thermostaat van de afweer op een hoger pitje wordt gezet. Je brengt het leger in paraatheid.”

Parasieten kunnen de immuniteit enorm ondermijnen. Als paarden ziek zijn door een ernstige worminfectie en ze worden op dat moment ontwormd, dan gaan de wormen massaal dood. Dat kan een hevige ontstekingsreactie geven. Zo erg dat het paard nog veel zieker wordt of de wand van de darm zelfs doorbrandt. “Dan wacht ik dus liever even met ontwormen tot het paard iets is opgeknapt. Daarnaast geef ik er wat cortisonen bij, om de ontstekingsreactie te temperen. Het wormmiddel doet zijn werk wel, daar hoeft het afweersysteem niet nog eens een keer overheen te gaan. Met wormen moet je altijd uitkijken. Wij hebben ooit een onderzoek gedaan, omdat we dachten dat er resistentie bestond bij spoelwormen tegen het bestrijdingsmiddel ivermectine. Dat is een typische worm voor veulens, maar we troffen ze ook aan bij bepaalde rassen op latere leeftijd. Vreemd, want de meeste paarden bouwen afweer op tegen deze worm. Behalve dus als ze niet dat hele scala van het afweersysteem op hun DNA hebben meegekregen, zo lijkt het. Dat is ook de reden waarom in een groep sommige paarden last hebben van parasieten als bloedwormen en andere veel minder. Dat komt door een weerstandsverschil.”

Rol van stress


Weerstand is seizoensgebonden. “Je bent zelf ook meestal fitter in de zomer. Kou, donkere dagen, minder vers ruwvoer en minder vitamine D door weinig zonlicht hebben effect op de immuniteit.” Leeftijd speelt ook een rol. “Als baby heb je een ongetraind leger, als bejaarde heb je een versleten leger. PPID of Ziekte van Cushing? Dat is een ouderdomskwaal door verstoorde hormoonhuishouding vanuit de hersenen. Het cortisolgehalte verhoogt, wat de immuniteit inderdaad onderdrukt, waardoor meer kwaaltjes optreden.”

Zware inspanning heeft effect op de immuniteit van een paard. Na een zware inspanning moet het lichaam even alle zeilen bijzetten om te herstellen. “Je kunt niet op twee fronten tegelijk vechten, dus alle energie en andere middelen gaan naar het herstel van spieren. Als zich op dat moment een infectie voordoet, zijn er even wat minder middelen beschikbaar. Daarnaast veroorzaakt maximale inspanning stress, waardoor hormonen als adrenaline en cortisol vrijkomen. Daardoor wordt je inspanningsmogelijkheid verbeterd, maar ze zetten het afweersysteem op een lager pitje. Dus na zware training is een paard ongeveer 12 tot wel 72 uur gevoeliger voor virussen en bacteriën. Maar dan praat je wel echt over hard werken. Een uurtje dressuur stelt niks voor, het gaat om internationaal eventing of endurance. Of een intensief wedstrijdprogramma van een draver.” De Bruijn waarschuwt dat de rol van stress bij het ondermijnen van de afweer niet moet worden onderschat. “Dan bedoel ik chronische psychische stress, bijvoorbeeld een paard dat als kuddedier alleen wordt gehouden of te veel op stal staat. Daar kunnen ze echt niet tegen.”

Tips voor goede afweer:



  • Zorg voor uitgebalanceerde voeding, met alle benodigde vitaminen en mineralen in de juiste verhoudingen. Overleg dit met je dierenarts of een voedingsdeskundige.

  • Intensief wedstrijdprogramma? Zorg dat de antioxidanten op peil blijven. Denk aan vitamine E en selenium. Vitamine C kan een paard zelf aanmaken, maar het is soms nuttig om dat bij te geven.

  • Houd vaccinaties op peil.

  • Overleg met je dierenarts of vaccinaties tegen droes of herpes voor jouw paard van belang kunnen zijn.

  • Wormen zijn een zware belasting voor het afweerapparaat. Zorg voor een adequate bestrijding en regelmatig mestonderzoek.

  • Vermijd langdurige stress door te voldoen aan de eerste levensbehoeften: voldoende vrije beweging, contact met soortgenoten en veel ruwvoer.

  • Reizen bezorgt sommige paarden veel stress. Geef ze desnoods iets om de ergste spanning te verminderen. Er is tegenwoordig een kalmerend feromoon (geurstof als boodschapper) dat je in de neus aan kunt brengen. Dit is volledig natuurlijk en doping negatief. Het is het stofje dat een merrie afgeeft om haar veulen te kalmeren.