oefening 3
oefening 3

Veel oefeningen met weinig materialen: trainen met vier pylonen

Nieuws

Wil je een afwisselende training voor je paard met attributen, dan hoef je echt niet over een loods vol materialen te beschikken. Jolenta van Haaften van Paard in Balans, laat ons in dit artikel zien welke oefeningen je allemaal niet kan doen met vier pylonen.


Tekst: Margriet van der Zwan-Krijn • Fotografie: Fleur Louwe


Pylon


Het mooie aan pylonen is dat je kan focussen op één ding”, vertelt instructrice Jolenta van Haaften. “In de praktijk merk ik dat als je zonder pylon traint, het paard vaak op een ander punt uitkomt. Een pylon helpt je dus om veel gerichter te rijden. Bovendien helpt het ook om wat speelser te rijden. En als je als mens vrolijk en ontspannen bent, werkt dat natuurlijk ook door op het paard.” Jolenta werkt graag met grondwerk. “Het grondwerk kun je eigenlijk zien als een educatiefase voor een paard. Daarin leer je hem de hulp aan”, legt Jolenta uit.


Werken aan de hand


De oefeningen met pylonen zijn met name erg geschikt voor de volgende stap: het werken aan de hand. “Daarbij loop je naast je paard met de teugels in twee handen. Op die manier kun je het paard wat meer ‘framen’. Dat houdt in dat je het paard in een meer gedragen houding leert bewegen. Door het werken aan de hand kan het paard onbelast leren zijn lichaam op de juiste manier te gebruiken. Je leert hem de schouder tussen twee teugels te verplaatsen en zijn gewicht meer naar de achterhand te verplaatsen door gerichte oefeningen.” Heb je verder geen ervaring met werken aan de hand, neem dan eerst les. Jolenta: “Het lijkt misschien eenvoudig, maar foutjes zijn zo gemaakt. En het zou zonde zijn als dit tot frustratie en miscommunicatie leidt.”


Onbelaste training


Het werken aan de hand gebeurt net als grondwerken naast het paard, zodat het paard onbelast kan bewegen. Het is een ideale trainingsmethode om rijtechnische problemen op te lossen of om een jong paard voor te bereiden op het werk onder het zadel.


Als je bij het werken aan de hand aan de linkerkant van het paard staat, laat je je rechterarm zakken tot schouderhoogte van het paard. Waak ervoor dat je je rechterarm niet te hoog houdt (dus niet op de schoft). Je houdt je rechterteugel in de rechterhand en de linkerteugel in de linkerhand, vlak bij het bit. Je legt de teugel op je open hand; dus met de rug van je hand naar het paard toe. Je leidt de teugels dus niet tussen pink en ringvinger door zoals bij het rijden.


Op deze manier kun je heel subtiel ophoudingen geven en zacht zijn waar nodig. Er zit ongeveer één mensbreedte tussen jou en je paard. Het paard moet namelijk op eigen benen leren bewegen en niet tegen jou aan gaan hangen. Omdat je naast een bewegend paard loopt en zelf ook actief moet meebewegen is het werken aan de hand behoorlijk intensief. Houd hier dus rekening mee. Meer weten? Kijk op www.paardinbalans.com.


Oefening 1: Volte om 1 Pylon


Oefening 1, volte om 1 Pylon

Een pylon is een goed richtpunt voor het rijden van een volte. Jolenta: “Je begint altijd met een losgestapt paard.Dat is het startpunt voor alle oefeningen. Met een pylon kun je mooi het ‘übertreden’ oefenen. Dat houdt in dat het paard de achterhand moet mobiliseren zodat hij de schouders kan verplaatsen, maar zonder teveel te buigen in de hals. Daarbij moet het paard zowel de voor- als achterbenen kruisen.


Het is dus geen echte volte, maar het paard loopt als een soort klokwijzer opzij. De pylon is dan het punt waar het paard het hoofd en de schouder tijdens de oefening houdt.” Bij deze oefening ga je naast de schouder van het paard staan. “Je vraagt het paard opzij te stappen door zacht tegen zijn schouder te tikken. Als hij daar niet op reageert kun je ook eerst zijn achterhand opzij vragen en daarna weer zijn schouders. Vervolgens beweeg je met het paard mee om de pylon.”


Oefening 2: De hoeken door


Het lijkt zo’n simpele oefening: hoeken doorrijden… Er komt echter heel wat bij kijken om dit netjes te doen. Bij deze oefening plaats je in elke hoek een pylon iets voorbij de binnenhoefslag. Het paard loopt op de hoefslag, zelf loop je op de binnenhoefslag. “Wanneer je te paard zit en de hoek nadert, zet je het paard in een schouderbinnenwaarts. Dat doe je door zijn schouders met beide teugels mee naar binnen te vragen. Je binnenhand zorgt voor de juiste stelling en met je binnenbeen op de singel vraag je het paard om hier omheen te buigen. Daardoor kan hij het binnenachterbeen meer buigen en zo meer onder het zwaartepunt van het lichaam plaatsen. De pylon gebruik je als richtpunt waardoor je de oefening makkelijker kunt uitvoeren. Jouw bovenlichaam draait dan ook iets mee om de pylon.”


Aan de hand, oefening 2: de hoeken door

Werk je aan de hand, dan moet je bij deze oefening soms flink meelopen. “Daarom verzamel ik het paard van tevoren vaak wat meer. Wil je nu meer uitdaging in de oefening, dan kun je na elke hoek nog een volte om de pylon meepakken. Daarna stel je het paard weer recht, tot de volgende hoek.”


Oefening 3 : In een vierkant om de pylonen heen


Oefening 3: In een vierkant om de pylonen heen

Bij deze oefening zet je de pylonen in een vierkant in het midden van de bak. Tussen de pylonen zit 8 tot 10 meter. Jolenta: “Deze afstand heb je wel nodig, want zeker als je overgangen rijdt heb je nog een soort remweg nodig. Maak de afstand tussen de pylonen dus haalbaar.” Zorg dat er tussen het paard en de pylon ook nog circa 2 meter zit, zodat het paard er omheen kan wenden.


Deze oefening voer je uit vanaf de buitenkant van het paard (de bolle kant dus). De pylon staat dan aan de holle kant van het paard. “Wend in het zadel vanaf de korte zijde van de bak naar de pylonen toe. Zorg daarbij voor een goede voorbereiding. Dat wil zeggen: zorg dat het paard goed aan het binnenbeen is, zijn schouders tussen twee teugels in blijven en zet de wending op tijd in. Neem vervolgens het buitenbeen mee en wend het paard tussen twee teugels de hoek om,” licht Jolenta toe. “Hierna stel je het paard gelijk weer recht. Daar komt het paard echt van aan de hulp te staan.”


Wil je de oefening wat uitdagender maken, maak dan na elke pylon vanuit stap een overgang naar draf. Zet het paard voor de volgende pylon weer terug in stap, stel om, zet recht en draaf weer aan. Je kunt dit ook eerst proberen in de hoeken van de rijbak, zodat je nog wat aanleuning van de bakrand hebt.


Oefening 4: Poortjes


Oefening 4: Poortjes

Bij deze oefening maak je twee poortjes met ongeveer een paardlengte tussen de pylonen. Het tweede poortje zet je een meter of 10 verder, en iets opzij ten opzichte van het eerste poortje. Je gaat vervolgens recht door de poortjes heen, maar zodra je door het eerste poortje bent, wijk je richting het tweede poortje. Deze oefening is erg geschikt om de zijwaartse hulpen te oefenen.


Jolenta: “Bij deze oefening is het belangrijk dat het paard goed aan de zit- en teugelhulpen staat. Je moet eerst weten hoe je je paard goed tussen twee teugels in kan laten stappen. Als je dat kunt, vraag je hem een beetje om na te geven. Ben je door het eerste poortje heen, dan zet je het wijken in.” Vanuit het werken aan de hand houd je je zweepje horizontaal langs het paard zijn lichaam: dit is eigenlijk jouw been. Vanuit het binnenachterbeen (je zweepje) werk je dan naar de buitenteugel toe. “Let erop dat je bij deze hulp niet te veel aan je paard gaat hangen of gaat duwen met je rechterhand, als je links van hem loopt. Het paard moet op zijn eigen benen lopen en voor jouw energie opzij kunnen.”


Om meer uitdaging in de oefening te krijgen kun je de afstand tussen de poortjes verkleinen. Je moet dan sneller schakelen tussen omstellen, wijken en weer recht stellen. Als je meer pylonen hebt, kun je drie poortjes maken. Daarmee kun je het wijken aan beide zijden oefenen en moet je het paard aan beide zijden omstellen.


Oefening 5: Slalom


Oefening 5: Slalom

De slalom is een uitstekende oefening om het omstellen te oefenen. Je plaatst de pylonen in een rechte lijn met 8 tot 10 meter ertussen. Je slalomt vervolgens om de pylonen heen. Om de laatste pylon pak je een kleine volte mee om daarna weer terug te slalommen.


“Ook bij deze oefening moet een paard in de basis goed aan de hulpen staan”, legt Jolenta uit. “De uitdaging zit hem hier in het omstellen. Het paard moet eerst met de juiste stelling en om je binnenbeen heen buigen en zacht zijn op de binnenhand. Na elke pylon stel je het paard rustig om het nieuwe binnenbeen heen. Zorg dus dat de afstand tussen de pylonen ruim genoeg is. Lukt het omstellen niet goed, gebruik dan de pylon om er eerst een extra rondje omheen te draaien.”


Een goed uitgevoerde slalom aan de hand is erg lastig vanwege het snelle schakelwerk en omstellen. Jolenta: “Ik voer deze zelf wel vaak uit, maar dat vergt veel scholing.” Je kunt er ook voor kiezen om rijdend tussen de pylonen te wijken. Ben je al wat verder gevorderd, dan kun je ook kiezen voor een combinatie van wijken en appuyeren.


Bij het appuyeren loopt het paard vanuit een traversale buiging over een schuine lijn. Hij kijkt dus in de richting waar hij heen gaat. Jolenta: “De vorm van het paard blijft dan hetzelfde. Daarmee kun je een scheef paard ook heel goed rechtrichten. Heb je bijvoorbeeld een linksgebogen paard, begin dan rechts van de eerste pylon. Je wijkt naar links tot de tweede pylon in de rechterstelling. Bij de tweede pylon stel je het paard niet om, maar zet je vanuit dezelfde stelling een appuyement in naar de volgende pylon.” Wil je echt helemaal los met deze oefening, dan kun je ook het appuyeren naar links en rechts afwisselen.

oefening-1
oefening-3
oefening-3-echt
oefening-4
oefening-5