-

Pretecho voor paarden

Veulen met moeder in de stal Arnd Bronkhorst

Je merrie is drachtig en je kunt bijna niet wachten totdat het veulentje ter wereld komt. Hoe leuk is het als je al van tevoren weet of het een hengst of merrie wordt? Goed nieuws: dat kan. Net als echo’s bij mensen, kan voortplantingsspecialist Karin Hendriks tijdens het scannen van de merrie het geslacht bepalen. Een soort pretecho voor paarden dus!

Geslachtsbepaling van het ongeboren veulen door middel van een echo is niet nieuw, maar het gebeurt nog maar weinig in Nederland. Dierenarts en Europees Specialist Voortplanting Paard Karin Hendriks leerde hoe dit moet toen ze op de Universiteitskliniek voor Paarden in Utrecht werkte. Inmiddels runt ze haar eigen praktijk, Hendriks EQ Repro Consultancy, vanuit de kliniek van De Graafschap Dierenartsen in Vorden. Steeds meer mensen uit het hele land weten haar te vinden voor een geslachtsbepaling van hun ongeboren veulen.
Hoe werkt zo’n geslachtsbepaling precies? Eigenlijk is het vergelijkbaar met hoe het bij mensen gaat: op de echo van het ongeboren kindje kun je zien of het een jongetje of een meisje wordt. “Bij paarden gaat dat net zo: ik kijk hoe het geslachtsapparaat eruitziet”, vertelt Karin. “Zie je een penis, dan is het een hengst, zie je een clitoris dan is het een merrie.” Hoewel het simpel klinkt, is het best moeilijk om het goed te kunnen zien. Tenslotte zijn de geslachtsorganen nog in de maak en het veulen moet ook maar goed liggen. Bovendien is er een behoorlijk geavanceerd echo-apparaat nodig om zo secuur te kunnen scannen. En dan nog is het een kwestie van veel oefenen, weet Karin uit ervaring.

Vroege scan

Er zijn twee periodes in de dracht waarop een geslachtsbepaling de meeste kans van slagen heeft. Dat is als de merrie 60 tot 70 dagen drachtig is, of tussen de 120 en 200 dagen. In totaal draagt een paard ongeveer 340 dagen (11 maanden). Karin: “Als de ongeboren vrucht 60 tot 70 dagen oud is, is het geslachtsapparaat aangelegd. Aan de hand van de locatie van het voortplantingsorgaan kan ik zien of er een penis (tussen de achterbenen en de navelstreng) of clitoris (tussen de achterbenen en de staart) in de maak is en het dus gaat om een hengstje of een merrie.” Deze echo wordt rectaal gemaakt: de echoprobe wordt via de anus naar binnen gebracht en via de endeldarm wordt de baarmoeder en het ongeboren veulen gescand. “De echoprobe heeft rectaal een bereik van maximaal twaalf centimeter. Als het veulen te groot wordt en verkeerd voor de echoprobe ligt, is de kans groot dat je zijn geslachtsorganen niet goed in beeld krijgt.” Precies om die reden is geslachtsbepaling tussen 70 en 120 dagen niet makkelijk uitvoerbaar. “Bovendien is in die periode de zak met vruchtwater waarin het veulen zit ook heel groot. De kans dat het veulen precies op de goede plek voorbij drijft, is dan maar klein.”

Van buitenaf

In de periode tussen 120 en 200 dagen wordt geslachtsbepaling weer makkelijker. “In deze periode zijn de gonaden (testikels of eierstokken) in de buik te herkennen aan de echografische structuur. Soms ligt het veulen dan al mooi met de billen naar achteren en kan ik rectaal het geslacht zien. Ik begin dus altijd met opvoelen. Lukt dat niet, dan scan ik de buik van de merrie van buitenaf. Ik begin tussen de spenen, want het veulen ligt daar vaak in de buurt. Als ik het niet meteen zie, scan ik over het midden van de buik naar voren richting borstbeen, vaak kom ik het dan vanzelf tegen.”
Van buitenaf kan de echoprobe tot dertig centimeter scannen. Na tweehonderd dagen wordt het veulen zo groot dat die afstand vaak niet meer toereikend is en het geslachtsapparaat dus ‘buiten beeld’ is als het veulen verkeerd ligt. “Maar soms heb ik geluk en ligt het veulen precies goed. Ook in de twee aangegeven periodes kan het veulen overigens net verkeerd liggen. Soms laat ik de merrie even op stal zetten en probeer ik het na een kwartiertje nog eens. Je moet echt rustig de tijd nemen voor een geslachtsbepaling, al zijn er ook gevallen waarin ik het binnen een minuut zie.”

Zekerheid

Als Karin het geslacht heeft bepaald, is er altijd nog een kleine kans dat ze ernaast zit. “Honderd procent zekerheid heb je natuurlijk nooit. Kijk maar naar baby-echo’s: heel af en toe wordt er toch een jongen geboren terwijl ze dachten dat het een meisje was, of andersom. Ik interpreteer wat ik zie naar beste weten, maar soms twijfel ik. Dat zeg ik dan ook en ik geef met procenten aan wat ik denk dat het wordt. Zo had ik eens een trekpaard waarbij het geslacht van het ongeboren veulen moeilijk te zien was. Ik was er zeventig procent zeker van dat het een merrie werd en dit bleek later te kloppen. Over het algemeen zit ik acht of negen van de tien keer goed.”

Nut

Hartstikke leuk, tijdens de dracht al weten wat het veulen wordt. Maar een geslachtsbepaling kan op meerdere fronten nuttig zijn, legt Karin uit. “Bij de standaard fertiliteitsbegeleiding wordt op ongeveer dertig dagen bekeken of de merrie drachtig is. Veel merriehouders laten de merrie daarna niet meer scannen en de kans bestaat dat de merrie het veulen na die dertig dagen verwerpt. De geslachtsbepaling later in de dracht geeft een extra zekerheid dat het veulen leeft en zich goed ontwikkelt. Ook kan ik zien of het vruchtwater mooi helder is en de placenta niet ontstoken. Het is goed om dit van tevoren te weten, zodat we het veulen na de geboorte de beste start kunnen geven.”

Bron: Bit 236

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant