-

Zo werkt de schaal van Henneke

Dik

Weet jij hoeveel je paard weegt? En of dat het goede gewicht is voor je paard? Je kunt je paard natuurlijk op een weegschaal zetten, maar een paardenweegschaal heb je meestal niet bij de hand en dan weet je nog niet of dat het goede gewicht is voor jouw paard.

Er is een manier waarop je kunt zien of je paard te dik of te dun is door middel van de Body Condition Score (BCS). Daarbij kijk je naar bepaalde punten op het paardenlichaam en naar de hoeveelheid vet op die plek. Op die manier kun je beoordelen of je paard te dik, te dun of precies goed is.

De resultaten kun je weergeven op een schaal die loopt van 1 tot 9. Deze schaal is ontwikkeld aan een universiteit in Texas door Dr Don Henneke en anderen. Deze methode kun je gebruiken voor volwassen paarden, vanaf ongeveer een jaar of drie.

Punten:

Schaal van Henneke

Beoordelingstabel: klik op de afbeelding om deze te vergroten.

De punten worden gegeven aan zes lichaamsdelen:

  • De ruggengraat bij de lendenen.
  • De ribben.
  • De staartwortel.
  • Naast de schoft.
  • Langs de nek.
  • Achter de schouder.

Je beoordeelt de lichaamsdelen op het oog of door te voelen. Een laag vet voelt een beetje sponzig aan, hoe meer vet, hoe zachter de plek.

Heeft je paard:
  • 1 tot 3 punten dan is hij uitgemergeld tot mager.
  • 4 tot 7 punten dan heeft hij een gezond tot stevig gewicht.
  • 8 tot 9 punten dan is hij dik tot veel te dik.

Lichaamsdelen:

Je beoordeeld alle zes de lichaamdelen van je paard apart. Deze geef je een punt. 1 betekent dat je paard veel te mager is op die plek, 9 betekent dat je paard veel te dik is op die plek. Deze punten tel je bij elkaar op en deel je door 6. Dan krijg je het gemiddelde en dat is het eindcijfer voor je paard.

De lendenen

Bij een te dun paard steken hier de ruggenwervels uit, ook zie je aan beide kanten van de ruggenwervel dan een soort kuiltje. Als een paard in gewicht aankomt, is dit een van de eerste plekken die opvult. Bij een gezond gewicht zijn de lendenen min of meer vlak en zie je de ruggenwervels niet of nauwelijks uitsteken. Bij een dikker paard vormt zich een soort gootje op de plaats van de ruggenwervels. Die liggen dan namelijk lager dan het vet.

De ribben

Kun je de ribben van je paard zien? Dan heeft je paard een score van 1-4, afhankelijk van hoe goed je ze kunt zien. Na punt 5 kun je de ribben niet meer zien, maar wel goed voelen. Bij punt 9 voel je de ribben helemaal niet meer.

De staartwortel (en de zitbeenknobbels en heupbotten)

Bij een te dun paard (1-3) kun je de zitbeenknobbels en heupbotten uit zien steken. Vanaf punt 4 kun je die niet meer zien. Als het paard dikker wordt, vormt zich steeds meer vet rond de staartwortel die zachter aanvoelt als er meer zit. Het ras van je paard speelt hierbij wel een rol, veel koudbloeden hebben hun staartwortel namelijk vrij diep zitten. Je kunt dan beter naar de heupbotten en zitbeenknobbels kijken.

De schoft

Met de beoordeling van de schoft moet je goed opletten. De schoft ziet er namelijk bij veel rassen anders uit. Wanneer een paard te dun is, tekent de schoft zich heel duidelijk af. Naarmate het paard dikker wordt, ga je de schoft minder zien. Op punt 5 heeft het paard een bolling. Bij punt 9 is de schoft bijna niet meer te zien door het vet dat zich naast de schoft ophoopt.

De nek

Bij een heel dun paard kun je de botstructuur van de hals zien. Bij een score van 3-4 is de nek min of meer recht en bij 5 gaat die vloeiend over in het lichaam. Met een score van 7-9 is de nek duidelijk dik. Bij erg dikke paarden verdwijnt de halsaanzet volledig, lichaam en hals lijken dan één geheel.

De schouder

Bij te magere paarden is de borststructuur van de schouder duidelijk zichtbaar. Naarmate een paard dikker wordt komt er meer vet achter de schouder. Bij een score van 5 gaat de shouder vloeiend over in het lichaam. Bij een score van 8 zie je geen overgang meer tussen schouder en lichaam. Ook wordt het gebied achter de ellenboog opgevuld, dan kun je dikke, sponzige kwabben zien/voelen.

Betekenis van de score

Een gezond paard heeft meestal een score tussen de 4 en de 7, maar ras en gebruik spelen daarbij wel een rol. Voor sobere paarden is een score van 7 of 8 ook niet altijd reden voor zorg, maar het is wel belangrijk om je paard dan goed in de gaten te houden.

Loading...

Loading…

Wisselend gewicht

Paarden die bijna altijd buiten lopen hebben vaak een wisselend gewicht dat met de seizoenen meegaat. In het najaar, na een lange zomer vol eten, is het paard dan het zwaarst. In de winter, een seizoen met relatief weinig voedsel, valt het paard dan weer af. Sobere paarden heb je het liefst wat schraal in het voorjaar, omdat deze in de periode daarna flink zullen aankomen en makkelijk te zwaar worden.

Dominant

Ook dominante paarden zijn vaak wat zwaarder, omdat zij het meest mogen eten. Oudere paarden zijn vaak wat schraler, maar door een hangbuik kunnen ze toch wat dik lijken, zo ook bij merries die meerdere veulens hebben gehad. Let dan goed op de andere tekenen en laat die je leiden.

Conditie

De vetreserves van je paard hebben niks te maken met de conditie van je paard en of hij goed in de spieren zit of niet. Door de schaal van Henneke te gebruiken ga je kritischer naar je eigen paard kijken en je kunt de scores gebruiken om je paard door de seizoenen heen te volgen. Deze methode is echter alleen een hulpmiddel en raadpleeg een dierenarts als je denkt dat je paard veel te dun of te dik is.

Bronnen: Wikipedia, E&E Horsemanship

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant